Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-4445005
 
 
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

Vrouwen: houd afstand

Datum: 16 augustus 2009, 21:03
Tekst gepubliceerd 16 augustus 2009. Copyright © prof. dr. Wim J. van der Steen. Plaatsing van de tekst door derden in enig ander medium is niet toegestaan zonder toestemming van de auteur. Weergave van kleine gedeelten of van de kern van de inhoud is toegestaan, mits de bron (auteur, titel, gegevens website, datum) expliciet worden vermeld.

manieren omgang met vrouwen door prof. dr. Wim van der SteenVrouwen hoor je als man eerbiedig op afstand te houden. In dat op afstand houden ben ik na jaren oefenen doorkneed geraakt; mijn ervaringen en adviezen over de juiste afstand staan beschreven in de bijlage.
Natuurlijk zijn er ook uitzonderlijke situaties waarin juist oneerbiedige nabijheid de gewenste houding is, maar daar wil ik het kies niet over hebben omdat kuis zwijgen hoort bij door een vrouw gewenste nabijheid.

Er is tegenwoordig ook een middenweg: sociale zoenen, een, twee of drie, afhankelijk van de regio in Nederland waar je een vrouw begroet. In grote lijnen neemt het aantal zoenen van Noord naar Zuid toe; zie ook soortgelijke regionale verschillen in de gewenste afstand beschreven in de bijlage.

De bevalligheid van vrouwen maakt vaak een diepe indruk op me, vooral wanneer zomerse hitte wat blootgeeft van de vrouwelijke anatomie zodra korte rokken in de mode zijn. Er is echter een treurige uitzondering. Wanneer de mode naaldhakken voorschrijft, verschijnen op straat ineens veel vrouwen die hun bevallige houding verruilen voor een holle rug, iets wat barre noodzaak wordt doordat ze spitsroeden lopen. Ik vermoed dat je, bij een nauwkeurige bestudering van vrouwen die bezwijken voor de hakken, na twintig jaar ziet hoe de huppelende loop verandert in gestrompel. Zeker weten doe ik dit niet, want ik had nog niet de gelegenheid om het benodigde tijdrovende onderzoek te doen.
De hoge hakken werken net zo als de verouderde stoelen in sommige treinen van de NS (zie een eerdere column, “Openbaar vervoer: bron van pathologie?). Die hebben bolle rugpanden, zodat je een rugholling krijgt. Het is dan ook dringend gewenst dat onderzoek plaatsvindt over de lotgevallen van vrouwen die op hoge hakken op reis gaan. Daar heb je er vrij veel van, zo heeft een grondig onderzoek me geleerd. Volgens mij is dit een van de oorzaken van de roep om meer orthopeden. Die kunnen hun werk nauwelijks aan, zodat er wachtlijsten zijn, zodat alles snel erger wordt.
We komen hier ook met een behoorlijk lastig juridisch probleem te zitten. Stel, een hooggehakte jongedame gaat op reis naar Maastricht—in treinen op trajecten naar die stad vind je de meeste rampstoelen. Als de jongedame in die mooie stad gaat shoppen en door haar rug gaat, wie is dan juridisch aansprakelijk, de schoenfabrikant of de treinfabrikant? Ik zou het niet weten. De tijd zal leren hoe de te verwachten rechtszaken aflopen.

Ik dwaal af. Mijn thema is het houden van afstand tot vrouwen—niet het op afstand houden van vrouwen. Het laatste zou neerkomen op afstandelijkheid, en die is juist ongewenst. Vervelend is dat onze taal niet geschikt is om dit belangrijke onderscheid uit te drukken. Je zou eigenlijk naast “afstandelijkheid” een woord moeten hebben zoals “afstandheid”, maar dat bestaat niet.

Veel vrouwen lijden aan een psychische ziekte doordat een man in hun jonge jaren niet de gewenste afstand hield. Verkrachting en mishandeling van jonge meisjes komen veel voor. Dat is ronduit verschrikkelijk.
Hoe vaak zou zoiets voorkomen? Helaas is het antwoord op die vraag: Daar hebben we geen flauw idee van. Je zou denken dat je het te weten komt door ervaringen van therapeuten te bundelen, maar dat is niet zo. Uit veel wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat vrouwen soms akelige gebeurtenissen uit de jonge jaren verzinnen. Hoe kan zoiets vreemds gebeuren? Het antwoord op die vraag is ingewikkeld. We moeten ons om te beginnen realiseren dat de zelfkennis van ons mensen heel beperkt is, en dat ons geheugen tal van tekortkomingen vertoont.
Geheugenzwakte is een eigenschap van alle mensen. Met slimme experimenten hebben psychologen aangetoond dat we met zijn allen regelmatig confabuleren—zo heet het verschijnsel in plechtige taal.
Daar komt iets vervelends bij. Psychotherapeuten kunnen gemakkelijk, zonder het te willen, met suggestieve vragen bij cliënten herinneringen veroorzaken. Uit onderzoek is—helaas—gebleken dat therapeuten bijvoorbeeld herinneringen in het leven roepen aan incest die nooit plaatsvond. Dit heeft geleid tot beruchte incestaffaires waar Nederland er intussen een paar van rijk is.

Bedrieglijk is vaak wat we ons menen te herinneren. Enerzijds is bekend dat trauma’s ondergaan als we jong zijn, psychopathologie kunnen veroorzaken als we ouder worden. Anderzijds zijn we goed in het verzinnen van traumatische gebeurtenissen die in werkelijkheid nooit plaatsvonden.
Ik weet niet hoe we onze toegang tot het verleden kunnen verbeteren. Gedegen onderzoek over de therapie-industrie is er in ieder geval voor nodig, gevolgd door maatregelen tegen therapeuten die de geschiedenis van argeloze cliënten vervormen. Dat kan in principe, maar eenvoudig is het niet.
Plaatsing van een geschiedvorser in ieder gezin is natuurlijk ook denkbaar, zeker nu er veel werkloze historici zijn. Maar daar houden de meeste mensen niet van, denk ik.
Met een houding van berusting ga ik maar door met het op afstand bewonderen van wat zich op straat aandient aan vrouwelijk schoon.

Bronnen

Aan de stelling dat trauma op jonge leeftijd later narigheid kan veroorzaken, hoeven we niet te twijfelen. Zie bijvoorbeeld Read et al (2004), Lovallo (2005), Champagne et al (2008). Ons geheugen is echter nogal feilbaar (Wilson, 2002; McNally, 2003, Hirstein, 2005; Dijksterhuis, 2007; Marcus, 2008). Soms houden we zelfs vast aan onjuiste herinneringen als we bewijs van het tegendeel voor onze neus krijgen (Neisser & Harsch, 1992). Helaas veroorzaken therapeuten soms herinneringen aan traumatische gebeurtenissen die nooit plaatsvonden (Crombag & Merkelbach, 1996; Lynn et al, 2003).

Literatuur

  1. Champagne, D.L., Bagot, R.C., van Hasselt, F., Ramakers, G., Meaney, M.J., de Kloet, E.R., Joëls, M. & Krugers, H. (2008). Maternal care and hippocampal plasticity: evidence for experience-dependent structural plasticity, altered synaptic functioning, and differential responsiveness to glucocorticoids and stress. Journal of Neuroscience, 28, 6037-6045.
  2. Crombag, H.F.M. & Merkelbach, H.L.G.J. (1996). Hervonden herinneringen en andere misverstanden. Amsterdam & Antwerpen: Contact.
  3. Dijksterhuis, A. (2007). Het slimme onbewuste. Denken met gevoel. Amsterdam: Bert Bakker.
  4. Hirstein, W. (2005). Brain fiction. Self-deception and the riddle of confabulation. Cambridge, Massachusetts & London: MIT Press.
  5. Lynn, S.J., Lock, T., Loftus, E.F., Krackow, E. & Lilienfeld, S.O. (2003). The remembrance of things past. Problematic memory recovery techniques in psychotherapie. In: Lilienfeld, S.O., Lynn, S.J. & Lohr, J.M. Science and pseudoscience in clinical psychology (pp. 205-239). New York: Guilford Press.
  6. Marcus, G. (2008). Kluge. The haphazard construction of the human mind. Boston & New York: Houghton Mifflin.
  7. McNally, R.J. (2003). Remembering trauma. Cambridge, Mass. & London: The Belknap Press of Harvard University Press.
  8. Neisser, U. & Harsch, N. (1992). Phantom flashbulbs: False recollectieons of hearing the news about Challenger. In: Winograd, E. & Neisser, U. (red.), Affect and accuracy in recall: Studies of “flashbulb” memories (pp. 9-31). New York: Cambridge University Press.
  9. Read, J., Goodman, L., Morrison, A.P., Ross, C.A. & Aderhold, V. (2004). Childhood trauma, loss and stress. In: Read, J., Mosher, L.R. & Bentall, R.P. (eds), Models of maddness. Psychological, social and biological approaches to schizophrenia (pp. 223-252). New York: Brunner-Routledge.
  10. Schäfer, M.L. (2005). The current mind-brain theories in analytical philosophy of mind and their epistemic significance for psychiatry. Fortschritte der Neurologie-Psychiatrie, 73, 129-142 (artikel Duits).
  11. Wilson, T.D. (2002). Strangers to ourselves. Discovering the adaptieve unconscious. Cambridge, Massachusetts & London: The Belknap Press of Harvard Univerity Press.

Bijlage

Citaat uit Wim van der Steen, Het andere land: en novelle voor zwervers op zoek naar een betere wereld. Free Musketeers, 2008.
Het gaat om een magisch-realistische novelle met als eerste deel (een “voorafje”) een beschrijving van zwerftochten per openbaar vervoer in Nederland. Alleen verkrijgbaar via internet:
http://www.freemusketeers.nl/index.php/pagina/boeken/genre/80/novelle.html

Vrouwen aanspreken

Aangetrokken voel ik me tot vrouwen doordat ik een man ben. Er zijn echter uitzonderingen, bijvoorbeeld vrouwen afgebeeld op omslagen van bladen in kiosken. Als mijn oog toevallig op hen valt, dan denk ik aan werk van stukadoors, schilders en metaalbewerkers: gladgeplamuurde wangen, donkere verf rond ogen, rode verf rond de mond, metaal gehangen aan doorboorde oren. Naar een lijntje met zulke wezens streef ik niet.
Liever kom ik in contact met minder opgetuigde vrouwen die buiten vrij rondlopen. Met hen ontwikkel je gemakkelijk een lijntje, als je tenminste de juiste zwerversmethoden beheerst. Trekkerskleding werkt meestal goed—als die schoon is. Van te voren scheren is wijs, zij het niet strikt nodig.

Het benaderen van vrouwen luistert nauw. Stel, je ziet een vrouw aankomen en je wilt haar aanspreken. Dat doe je als volgt. Eerst zorg je dat je wordt gezien. Dan stel je je tijdig op, twee meter voor de aan te spreken vrouw en zegt: “Mag ik u even lastig vallen?” De effecten van deze simpele strategie zijn vaak verbluffend positief, al krijg je in de Randstad, vooral als het om een lieftallige jongedame gaat, soms de reactie: “Nou nee, dat bepaald niet”.
Ik heb dit onlangs, met andere strategieën, tijdens een zwerftocht uitgetest in verschillende steden: Dordrecht (bij de grote rivieren), Bodegraven (bijbelgordel, rivierengebied), Zandvoort (boven de rivieren, een oord waar veel slechteriken wonen, bomvol toeristen).
Bezuiden de grote rivieren gaat alles goed. Iedere vrouw gaat soepel op je vraag in en loopt als het nodig is een eind met je op. In sommige bijbelgordelplaatsen gaat het tegenwoordig ook goed, maar de soepelheid is er minder groot. [De bijbelgordel is een landstrook door het midden van Nederland waar veel streng orthodox protestanten wonen.] Je moet eraan denken dat de gewenste afstand er niet twee maar drie meter is. In mondaine badplaatsen zoals Zandvoort heb je een mensensmeltkroes en kun je allerlei reacties verwachten. De variatie aan reacties houdt de geestkracht van de zwerver levend.

Deze publicatie is onderdeel van het column van prof. dr. Wim J. Van der Steen, klik hier voor meer publicaties van de auteur.

 

Boeken van de auteur

Beyond Boundaries of Biomedicine Denken over geneeskunde Evolution as Natural History Geneeskunde tussen Geleerdheid en Gezond Verstand
 

Toezicht op psychiaters faalt

Labels

Links

Meta

Statistieken

Bezoekers (details)


Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
0900 444 8888 (10 cent/pm)
helpdesk@pvp.nl
MindFreedom International (MFI) Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens (NCRM) International Association Against Psychiatric Assault (IAAPA)
Emil Ratelband - Geef je kind geen pillen maar een Seminar!