Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-4445005
 
 
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

Vier bengels in de psychiatrie

Datum: 6 juli 2009, 09:48
Tekst gepubliceerd 6 juli 2009. Copyright © prof. dr. Wim J. van der Steen. Plaatsing van de tekst door derden in enig ander medium is niet toegestaan zonder toestemming van de auteur. Weergave van kleine gedeelten of van de kern van de inhoud is toegestaan, mits de bron (auteur, titel, gegevens website, datum) expliciet worden vermeld.

japie krekel geweten ethiek psychiatrieVan bengels heb ik altijd gehouden. Maar dan moet het wel gaan om bengels van het goede soort: goede mensen die aandacht vragen voor belangrijke onaangename waarheden.
Mijn taal leg ik even uit:

  • goed: a) moreel goed; b) wetenschappelijk goed, dus thuis in meer dan één vakgebied
  • aandacht vragen: de juiste mensen aanspreken of aanschrijven; de juiste mensen zijn mensen die de bengel snappen en iets goed doen met zijn boodschap.
  • belangrijk: iets wat veel mensen niet weten of willen weten terwijl het er toe doet
  • onaangenaam: iets wat naar het denken of naar het gevoel van de aangesprokene of aangeschrevene in strijd is met zijn of haar eigenbelang
  • waarheid: een idee dat overduidelijk, zonder ingewikkelde poespas, blijkt te kloppen met iets wat aan de hand is.

In de wetenschap—als onderzoek en als praktijk—kom je tegenwoordig niet veel bengels tegen. In de psychiatrie valt het wel mee. Dat komt doordat het vak als wetenschap in het ongerede is geraakt, zodat er veel werk is voor bengels. Ik bespreek hier eerst kort het werk van vier bengels, David Healy, Peter Breggin, Niall Mclaren en Joanna Moncrieff.

Om te beginnen David Healy. In zijn boek The creation of psychopharmacology, verschenen in 2002, beschrijft Healy de geschiedenis van het medicijngebruik in de psychiatrie. Als goede bengel beschrijft hij hoe de psychiatrie, vooral in de VS, het hellend vlak afgleed van wetenschap naar pseudowetenschap, onder invloed van de farmaceutische industrie.
Interessant is wat Healy schrijft over de geschiedenis van het schizofreniebegrip. Vrij gangbaar is al heel lang de veronderstelling dat schizofrenie wordt gekenmerkt door negatieve symptomen zoals onsamenhangend denken en afwezigheid en “positieve” symptomen zoals wanen en hallucinaties.
Een jaar of 40 geleden ontstond de veronderstelling dat een afwijking van dopamine in de hersenen de positieve symptomen veroorzaakt. Dopamine is een neurotransmitter, een stof die betrokken is bij de overdracht van signalen tussen zenuwcellen. Later zou blijken dat de dopamine-hypothese onjuist is. Er zijn overigens weer nieuwe varianten van de hypothese in omloop.
Omstreeks 1990 ontstonden kwam de farmaceutische industrie voor dilemma’s te staan. Commercieel succesvolle medicijnen—antipsychotica ofwel neuroleptica—werden verdacht. Ze kwamen voort uit de dopamine-hypothese en die klopte niet meer. Bij nader inzien werkten ze niet goed en ze veroorzaakten gevaarlijke bijwerkingen. Bovendien verliepen de patenten op de middelen, en zoiets vindt de industrie niet leuk.
Een nieuw soort medicijnen ging nu het toneel beheersen, de atypische antipsychotica. Die veroorzaken medicijnvergiftiging, door de industrie voorgesteld als negatieve symptomen van schizofrenie. Helaas tuinden patiëntenorganisaties hier in; patiënten die leden onder de bijwerkingen van de oude middelen wilden daar graag van af.
In de jaren 60 waren ernstige geboorteafwijkingen aan het licht gekomen bij kinderen van moeders die thalidomide (softenon) hadden geslikt tijdens de zwangerschap. Dat leidde tot een strengere wetgeving in de VS. Dat werkte als een boemerang. Omdat als gevolg ervan weinig nieuwe middelen op de markt kwamen, deden de autoriteiten water bij de wijn. Daardoor kon bijvoorbeeld een SSRI, Prozac, op de markt komen; SSRI’s zijn “moderne” antidepressiva. Aan dat middel wijdde Healy in 2004 een heel boek: Let them eat prozac: the unhealthy relationship between the pharmaceutical industry and depression.
In dit boek beschrijft Healy nauwgezet de lotgevallen van mensen die SSRIs gebruikten. Op basis van veel wetenschappelijk onderzoek, en informatie over de handel en wandel van de industrie, concludeert bij dat SSRI’s verantwoordelijk zijn voor duizenden zelfmoorden—en veel moorden. Ik denk dat hij gelijk heeft, maar de zelfmoordkwestie is nog steeds omstreden. De industrie speelt hier een grote rol, met de stelling dat depressies, niet antidepressiva, de zelfmoorden veroorzaken.
Niet iedereen was blij met wat Healy zoal aan het licht bracht. De universiteit van Toronto benoemde hem bijvoorbeeld eerst tot hoogleraar en trok de benoeming in toen Healy er een lezing hield over de zelfmoordkwestie—ongetwijfeld onder druk van de industrie.
Wat later werd Healy na een proces door de rechter in het gelijk gesteld. Hij kreeg een schadevergoeding en werd deeltijdhoogleraar in Toronto.

De tweede bengel, Peter Breggin, laat—net als Healy overigens—regelmatig van zich horen, wetenschappelijk en politiek. De titel van zijn laatste boek, verschenen in 2008, spreekt voor zich: Medication madness. A psychiatrist exposés the dangers of mood-altering medications.
De kern van het boek laat zich in een paar zinnen samenvatten. De medicijnen die psychiaters voorschrijven hebben meestal geen genezende werking. Integendeel, ze veroorzaken psychiatrische stoornissen of verergeren die. Over de zelfmoordkwestie die Healy aansnijdt laat Breggin zich onverbloemd uit. De medicijnen veroorzaken op grote schaal zelfmoord, vaak ook moord.
De boodschap van het boek is ijzersterk. Breggin beschrijft gedetailleerd de lotgevallen van veel mensen. Soms gaat het om personen waar niet veel mee aan de hand was vóór ze de medicijnen gingen gebruiken, bijvoorbeeld personen die buiten hun schuld ineens geplaagd werden door pech. Hun psychiaters gingen de pech te lijf met het voorschrijven van de medicijnen en daarna ging alles mis. In veel gevallen ging het overigens niet alleen om psychiaters maar ook om andere specialisten en huisartsen.
Breggin staat bekend als een wat eenzijdige activist. Hij laat, anders dan Healy, niet zien dat sommige mensen positief reageren op de medicijnen van psychiaters. Het zij hem vergeven. Weinigen hebben zo goed als hij de negatieve kant onderbouwd.

De derde bengel, Niall McLaren, is is niet een activist. Zijn hoofdthema is niet de rol van de industrie in de psychiatrie, maar de wetenschappelijke kwaliteit van het vak.\In 2007 publiceerde hij het boek Humanizing madness. Psychiatry and the cognitive neurosciences. Daarin verzet hij zich tegen de biologische psychiatrie en tegen de psychoanalyse.
De huidige psychiatrie beschikt volgens hem niet over goede wetenschappelijke theorieën. Interessant is zijn opvatting dat het belang van pathologische depressie als stoornis wordt overschat terwijl het belang van pathologische angst wordt onderschat.
Pathologische angst is wellicht de belangrijkste psychiatrische stoornis. De biologische achtergrond ervan is duidelijk: Bedreigingen door gevaarlijke dingen kunnen ons behoorlijk ziek maken en zulke bedreigingen zijn met het leven gegeven. Pathologische depressie is vaak een gevolg van angst, iets wat te weinig wordt ingezien.
De psychiatrie is tegenwoordig ingewikkeld door het grote aantal stoornissen waar de hoofdstroom van het vak ons tegenwoordig mee plaagt. Doordat McLaren het aantal ziekten terugbrengt, gaat het vak er veel eenvoudiger uitzien.
De praktijk geeft McLaren gelijk. Met gezond verstand behandelt hij veel patiënten, met positieve resultaten, vrijwel altijd zonder medicijnen voor te schrijven. Zijn verzet tegen onnodig medicijngebruik deelt hij met Healy en Breggin.

Joanna Moncrieff, de vierde bengel, constateert net als Healy en Breggin dat het gebruik van medicijnen in de psychiatrie, onder invloed van de farmaceutische industrie, uit de hand is gelopen.
Zij gaat veel dieper dan de andere bengels in op wetenschappelijke wantoestanden in de psychiatrie. Haar in 2008 verschenen boek, The myth of the chemical cure, a critique of psychiatric drug treatment, brengt wetenschappelijke dwalingen overtuigend aan het licht.
Moncrieff noemt het gangbare model voor de behandeling van psychiatrische stoornissen met medicijnen het “disease-centred model”. Het model ziet stoornissen in de hersenen als oorzaak van psychische ziekten. De medicijnen zouden de stoornissen en de symptomen die er het gevolg van zijn corrigeren.
Moncrieff stelt hier het “drug-centred model” tegenover: Stoornissen zoals psychiaters die beschrijven bestaan niet echt. In een andere vorm bestaan ze wel, maar vaak zijn ze het gevolg van de medicijnen. Die beïnvloeden de emoties en het gedrag van zieke mensen, op zo’n manier dat de oorspronkelijke ziekteverschijnselen op de achtergrond raken. De bijwerkingen van de medicijnen zijn vaak zo ernstig, dat het middel erger is dan de kwaal. Zo kunnen patiënten de kwaal vergeten doordat ze er iets ergers voor in de plaats krijgen.

De vier bengels zijn hoogleraar in de psychiatrie. Er zijn natuurlijk meer bengels, al zijn er naar verhouding niet veel. Laten we hopen dat het werk van bengels de psychiatrie verbetert. Eenvoudig zal dit niet zijn.

Bronnen

De boeken van de vier bengels noemde ik al. Er is natuurlijk meer literatuur over het onderwerp. Die noem ik nu niet omdat ik gedetailleerd wilde ingaan op het werk van vier hoogleraren.

Literatuur

  • Breggin, P.R. (2008). Medication madness. A psychiatrist exposes the dangers of mood-altering medications. New York: St Martin’s Press.
  • Healy, D. (2002). The creation of psychopharmacology. Cambridge, Mas­sachusetts: Harvard University Press.
  • Healy, D. (2004). Let them eat prozac: The unhealthy relationship between the pharmaceutical industry and depression. New York & Londen: New York University Press.
  • McLaren, N. (2007). Humanizing madness. Psychiatry and the cognitive neurosciences. Ann Arbor: Future Psychiatrie Press.
  • Moncrieff, J. (2008b). The myth of the chemical cure. A critique of psychiatric drug treatment. Basingstoke & New York: Palgrave Macmillan.

Deze publicatie is onderdeel van het column van prof. dr. Wim J. Van der Steen, klik hier voor meer publicaties van de auteur.

 

Boeken van de auteur

Denken over geneeskunde Nieuwe wegen voor de geneeskunde Beyond Boundaries of Biomedicine Evolution as Natural History
 

Psychiatrisch onderzoekers ontmaskerd

In deze uitzending van VARA/VPRO Argos worden psychiatrisch onderzoekers ontmaskerd. Antidepressiva van het type SSRI blijken de kans op zelfmoord bij kinderen te verdubbelen. Maar de bewuste psychiatrische onderzoekers trachten het publiek het tegenovergestelde wijs te maken met gehaaide misleiding. In deze reportage vallen ze door de mand.

Labels

Links

Meta

Statistieken

Bezoekers (details)


Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
0900 444 8888 (10 cent/pm)
helpdesk@pvp.nl
MindFreedom International (MFI) Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens (NCRM) International Association Against Psychiatric Assault (IAAPA)
Emil Ratelband - Geef je kind geen pillen maar een Seminar!