Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-4445005
 
 
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

Te veel zand

Datum: 14 augustus 2009, 21:08
Tekst gepubliceerd 14 augustus 2009. Copyright © prof. dr. Wim J. van der Steen. Plaatsing van de tekst door derden in enig ander medium is niet toegestaan zonder toestemming van de auteur. Weergave van kleine gedeelten of van de kern van de inhoud is toegestaan, mits de bron (auteur, titel, gegevens website, datum) expliciet worden vermeld.

zandWat zou er met prinsjesdag gebeuren? Dat hangt af van de lotgevallen van een vorige column van me (openbaar vervoer: bron van pathologie?) en van de tekst die jullie hieronder aantreffen. Ik weet het, aannemelijk klinkt dit nog niet, maar jullie zullen het begrijpen als je dit stuk uit hebt.
Als je eenmaal ziet hoe de maatschappij in Nederland in elkaar zit, dan zie je ineens waarom ik gelijk heb. Het probleem is dat we zitten met te veel zand en te weinig geld.
Ik begin met een algemene visie op zand. In Nederland hebben we zand in allerlei soorten en maten. Om te beginnen het strandzand. Dat hebben we in overvloed. De horizon dreigt echter te worden bedorven door windmolens in zee en de zeelucht door hoogovenlucht, al is de laatstgenoemde lucht inmiddels minder ruikbaar.
Soms denken hooggeplaatsten zelfs aan een vliegveld in zee, maar ik heb de indruk dat het zeevliegveld inmiddels van de baan is. Het zand trekt natuurlijk toeristen aan en toeristen dragen geld aan. Als er minder toeristen komen doordat het strandzand niet meer lekker ligt door wat je ziet en ruikt, dan komt er minder geld en dat heeft weer gevolgen voor prinsjesdag.
Nederland heeft ook beroemde zandverstuivingen. Die worden in stand gehouden omdat het zou gaan om kostbare natuur. Dat is gewoon niet waar. Dit zand kwam er doordat de mens in het verleden zo slecht omging met de grond dat mooie begroeiing plaats maakte voor zand. In dat zand kun je niet goed lopen. Daar is het te mul voor. Maar soms gaat er weer wat groeien. Dan kun je er wel lopen, maar mag het niet omdat het zou gaan om kostbare natuur. Er is dan ook veel zandgrond waar je niet kunt of mag komen, en dat maakt de bevolkingsdruk in gebieden zonder zand onnodig groot. Daardoor krijg je meer psychisch zieke mensen. Dat hebben knappe onderzoekers aangetoond.
Abstract zand is nog veel gevaarlijker dan echt zand. Daar kom ik nog uitgebreid over te schrijven, maar eerst kom ik terug op mijn column over het openbaar vervoer. Daarin heb ik laten zien dat veel mis is met treinen en bussen. In het oog springen vooral stoelen in wat oudere treinen met bolle rugpartijen waar je alleen met een holle rug tegenaan kunt zitten. Daardoor ontstaan op grote schaal rugklachten. Niet in het oog springen vaak toiletten. Die zijn er namelijk in veel gevallen niet meer omdat de NS in haar wijsheid heeft besloten ze in sommige gevallen terug te dringen, in andere gevallen af te schaffen. Ook dit leidt tot veel kwalen omdat de reiziger zo wordt gedwongen, ongezond weinig te drinken.
Deze misstanden leiden tot de vraag: Wie is hiervoor verantwoordelijk. Ik zou denken: uiteindelijk de regering vanwege het openbaarvervoerbeleid. Wat jaren geleden heeft een minister, ik weet al niet meer wie, besloten dat vrije concurrentie een groot goed is. Dat heeft geleid tot de huidige wantoestanden. De onderneming Syntus, opererend in de Achterhoek en Twente, is er een sprekend voorbeeld van. Die won een concurrentieslag door te werken met treinen die goedkoper zijn dan die van de concurrent doordat is bezuinigd op toiletten. Die ontbreken volledig. DE NS is nu doende, het Syntus-voorbeeld na te volgen.
Voor de hand ligt nu de volgende strategie. De reizigers die ziek werden en vaak blijven, uiteindelijk door het beleid van een minister, voortgezet door de huidige regering, zouden collectief letselschadeadvocaten kunnen inschakelen en de regering een proces aan doen. Ik weet niet precies hoe zoiets moet, maar dat weten de advocaten wel. Stel dat jaarlijks 10.000 reizigers ziek en voor een deel invalide worden door het beleid dat ik beschreef. Ik schat dat per geval gemiddeld een vergoeding van 100.000,– euro een niet zo gekke schatting is. Dan kom je uit op een bedrag van 1.000.000.000,– euro, voor een deel op jaarbasis, voor een deel op levensbasis. Dit bedrag zou je uiteindelijk uit de schatkist moeten halen. Als lezers van mijn column die nog per openbaar vervoer reizen hier lucht van krijgen, dan zijn de rapen gaar. De rijksbegroting klopt dan niet meer, en met prinsjesdag ontstaat een volksopstand waardoor sprekers in het Binnenhof, sommigen hooggeplaatst, zich niet meer verstaanbaar kunnen maken. Dat hen het spreken wordt belet, is alleen maar goed, want wat ze willen zeggen klopt niet meer. Het ligt niet in mijn aard, op te roepen tot een barricaderevolutie, maar ik wil Den Haag hierbij wel waarschuwen dat alles anders moet.

Het wordt tijd voor wat bespiegelingen over abstract zand. Dat is nog veel gevaarlijker dan echt zand. Ik doel op zand in de machine van onze samenleving. Het gevaar van zulk zand is voortreffelijk beschreven in Het zand in de machine, managerscultuur in Nederland. Dat is de titel van het boekje van Chris van der Heijden dat Contact in 2007 uitgaf. Managers hebben het voor het zeggenen en professionals hebben het nakijken, aldus van der Heijden.
Nederland is, zo constateert hij terecht, uniek. Nergens anders heb je zo’n wanverhouding tussen managers en professionals. Als je er eenmaal oog voor hebt, dan zie je het verschijnsel in alle hoeken en gaten van onze samenleving.
De treinen zonder toiletten zijn er een sprekend voorbeeld van. Zit de minister die hier uiteindelijk verantwoordelijk voor is wel eens een paar uur in treinen en bussen zonder toilet? Ik weet bijna zeker van niet. De minister zou er ziek van worden, en als dat gebeurt zitten we ineens met een machtsvacuüm. Omdat zo’n machtsvacuüm zelden voorkomt in ons land, kun je concluderen dat de minister nooit langdurig zonder toilet is. Maar dat betekent tegelijk dat hij niet de ervaring heeft die nodig is om het openbaar vervoer te begrijpen. En dat betekent weer dat de minister niets kan verbeteren, want je kunt alleen verbeteren wat je begrijpt. Ik denk dat Chris van der Heijden zo’n situatie op het oog heeft; hij noemt alleen maar andere voorbeelden dan ik. Laten we afwachten wat gebeurt als velen deze column hebben gelezen.. Ik hoop eigenlijk dat de regering dan valt, maar met zoiets zijn ze in Nederland niet erg scheutig. Er lopen hier te veel tegenwerkende managers rond.

Een ander treffend voorbeeld is op dit moment de GGZ (geestelijke gezondheidszorg). Haagse managers, uiteindelijk ministers, laten al een tijdje een bureaucratische papierwinkel neerdalen op deze sector van de maatschappij. De RIAGGs hebben er bijvoorbeeld zwaar onder te lijden. Ik ken vrijveel mensen die in zo’n instelling werken. In een paar gevallen hebben alle psychiaters ontslag genomen omdat de situatie niet meer was uit te houden. Als je een uur per patiënt hebt, dan moet je 55 minuten besteden aan het invullen van computerformulieren, wil je Haagse Normen halen. De procedure is bedoeld om na te gaan hoe goed de aan de cliënt gegeven behandelingen werken. Als je langs die weg constateert dat het goedkoper kan, dan is dat mooi meegenomen. Wordt het goedkoper? Dat is een lastige vraag. Enerzijds is er meer tijd nodig omdat behandelaars er onmogelijk veel papierwerk bij krijgen. Dat kost geld. De patiënten worden minder goed behandeld. Dat kost ook geld, want ze blijven langer ziek. Anderzijds slaan veel patiënten op de vlucht voor de papierwinkel. Die hoef je niet meer te behandelen, want ze zijn weg. Dat maakt de GGZ dus weer goedkoper. Ik denk dat we uiteindelijk duurder uit zijn. Daar komt natuurlijk bij dat een groot deel van de treinreizigers in de GGZ terecht komt, en dat is weer een vervelende kostenpost. Daar komt bij dat de treinen hierdoor leger worden en dus minder rendabel. Ik weet niet precies wie daar uiteindelijk voor opdraait.

Ik realiseer me dat mijn GGZ-verhaal niet iedereen zal overtuigen. Vervelend is dat ik veel getuigenverklaringen tot mijn beschikking heb, maar de betrokkenen willen anoniem blijven uit vrees voor onaangename dingen zoals ontslag. Als je alsmaar niet doet wat managers je opdragen, dan ben je al gauw het haasje of hazinnetje. Hoe het ook zij, ik kan alleen maar rustig afwachten of de regering valt door mijn toedoen.

Een veel groter dilemma voor me is op dit moment, dat ik in staat ben een belangrijke bank in Nederland om te laten vallen, door het prijsgeven van vertrouwelijke informatie waar ik sinds kort over beschik. Dat wil ik niet op mijngeweten hebben—er is toch al te weinig geld in Nederland. Daarom vertel ik mijn verhaal zonder te vermelden om welke bank het gaat.
Het begon als volgt. Mijn bank, lat ik die X noemen, werd overgenomen door een andere die ik hier Y noem. Mat bank X ging alles altijd prima, maar met bank Y begonnen de problemen. Ik krijg een nieuwe pinpas toegestuurd, bevestig aan een begeleidende brief, waarin staat dat mijn pincode hetzelfde blijft. Gelukkig maar; in het onthouden van allerlei codes ben ik geen ster. Ik probeer de brief waar de pas aan vast zit van de pas af te halen. Dat mislukt maar voor een deel. Wat blijkt? Bank X gebruikte stickerlijm met weinig kleefkracht. Bank Y heeft die vervangen door de beruchte stickerlijm die je er niet afkrijgt zonder chemische middelen.
Ik bel de bank op. Zoiets is tegenwoordig een hele onderneming. Je krijgt eerst een stel opdrachten van het type “toets nu uw … nummer in”. Als je alle nummers die worden gevraagd toevallig weet, dan komt tot je grote opluchting een stem aan de lijn. Maar de opluchting maakt al snel plaats voor diepe wanhoop (ik zit nu met een zware depressie). “U krijgt nu onze sprekende computer aan de lijn. Spreek uw boodschap in, dan wordt u verbonden met de medewerker die u kan helpen met wat u meldt”. Dit is nog tot daar aan toe. Erger wordt het als je iets hebt ingesproken waar de computer niet van houdt. “Uw boodschap is niet voldoende duidelijk. Probeer het opnieuw.” Na de tweede poging had ik geluk. Een levend mens stond me te woord. “Met Pietje, waar kan ik u mee helpen?” (zulke standaardzinnen leren medewerkers kennelijk bij hun opleiding).
Ik leg uit dat ik ben vastgelopen door de stickerlijm. Ik vraag: tegen welk chemisch middel is de pinpas bestand? “Meneer, dat weet ik niet, dat moet u zelf oplossen.” Ik vraag wat ik nu het best kan doen en leg uit dat ik het verkeerd vind, stickerlijm achter te laten in allerlei pinasapparaten. Die apparaten zullen het overigens vast niet doen als je er een pas met een dikke laag lijm in doet. “Menneer, probeert u het gewoon eens.” Ik zeg dat ik dit niet zal doen en dat ik een nieuw pinpas wil, zonder de lijm. “Meneer, we hebben dit nog nooit meegemaakt, u bent de eerste.”
Zou dit waar zijn? Ik kan het nauwelijks geloven. Maar misschien zit het als volgt. De goede medewerkers van de bank zijn gevlucht, en er zijn nieuwe medewerkers aangetrokken die eigenlijk zijn opgeleid als psychiater of zo. Die zijn natuurlijk gewend om flink te lijmen, dat is hun vak.
Het lukt me hoe dan ook een nieuwe pinpas toegezegd te krijgen. En ja, de volgende dag al krijg ik een vriendelijke brief waarin staat dat de pinpas in aantocht is, en dat ik op een bepaalde plaats en tijd met de brief en een legitimatiebewijs de door mij aangevraagde pincode krijg. Dat si vreemd. Ik heb helemaal geen nieuwe pincode aangevraagd.
Dus op nieuw bellen. Het lukt me de sprekende computer ongehinderd te passeren. Nu krijg ik een levend mens aan de lijn die meer begrip toont. Hij zegt dat hij zal nagaan hoe het zit en verzoekt me aan de lijn te blijven. Zoiets heb ik vaker meegemaakt. Je gaat wachten en krijgt lange tijd tuut-tuut te horen of muziek waar je niet van houdt. Ondertussen begint mijn saldo snel te slinken. Het telefoongesprek begon namelijk met de mededeling dat ik 10 eurocent per minuut moet betalen.
De bankmedewerker komt na lange tijd weer aan de lijn. “Ik heb alles uitgezocht en het klopt.” Ik vraag hem wat de oorzaak is van alle ellende. Nu ga ik hem letterlijk citeren. “Meneer, wij zijn lijdend, daardoor maken we fouten.” Wel van dat lijden wist ik al. Moet ik daarom meelijden? Ik vraag hoe het zit met de pincode die ik helemaal niet heb aangevraagd. “Ach meneer, dat staat alleen maar in een brief die onze computer automatisch aanmaakt in een geval als het uwe. Wat in de brief staat klopt niet. U moet de brief weggooien.”
Het gesprek eindigt met een cadeau. “Meneer, u zou eigenlijk moeten betalen voor de nieuwe pinpas, maar ik heb de computer opdracht gegeven u geen rekening te laten sturen. We doen het ditmaal gratis, voor u.”
Ben ik even blij! Nu wacht ik af wat voor lijm er zal zitten aan de nieuwe pinpas die ik krijg.

Het voel me zwaar, deze column te schrijven, want ik voel een grote verantwoordelijkheid—misschien gaat de regering wel vallen dor de column, of valt een bank om als iemand er achter komt om welke bank het gaat. Maar misschien heb ik het bij het verkeerde eind. Misschien lijd ik behalve aan een verantwoordelijkheidsdepressie ook aan een complottheoriewaan. Zo’n waan bestaat uit het zien van spoken in plaats van eerlijke managers. Als ik zo’n waan heb, dan ben ik de eerste, want hij staat nog in geen enkel handboek van de psychiaters en ook niet in inmiddels openbaar gemaakte geheime stukken van de farmaceutische industrie (daarover meer in latere columns).

Wie net als ik last heeft van complottheoriewanen zal vermoedelijk met de volgende gedachtegang mijn lotgevallen verklaren. We leden en lijden aan een financiële crises veroorzaakt door hypotheekproblemen in de VS. Deskundigen die van de hoed en de rand weten voorspellen dat er een tweede crisis op komst is: een creditcardcrisis. Dat weten de banken hier natuurlijk ook. Hoe los je zoiets als bank op? Heel eenvoudig. Je maakt pinpassen, creditcards en degelijke onbruikbaar door ze in te smeren met stickerlijm die er niet afgaat. Dan kan op den duur niemand meer geld opnemen. Bovendien gaan alle paslezers kapot, met hetzelfde effect. Dit voorkomt dat je als bank omvalt en dat is goed voor onze economie.

Zou dat zijn wat minister Bos bedoelt als hij belooft dat de regering spaarders hun geld terug geeft als een bank omvalt? Misschien weet hij gewoon dat banken bij ons niet kunnen omvallen omdat er nog steeds veel lijm te koop is.

Bronnen

Mijn bronnen zijn anoniem, maar veel van wat ik schreef kan iedere burger controleren. Dit is alleen wel gevaarlijk. Door het openbaar vervoer kun je ziek worden, gesprekken met banken zijn heel duur en stickerlijm zou wel eens giftig kunnen zijn. . Chis van der Heijden schreef het boekje over zand in de machine (van de samenleving). Het boekje is een waardevolle eye-opener.

Literatuur

Van der Heijden, C. (2007). Het zand in de machine, managerscultuur in Nederland, Amsterdam en Antwerpen: Contact.

Deze publicatie is onderdeel van het column van prof. dr. Wim J. Van der Steen, klik hier voor meer publicaties van de auteur.

 

Boeken van de auteur

Nieuwe wegen voor de geneeskunde Beyond Boundaries of Biomedicine Denken over geneeskunde Evolution as Natural History
 

Psychiatrisch onderzoekers ontmaskerd

In deze uitzending van VARA/VPRO Argos worden psychiatrisch onderzoekers ontmaskerd. Antidepressiva van het type SSRI blijken de kans op zelfmoord bij kinderen te verdubbelen. Maar de bewuste psychiatrische onderzoekers trachten het publiek het tegenovergestelde wijs te maken met gehaaide misleiding. In deze reportage vallen ze door de mand.

Labels

Links

Meta

Statistieken

Bezoekers (details)


Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
0900 444 8888 (10 cent/pm)
helpdesk@pvp.nl
MindFreedom International (MFI) Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens (NCRM) International Association Against Psychiatric Assault (IAAPA)
Emil Ratelband - Geef je kind geen pillen maar een Seminar!