Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-4445005
 
 
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

Taalwegen of dwaalwegen?

Datum: 31 augustus 2009, 14:12
Tekst gepubliceerd 31 augustus 2009. Copyright © prof. dr. Wim J. van der Steen. Plaatsing van de tekst door derden in enig ander medium is niet toegestaan zonder toestemming van de auteur. Weergave van kleine gedeelten of van de kern van de inhoud is toegestaan, mits de bron (auteur, titel, gegevens website, datum) expliciet worden vermeld.

Vol verrassingen zit onze taal. In een eerdere column besprak ik al het woord “geestdrift” als voorbeeld. Met zo’n woord kun je naar hartelust manipuleren, zodat je eigen taalweg wordt tot dwaalweg van anderen. Laat ik eerst even wat andere voorbeelden geven van de mogelijkheden die een enkel woord biedt. Indianenverhalen: schijnbaar een onschuldig woord. Maar kijk uit. Racisten kunnen het woord achteloos uit de mond geven [“in de mond nemen” is natuurlijk een dwaze uitdrukking’] en zonder dat de argeloze luisteraar het in de gaten heeft mare verspreiden dat je superieure mensen hebt maar ook inferieure mensen, indianen bijvoorbeeld.
Het gebruik van een vreemde taal doet het natuurlijk ook goed. Daarmee kun je in bepaalde kringen suggereren dat je erudiet bent. De kreet “mon Dieu” (Frans: mijn God) is bijvoorbeeld heel geschikt voor dames om aan te geven dat ze volgens de regels van een of andere moraal leven.

doolhof

Doordat ik veel meemaakte in de Tweede Wereldoorlog en erover studeerde en schreef, heb ik bij Duits altijd een wat nare associatie, die niet representatief is: “Wir haben es nicht gewusst” (We hebben het niet geweten), uitgesproken door oorlogsmisdadigers tijdens processen na de oorlog.
Italiaans doet het in sommige kringen goed. Je kunt bij voorbeeld als het even stil is tijdens een formeel etentje, nadat iemand iets doms zei, achteloos zeggen: “Si non e vero, e siempre bene trovato” (Als het niet waar is, dan is het in ieder geval goed gevonden). Dan bereik je dat iedereen weer opgelucht een hapje kaviaar neemt terwijl je het zelf gemaakt hebt doordat je de harmonie aan tafel herstelde.
Je moet overigens wel goed bedenken of je (als je een heer bent) de tafeldame links van je of de dame rechts van je  de kaviaar aanreikt. Stel, de dame links vind je mooier dan die rechts, en je wilt met de linkse later contact hebben. Dan moet je de kaviaar niet naar links maar naar rechts aanbieden, zó dat het wordt opgemerkt. De dame links registreert dan je hoffelijkheid meteen, want vrouwen zijn solidair. Dat vergroot je kansen voor later. Er zijn veel van zulke handigheidjes en ik vind dit ze zo leuk, dat ik er soms les in geef. Maar ik dwaal af; het ging over taal.
Tegenwoordig maak ik helaas niet veel etentjes meer mee met mensen die de Latijnse taal spreken. Misschien gebeurt het nog wel tijdens etentjes van afvallige priesters met hun dames, maar daarvoor wordt ik niet uitgenodigd want doordat ik geen geestelijke was kon ik ook niet afvallen. Mocht ik desondanks een uitnodiging krijgen, dan zal ik zeker een keer achteloos wat Ovidius uit de kast halen. Heel geschikt is bijvoorbeeld: “Gutta cavat lapis non vi sed saepe cadendo” (De druppel holt de steen niet uit door geweld maar door vaak te vallen). Deze zin vertegenwoordigt een schone waarheid. Je kunt daarbij denken aan het gezegde: Al is de leugen (denk aan geweld) nog zo snel, de waarheid (denk aan de druppel) achterhaalt haar wel. Een prachtig gezegde. Ik hoop dat er waarheid in schuilt. In sombere buien ben ik soms bang dat het om een leugen gaat en dat het gezegde zou moeten luiden: Al is de waarheid nog zo snel, de leugen achterhaalt haar wel.

Omdat ik niet weet hoe het zit met de talenkennis van mijn lezers, houd ik het verder op onze eigen taal. Een woord dat net zo interessant is als “geestdrift” is “geheimzinnig”. Bij dat woord sta ik graag even stil. De combinatie van geheim en zinnig is vreemd. Ikzelf heb ik ieder geval gemerkt dat de geheimen die mij worden verteld niet zinnig zijn maar onzinnig—maar anderen hebben misschien andere ervaringen.
Laat ik me iets nauwkeuriger uitdrukken. Wat ik me vaak afvraag als me geheimen worden verteld, gaat over de zinnigheid van de dingen die geheim zijn,  niet de zinnigheid van de geheimen zelf. “Zinnig” gebruik ik hier in een heel ruime betekenis, voor dingen die kloppen en bovendien moreel in de haak zijn. Hierna noem ik te hooi en te gras voorbeelden waar ik in de loop van mijn leven betrokken was. Mijn informanten mag ik natuurlijk niet met name noemen; daarom verander ik af en toe namen van personen en van steden. Ik heb overigens ook voorbeelden van dingen waar iedereen met speurwerk achter kan komen.
Lezers die niet tegen een stootje kunnen, meld ik dat het misschien wijs is, niet verder te lezen. Zo’n waarschuwing kom je in geschreven tekst ten onrechte niet vaak tegen. Als je voor de buis zit, krijg je wél te horen wanneer er iets schokkends aankomt.

Met waarheid en leugen had ik in mijn lange leven veel te maken. Even een voorbeeld waar ik een paar jaar geleden bijna was betrokken. Ik hoorde bij een organisatie (ik moet het vaag houden) met een schurkachtige directeur aan het hoofd. Voor alle zekerheid wilde ik controleren of die vertrouwelijke informatie voor zich hield.
Zoiets is heel eenvoudig als je de trucs eenmaal kent.  Ik vond dat ik schone handen hield als ik in dit geval zou liegen; dat zal hoop ik bij lezing van de anekdote duidelijk zijn. Met een uitgestreken gezicht vraag ik de man of ik met strikt vertrouwelijke informatie bij hem terecht kan. Dat beaamt hij. Vervolgens vertel ik een verhaal om bij te watertanden waar geen draad van klopte. Een dag later belt een collega uit een andere stad me op met de vraag of het verhaal juist is. Een aardige bevestiging van de veronderstelling dat de directeur niet te vertrouwen is.
Het was toen een woelige tijd. Ik was klokkenluider en daarom probeerde hij slinkse strategieën uit om me kwijt te raken. Zo vertelde hij leugens over mij aan een argeloze ondergeschikte. Die vertelde de leugens geschrokken door. Degenen die het hoorden klopten weer bij de directeur aan, omdat mijn wandaden natuurlijk hogerop gemeld moeten worden. De directeur kon vervolgens andere hooggeplaatsten melden dat velen zich hadden beklaagd over mijn wangedrag.  Ik kon aantonen dat dit niet juist kon zijn en nam maatregelen om het geheel te laten uitgroeien tot een schandaal waarbij uiteindelijk de directeur sneefde. Maar wat er in zo’n geval precies gebeurt, hang je natuurlijk niet aan de grote klok. Dat blijft geheim.

Een tijdje lang is de tak van sport die ik zojuist beschreef wel aardig, maar leuk is anders. Een enkele keer lukt het om hooggeplaatste slechteriken uit te rangeren, maar eenvoudig is het niet.

Even nog een voorbeeld dat met het vorige was verweven. Een andere hooggeplaatste heer, een professor, probeert een heel begaafde vrouwelijke medewerkster, werkend in deeltijd, te dwingen, een andere deeltijdfunctie op te geven. De hooggeleerde wilde haar voltijds in dienst hebben en dreigde met ontslag als ze niet meewerkte. De medewerkster, laaggeleerde, niet hooggeleerde, spant een kort geding aan. De kantonrechter stelt haar in het gelijk, kent haar een zakje met geld toe, en gaat akkoord met het ontslag. De juridische overweging is in dit geval dat het ontslag een hoger belang is gediend en dat het lagere belang van de medewerkster daarom moet wijken. Dat is de wet in dit kikkerland; ik ken nog veel meer gevallen. Volgens mij had de wetgever die voor deze situatie zorgde vuile handen, het als de directeur en de hooggeleerde. In de voorgeschiedenis van wetboeken kom je dan ook veel beduimeld papier tegen.
Deze situatie vind ik wat ongewenst. Je bereikt ermee dat hooggeplaatsten met vuile handen de gelegenheid houden om anderen op te leiden en over te dragen dat zij ook hun handen vuil moeten maken. Zo ontstaat vanzelf de mythe dat hogerop, in Den Haag bijvoorbeeld, vuile handen onvermijdelijk zijn. Je krijgt op die manier een land dat een goede bekende van me af en toe omschrijft als bananenrepubliek. We zijn weliswaar geen republiek, maar bananen zijn er genoeg.
Sommige hooggeplaatsten kwamen hogerop doordat ze naar boven vielen. Als ze nog gelovig zijn ook, dan denken ze, vrees ik, dat ze zo in de hemel komen. Dat is niet waar. De hemel is beneden. Boven lacht de duivel in zijn vuistje over ons geklungel, dat in ons land onnodig nare vormen heeft aangenomen.

Binnenkort verschijnt een artikel dat ik met een collega schreef over verkeerd gebruik van antibiotica. De officiële verschijning is nu nog geheim. Het schrijven kostte ons veel zweet en tranen. Het probleem was dat de sommige richtlijnen voor het gebruik van antibiotica geheim zijn. Ik citeer uit een e-mail (26 januari 2008) weer om dit toe te lichten:

Geachte heer Van der Steen,

Via www.artsenapotheker.nl hebben wij uw aanmelding gekregen.

Op grond van de door u ingevulde gegevens hebben wij u niet kunnen vinden in het BIG-register. Daarom heeft u geen toegang tot alle informatie in het besloten gedeelte.

ArtsenApotheker.nl B.V.

Een klein kind van mensen die ik ken is ernstig ziek. Ik meen dat de wijze waarop antibiotica werden voorgeschreven onjuist is. Een volwassen vrouw die ik ken is ziek door een ten onrechte voor een specialist voorgeschreven antibiotica kuur. Ik ben geen arts en dus ben ik strafbaar als ik de betrokkenen adviseer om de voorschriften van de artsen te negeren. Ik ben geen varken, dat geloven de meeste mensen wel. Ik ben zelfs geen BIG en daarom mag ik niet weten waar het handelen van de antibioticavoorschrijvers op is gebaseerd.

Met het volgende voorbeeld heb ik net als veel andere oudere heren te maken. Ik citeer een mededeling van de Vereniging voor Urologie die op internet is te vinden.

http://www.urolog.nl/urolog/php/content.php?doc=richtlijn_nvu&profmenu=yes&nvu=yes (bezocht 31 augustus 2009).

Helaas heeft de Nederlandse Vereniging voor Urologie (NvU) besloten dat haar richtlijnen niet openbaar gemaakt mogen worden.?De UROlog redactie betreurt het dat deze informatie nu niet meer vrij toegankelijk is, temeer daar de Europese en Amerikaanse Verenigingen voor Urologie (EAU en AUA) hiermee kennelijk minder moeite hebben. Daarnaast gaat het hierbij om, in pricipe, openbare informatie. Gezien de goede relatie met de NvU, heeft de UROlog redactie echter gemeend om gevolg te moeten geven aan het verzoek om de richtlijnen, die al vele jaren een onderdeel van de UROlog website vormden, van de site te verwijderen.
Wij hopen dat U hiervoor begrip hebt. ?

Langs een omweg kreeg ik de richtlijnen in handen hoewel ze geheim zijn. Ik vond er wetenschappelijke tegenstrijdigheden in Veel andere oudere heren die ik ken zijn uitgeweken naar het buitenland voor een behandeling door urologen.

Met de laatste twee voorbeelden bedoel ik natuurlijk niet aan te geven dat all artsen die antibiotica voorschrijven niet goed bezig zijn en dat alle urologen boter op het hoofd hebben. Het is me alleen om de geheimhouding te doen. Die is volgens mij niet in overeenstemming met de grondbeginselen van de dmocratie.
Die grondbeginselen vertrouwde ik toch al voor geen cent. Het begon allemaal met de slogan “Vrijheid, gelijkheid, broederschap” uit de Franse revolutie. Opvallend is dat hier de zusterschap ontbreekt. Dat heeft wellicht te maken met een zekere minachting voor vrouwen. De discriminatie van deze wonderbaarlijkje wezens heeft een lange geschiedenis. Al in de oudheid werden ze vaak van hun baarmoeder ontdaan als ze kinderloos bleven, om hysterie te voorkomen. Zo’n oparatie heet dan ook hysterectomie (zie Wikipedia, dit trefwoord). Vevolgens werd in de middeleeuwen een groot aantal overtollig geachte dames op de brandstapel als heks verbrand.  Na de Franse Revolutie keerden de praktijken uit de oudheid terug. Het eruit slopen van baarmoeders werd opnieuw een manier om iets wat men hysterie noemde te genezen of zelfs te voorkomen. Wat later werden gebrekige meisjes en vrouwen (ook mannen) vóór de Tweede Wereldoorlog door psychiaters in handige gaskamertjes in psychiatrische ziekenhuizen aan een zachte dood geholpen. Dit is gelukkig nu niet meer gangbaar.

Ik heb de richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie opgezocht om na te gaan hoe het er tegenwoordig voorstaat; die is gelukkig niet geheim. De richtlijn is wetenschappelijk onderbouwd, met maar liefst vijf rapporten en vijftien artikelen. Zie:
http://www.nvog.nl/files/30_sterilisatie.pdf (geraadpleegd 31 augustus 2009). De richtlijn is van 2000, dus misschien niet up to date. Interesant is de constatering in de richtlijn dat per jaar in Nederland 10.000 vrouwen worden gesteriliseerd. Dat is vast wel een goede zaak; om eugenetische praktijken zal het inmikdels niet meer gaan. Maar ik weet wel dat sommige allochtone vrouwen geen vertrouwen hebben in de Nederlandse situatie. Ik ben in vertrouwen genoemen door een lid van een netwerk van allochtone vrouwen. Die houden elkaar op de hoogte van ervaringen opgedaan in Nederland. De situatie is op dit moment nog dat veel van de vrouwen ervoor kiezen, naar het buitenland te gaan voor een bevalling. Ik bedoel hiermee niet aan te geven dat ik hen gelijk geef maar wel dat er iets mis is met de relatie tussen artsen in Nederland en allochtonen.

ADHD is uiteraard mijn volgende onderwerp. Daar is nu veel over te doen; ik schreef er onlangs een column over. De ADHD-richtlijk is gelukkig niet geheim. Ik citeer er een klein stukje uit:

Richtlijn ADHD bij kinderen en volwassenen
Datum Goedkeuring: 2007-03-01, Verantwoording: Landelijke Stuurgroep/Trimbos-instituut, Versie: 1.0
http://www.ggzrichtlijnen.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&richtlijn_id=29 (bezocht 31 augustus 2009).

Om een zo groot mogelijk draagvlak te verkrijgen voor de toepassing van de richtlijn in de praktijk worden de multidisciplinaire richtlijnen ter ‘geldig verklaring’ voorgelegd aan de beroepsverenigingen, nadat het binnengekomen commentaar op de concepttekst is verwerkt. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) heeft laten weten de richtlijn ADHD bij kinderen en jeugdigen niet te autoriseren omdat de invalshoek een specialistische is en de huisartsgeneeskundige aspecten er onvoldoende in zijn opgenomen.
Daarnaast heeft de Vereniging voor Neurologie aangegeven de richtlijn niet te autoriseren.
Alle andere meewerkende beroeps- en cliënten-/familieorganisaties hebben de richtlijn geautoriseerd, dan wel goedgekeurd.

Dat huisartsen dwars liggen geeft te denken. Dat ikzelf dwars lig heb ik in een vorige column al aangegeven.

Onlangs kwam ik bij de ingang van een bos een groepje hangjongeren tegen. Een van hen zei: “Meneer, weet u iets voor ons om te doen?” Dat bracht een driestrijd in me teweeg. Ik had geen ritalin op zak maar kon dat bij een apotheek gaan stelen. Die mogelijkheid verwierp ik in mezelf meteen. Tweede mogelijkheid: met ze gaan hollen. Dat wilde ik ook niet, want ik heb een hekel aan hollen. Ik bood ze de derde mogelijkheid aan: met ze op excursie gaan in het bos. Dat viel in goede aarde. We hebben veel planten en dieren gezien waar ze nog nooit van hadden gehoord. Wie weet heeft mijn actie wel geleid tot een bescheiden vermindering van het gebruik van ritalin.

De bijlage beschrijft hoe de situatie een kleine halve eeuw geleden was. De rituelen en de conventies waren toen anders, maar in de grond van de zaak is er geen keer ten goede gekomen. Het is nu alleen wat gemakkelijker om uit te zoeken hoe vorken in stelen zitten. Hoe ik in bepaalde kringen met echte vorken moet omgaan begin ik ook te leren; iemand geeft me eetles. Je bent nooit te oud om af te leren.

Bronnen

Ik kreeg informatie van een paar honderd Nederlanders met schone handen. Ze willen annoniem blijven.

Literatuur

De informatie die ik kreeg schreef niemand eerder in deze vorm op. Deze column is dus een soort premiére.

Bijlage

Uit: Wim J. van der Steen (2008). Het andere land, een novelle voor zwervers op zoek naar een betere wereld. Free Musketeers (internetuitgeverij).

De amandel

Het wordt tijd om te onthullen hoe mijn zwerverschap ontstond. Het begon allemaal met de amandel. Daar moet ik eerst vrij veel over vertellen voor ik kan verduidelijken welke wonderlijke wegen je hebt te gaan om je te ontwikkelen van ongewoon mens tot gewone zwerver.

De amandel zag ik voor het eerst toen ik in 1960 voor de spiegel stond. Amandelen werden in die tijd door KNO-artsen op grote schaal uit kinderkelen geknipt, een gewoonte waar ze weliswaar aan verdienden, maar die later toch is afgezworen wegens nutteloosheid, uitzonderingen daargelaten.
Amandelknippen bij grote mensen was minder gebruikelijk. Ik werd een uitzondering, want mij knippen was bittere noodzaak. Voor de spiegel zag ik kijkend in mijn keel een groeisel, van opzij ver uitstekend nabij het achterste van de tong. Vreemd genoeg had ik het verschijnsel niet eerder waargenomen, vermoedelijk doordat het achterste van mijn tong toen nog niet in de openbaarheid was.

Na overleg met de huisarts kwam ik kort daarna terecht in een KNO-afdeling in een beroemd ziekenhuis. De naam van het ziekenhuis vermeld ik niet, dat zou niet kies zijn; het zal vaker voorkomen in mijn vertelling, aangeduid als Het Ziekenhuis.
In de KNO-afdeling ontstond meteen grote beroering omdat een amandel zoals de mijne nog nooit was waargenomen. In één klap was ik, voor het eerst, een hoogst interessant object geworden. Als persoon deed ik er minder toe. De geneeskunde hield zich in de jaren zestig nog niet met personen bezig. Tegenwoordig is het anders, al komen artsen nog steeds niet veel personen tegen.
Uitgebreid werd de amandel onderzocht, met als hamvraag om wat voor infectie het ging. Vreemd, zo’n hamvraag. Bij een groeisel als het mijne dacht een bioloog als ik aan andere oorzaken. Een antwoord op de hamvraag vonden de KNO-ers dan ook niet en dus kon ik nadat het obstakel in de keel met scherp gereedschap was verwijderd, gerustgesteld naar huis terugkeren. De amandel was weg, de oorzaak dus ook, zo dacht men denk ik.

Ruw meldde men mij weken later dat ik niet als enige anders dacht. Halverwege de avond gaat de telefoon. Ik neem op. Het gesprek daarna staat me nog helder voor de geest. Ik geef het letterlijk weer. Vrouwenstem: Bent u meneer Van der Steen? Ik: Ja, dat ben ik. Vrouwenstem: U wordt morgen opgenomen in Het Ziekenhuis, afdeling Interne Geneeskunde. Ik: Waarom? Vrouwenstem: Dat mag ik u niet vertellen. U hoort het morgen wel. Meteen werd de hoorn neergelegd door de vrouw met de stem. Ik houd van vrouwen, maar er zijn uitzonderingen.
Het gesprek blonk uit door helderheid en beknoptheid. Maar een beetje meer informatie had er wel bij gekund. Werkers in de gezondheidzorg blonken in mijn jonge jaren niet uit door scheutigheid met informatie. Er wordt wel eens gedacht dat het tegenwoordig anders is, maar dat is een misvatting. Een stroom van iets wat informatie voorstelt vloeit ons tegemoet uit stortbakken van geneeskunde. Al te vaak gaat het om weinig meer dan reclame aangevuld met dingen die er wel toe doen maar hun doel voorbijschieten bij gebrek aan taal die zwervers als ik begrijpen.

Door deze ervaring leerde ik te zoeken naar andere, echte, interessante vrouwen, jong en oud. De eerste impuls om aan het zwerven te gaan diende zich aan. Vele zouden er snel op volgen, meestal met mannen als aanjagers. De vrouw met de stem was een uitzondering, waardevol omdat zij mij de zwerfweg wees, ook al wist ze het niet. Soms scheppen mensen goede dingen zonder het te weten, geluk brengend bij een ongeluk.

De tijd waarin dit speelt was ook in andere opzichten aangenaam. Het openbaar vervoer werkte uitstekend. Op tal van plaatsen in steden kwam je krullen tegen. Weinig mensen weten nu wat een krul is. Krullen bestaan nog wel, maar ze zijn zeldzaam geworden. Een krul is een klein metalen bouwsel met twee afdelingen en dus twee ingangen, iets hoger dan een man. In de wand zitten gaatjes zodat je kunt zien of het bouwsel een man bevat, of zelfs twee mannen. Als niemand erin staat, mag je als man naar binnen. Als er één man staat aan de ene kant, dan mag je de andere kant nemen. Vervolgens laat je overtollig water stromen naar een gat in de vloer.

De uitvinder van de krul verdient de Prijs voor Maatschappelijke Vernieuwing. Helaas had niemand een krulachtige voorziening voor vrouwen uitgevonden, maar voor hen waren er wel wat andere, minder talrijke voorzieningen.

De ochtend nadat de vrouwenstem me overkwam, meldde ik me braaf in het hol van de leeuw. De naam van de leeuw vermeld ik niet, dat zou niet kies zijn; hij zal vaker voorkomen in mijn vertelling, aangeduid als De Leeuw. De Leeuw was hoogleraar-directeur van de afdeling, een alom gerespecteerde beroemdheid, nestor van de medische ethiek in de Lage Landen, na zijn dood geëerd met instellingen naar hem vernoemd.
De Leeuw brulde nooit, want iedereen kroop al voor hem uit. Zijn karakter heb ik nauwgezet bestudeerd met eigen waarnemingen. Detectivebloed begon in mijn aderen te stromen. Met een enkel voorbeeld duid ik een karaktertrek aan van het vereerde opperhoofd. Hij betreedt een ziekenzaal, op twee meter afstand gevolgd door de chef de clinique, weer twee meter daarachter een bijeengedromd groepje schuchtere co-assistenten. De hooggeleerde bekijkt één voor één de patiëntenstaten op het voeteneind van de aanwezige bedbewoners, daar kort tevoren neergelegd door gedienstige verpleegsters, voor de patiënten niet ter inzage. Bij ieder bed bespreekt De Leeuw met zijn gevolg, inmiddels hem omgevend, fluisterend de toestand van de patiënten. Hij slaat een bed over. Zegt een co-assistent: Professor, U vergeet dit meisje. Zegt De Leeuw, voor allen hoorbaar: Nee, die hoeven we niet te bespreken, die gaat toch dood. De ethiek kruipt waar zij niet gaan kan.

Na mijn opname onderga ik veelsoortige vormen van onderzoek, door allerlei artsen. Veel vraag ik. Op iedere vraag volgt een botte weigering om te antwoorden. Een optocht van De Leeuw en zijn gevolg maak ik in volle glorie mee. Mijn eigen toestand wordt fluisterend besproken. Dat is verheugend, want nu heb ik tenminste de informatie dat nog niet is geconstateerd dat ik binnenkort doodga.
Nog verheugender is dat ik even later als enige nóg meer informatie krijg. De stoet verlaat de ziekenzaal, weer met de gepaste afstanden tussen de geneesheren. De laatste co-assistent verricht voor hij de zaal verlaat een daad getuigend van heldenmoed. Schichtig controleert hij of zijn voorgangers hem in de gaten hebben. Dat is niet het geval. Op een drafje komt hij naar mijn bed. Het hoofd gebogen naar mijn oor fluistert hij gejaagd: Ik mag niets zeggen, maar ik zeg toch dat we aan iets kwaads denken. Twee seconden later verlaat hij in galop de zaal. Dat was nog eens nuttige informatie. Ze denken aan kanker of zoiets, en het luchtte me op, dit te weten.

Het vervolg van de speurtocht is spannend. Zwervend door de gangen van Het Ziekenhuis pik ik wat informatie op, maar daar heb ik niet echt iets aan. Ik verlaat tegen de regels in een nacht de zaal, en betreedt tegen nog meer regels het wachthok van de dienstdoende nachtzuster, een prachtvrouw waarmee ik met zwerversmethoden eerder een goed lijntje maakte. We kleppen gezellig wat af. Ik vraag haar, me stiekem mijn dossier te laten lezen. Dat wil ze best, want ze weet dat zwervers gepast zwijgen als het moet. Helaas, zegt ze verdrietig, ik kan je niet helpen, want de dossiers liggen achter slot en grendel. Gauw nemen we afscheid, want als ze wordt betrapt is ze nog niet jarig. Mijn eigen verjaardagen interesseerden me al niet meer, want ik dacht dat ik die niet meer zou vieren.

Voor een enkel gat ben ik niet te vangen. Een nieuwe speurgang dient zich aan. Een vriend van me, student geneeskunde, volgt onderwijs in Het Ziekenhuis. Een medezwerver is hij, al zal dit niet lang duren. We wisten toen nog niet dat hij kort na onze speurtocht aan kanker zou overlijden. Samen ontwikkelen we een plan. Hij stelt twee strategieën voor. De eerste is eenvoudig. Ik moet een levensverzekering afsluiten, de verzekeringsarts vertellen wat mij in Het Ziekenhuis ten deel valt en hem formeel toestemming geven informatie te vragen aan leeuwen en andere dieren. Als je na zoiets wordt goedgekeurd voor de verzekering, dan kun je aannemen dat je niet wordt verdacht van iets kwaads.
Natuurlijk wacht ik even met deze strategie, want ik weet dat ze in Het Ziekenhuis nog denken aan iets kwaads. Als het onderzoek is afgelopen, dan zal ik met de strategie aan het werk gaan. Ik heb het in een later stadium inderdaad gedaan, en het resultaat was positief. Leerzaam was dit. Je komt er niet gemakkelijk achter dat het afsluiten van een levensverzekering een handige methode is om als patiënt achter diagnoses te komen. Handig is deze methode, maar je moet er wel voor betalen. De gezondheidszorg is hoe dan ook duur door gekke dingen die weinigen weten.

De tweede strategie is ingewikkelder. Die kun je pas volgen als je veel weet over het onderwijs dat geneeskundestudenten genieten. Mijn vriend licht me in over twee thema’s in het onderwijs die vallen onder een soort beroepsgeheim voor de studenten.
Eerste thema: Geef nooit informatie aan biologen over hun ziekte, want biologen denken dat ze verstand hebben van geneeskunde en dat is natuurlijk niet zo. Helaas was ik bioloog.
Tweede thema: bedenk als je een patiënt voorlicht een stuk of wat ziektebeelden die je zou kunnen slijten, rangschik die naar de graad van ernst, onderzoek hoe intelligent de patiënt is, en verkoop de minst ernstige diagnose aan de betrokkene. Ik geef hiermee in beknopte vorm weer wat een officieel onderdeel was van het toenmalige onderwijs.
Mijn vriend kon mijn dossier niet inzien, maar hij wist wel welke reeks ziektebeelden in mijn geval van toepassing was. Die heb ik uit mijn hoofd geleerd, met de graden van veronderstelde ernst erbij. Ik besloot die te gebruiken in een onderhoud met de chef de clinique, een wijze, menselijke arts. Deze moest alleen omzichtig omgaan met zijn menslievendheid, want de bovenbaas mocht er niets van merken. Ook dit kwam ik met wat speurwerk te weten.

Eerst even wachten dus. Na mijn ontslag uit Het Ziekenhuis moesten eerst andere dingen gebeuren. Ik was belangrijk, want ik was bioloog. Regelmatig werd ik opgetrommeld voor controle. Dat ging als volgt. Ik werd gebeld door een telefoonvrouw. Die deelde me mee dat ik ’s avonds werd verwacht in een bepaalde ruimte in Het Ziekenhuis. Ik ging erheen en nam plaats op een stoel, de enige in de ruimte, die verder leeg was. Na verloop van tijd trad De Leeuw binnen, op twee meter afstand gevolgd door de chef de clinique. De Leeuw gaat voor me staan en spreekt gevleugelde woorden: Zeg eens aaaaaah. Dat deed ik dan. De hooggeleerde plette vervolgens met een spatel mijn tong en wierp een deskundige blik mijn keelgat in. Daarna mocht de chef de clinique het nadoen. Het gebeuren eindigde met het vertrek van de heren, De Leeuw voorop, de chef de clinique twee meter erachter. Meer dan eens maakte ik dit mee. Nooit werd een woord gesproken, behalve natuurlijk de gevleugelde woorden van de hooggeleerde.

Na deze gedenkwaardige belevenissen vroeg ik een onderhoud aan met de chef de clinique. Ik begon met een korte toespraak waarin ik de kennis via mijn vriend verworven weergaf. De vorm ervan was: Ik weet dat jullie de gewoonte hebben om … maar ik ben tegen veel bestand en ik krijg liever citroenen dan knollen.
De toespraak was een ernstige misser. De chef de clinique had zoiets niet nodig. Hij was menselijk, openhartig, een uitzondering in die dagen. Ik kreeg een gedetailleerde diagnose te horen met als kernboodschap: we snappen er niets van.
Vijftien jaar later krijg ik meer informatie. Ik word gebeld door de patholoog-anatoom van Het Ziekenhuis die de amandel onderzocht; laat ik hem X noemen. Het volledige telefoongesprek geef ik weer. Ik: Met Wim van der Steen. Hij, luid en snel: Met X. Ik onderzocht indertijd je amandel. Nu heb ik de diagnose. Een tweede patiënt had hetzelfde. Lymphoblastoom, goedaardig. Ik heb er een publicatie over geschreven. Pats, hoorn op de haak. Iets terugzeggen kon ik niet. De geste van X om me te bellen is fantastisch. Hij is vast een goed mens.

De geneeskunde is tegenwoordig radicaal anders, naar mijn idee niet beter. Onder het vernis van officiële vertogen opgetuigd met mooi klinkende beweersels zit de laag van goed en kwaad die nooit verandert. Drie soorten mensen zijn er, goede mensen, slechte mensen en zwervers, daar gaat het om. Ik hoor bij de zwervers.

Deze publicatie is onderdeel van het column van prof. dr. Wim J. Van der Steen, klik hier voor meer publicaties van de auteur.

 

Boeken van de auteur

Beyond Boundaries of Biomedicine Denken over geneeskunde Evolution as Natural History Geneeskunde tussen Geleerdheid en Gezond Verstand
 

Psychiatrisch onderzoekers ontmaskerd

In deze uitzending van VARA/VPRO Argos worden psychiatrisch onderzoekers ontmaskerd. Antidepressiva van het type SSRI blijken de kans op zelfmoord bij kinderen te verdubbelen. Maar de bewuste psychiatrische onderzoekers trachten het publiek het tegenovergestelde wijs te maken met gehaaide misleiding. In deze reportage vallen ze door de mand.

Labels

Links

Meta

Statistieken

Bezoekers (details)


Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
0900 444 8888 (10 cent/pm)
helpdesk@pvp.nl
MindFreedom International (MFI) Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens (NCRM) International Association Against Psychiatric Assault (IAAPA)
Emil Ratelband - Geef je kind geen pillen maar een Seminar!