Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-4445005
 
 
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

Roken: niet gek voor gekken

Datum: 18 augustus 2009, 08:16
Tekst gepubliceerd 18 augustus 2009. Copyright © prof. dr. Wim J. van der Steen. Plaatsing van de tekst door derden in enig ander medium is niet toegestaan zonder toestemming van de auteur. Weergave van kleine gedeelten of van de kern van de inhoud is toegestaan, mits de bron (auteur, titel, gegevens website, datum) expliciet worden vermeld.

rokende jongenAls ze niet een jaar of dertig geleden een beroemd Nobelprijswinnaar hadden bekogeld met rotte tomaten, dan kon ik nu rustig in restaurants genieten van rookconcumpties bij de maaltijd. Ik weet het, dit lijkt onwaarschijnlijk, maar ik zal mijn bewering in deze column het spijkerharde wetenschap aannemelijk maken.
Die spijkerharde wetenschap bij elkaar krijgen, dat was de moeilijkste onderneming die ik ooit ondernam. Dat het moeilijk was, komt door twee met elkaar samenhangende factoren die ik eerst even kort bespreek.
Ten eerste: De wetenschap wordt tegenwoordig verziekt door een steeds machtiger wordende groep, de antikwakzalvers. Dat zijn mensen die op iedere hoek van de straat een kwakzalver menen te zien. Ze lijden duidelijk aan een in de literatuur nog niet beschreven ziekte, het antikwakzalversyndroom. Een van de symptomen is dat ze de orthomoleculaire geneeskunde brandmerken als kwakzalverij. Ik moet toegeven dat ze soms gelijk hebben. Onder de orthomoleculaire jongens en meisjes lopen inderdaad kwakzalvers rond, maar daarnaast vind je er briljante geleerder die waardevolle therapieën ontwikkelden. Kortom, het gaat er net zo toe als in de rest van de geneeskunde. Met die megadosissen aan vitaminen moet je overigens voorzichtig zijn. Je kunt er ziek van worden en je moet wel precies weten wat je er mee doet en waarom.
Ten tweede: De officiële medische wetenschap is besmet met het antikwakzalversvirus.
De eenvoudigste manier om de samenhang op te sporen is: onderzoek doen over een tak van de geneeskunde die orthomoleculaire geneeskunde heet, hierna kortheidshalve aangeduid als OM.
De orthomoleculaire geneeskunde is uitgevonden door de Nobelprijswinnaar Linus Pauling. Die greeg als enige aardbewoner twee keer een niet met anderen gedeelde Nobelprijs, voor scheikunde en voor de vrede, in 1954 en in 1962. Prachtig. Maar daarna begon de ellende. Linus ging samenwerken met de Schotse arts Ewan Cameron. Zij ontwikkelden de theorie dat een megadosis van vitamine C goed zou werken bij het te lijf gaan van kanker. Een van de boeken van Linus heet dan ook Vitamin C and Cancer; het verscheen in 1979.
Dit was tegen het zere been van het medische establishment. Hij kreeg het zwaar te verduren en werd zelfs tijdens een lezing met rotte tomaten bekogeld. Ik heb de hele geschiedenis goed uitgezocht, maar bespreek deze verder niet, want mijn verhaal wordt al ingewikkeld genoeg.
In de officiële geneeskunde is de orthomoleculaire geneeskunde sindsdien gestraft met een zwaar taboe. De straf is extreem. Dat is gemakkelijk te controleren door een onderzoek in PubMed, het belangrijkste literatuurbestand van de geneeskunde, op Internet gemakkelijk te vinden en te raadplegen. PubMed een paar miljoen artikelen per jaar, verschenen in vele duizenden tijdschriften. Maar tijdschriften zoals Journal of Orthomolecular Medicine worden door PubMed niet verwerkt.

Abraham Hoffer is een van de mannen van het eerste orthomoleculaire uur. In 2005 publiceerde hij zijn wetenschappelijke autobiografie, Adventures in psychiatry. De titel geeft het al aan: Hoffer heeft door de jaren heen orthomoleculaire geneeskunde toegepast in de psychiatrie. Hij ontwikkelde de theorie dat hoge een hoge dosis niacine (vitamine B3) schizofrenie kan genezen of op zijn minst verlichten. Op grote schaal heeft hij de theorie toegepast, meet succes, hoewel hij op allerlei manieren werd tegengewerkt. Zijn verhaal klinkt overtuigend, maar je moet natuurlijk uitkijken met het voor zoete koek slikken wat een enkel persoon beweert. Ik heb dan ook een uitgebreid onderzoek gedaan om zijn beweringen wetenschappelijk te controleren. Dat was natuurlijk lastig, want PubMed helpt je daar niet bij. Maar langs een omweg kom je, zoals nog zal blijken, toch een heel eind.
Een tweede eye-openerboek is What really causes schizophrenia van Harold Foster, dat in 2003 verscheen. In de traditie van de orthomoleculaire geneeskunde deed Foster uitgebreid literatuuronderzoek over de oorzaken van schizofrenie, met resultaten die overeenkomen met die van Hoffer. Beide heren dragen grote hoeveelheden gewone wetenschappelijke literatuur aan om hun visie te onderbouwen. Ik ben door aanvullend onderzoek tot de conclusie gekomen dat we hun ideeën serieus moeten nemen, al zou het onwijs zijn om een niacine-hype te ontketenen. Natuurlijk is niacine alleen maar een stukje van een ingewikkelde puzzel, maar het gaat wel om een belangrijk stukje. Ik geef hierna een sterk vereenvoudigd beeld van de wetenschappelijke stand van zaken; een deel van de omvangrijke literatuur die hier belangrijk is, komt bij “bronnen”.

Tot mijn spijt moet ik nu regelmatig moeilijke woorden gaan gebruiken anders ontstaat een verkeerd beeld van de wetenschappelijke puzzel die ik leg.
Vrij algemeen bekend is dat schizofreniepatiënten afwijkend reageren op niacine. “Gewone” mensen reageren op een hoge dosis met blozen; je kunt dat bijvoorbeeld aantonen door het aanbrengen van (een van de varianten0 van niacine op de huid. Die wordt dan ter plekke rood. Dit verschijnsel staat bekend als de niacin flush. Gekend is ook dat schizofreniepatiënten de flush niet vertonen. Dit wijst er op dat bij hen iets aan de hand is met niacine. De veronderstelling dat ze een niacinetekort hebben en dat niacine bij hen therapeutisch zou kunnen werken, is dus niet zo gek.
De werkelijkheid is zoals meestal veel ingewikkelder. De kern van de theorie van Hoffer en Foster is dat dit vitamine de omzetting van het hormoon epinefrine (adrenaline) in adenochroom remt. Adenochroom is een giftige stof, een van de oorzaken van schizofrenie. Omdat schizofreniepatiënten een tekort aan niacine hebben, krijgen ze te veel adenochroom in hun bloed en daardoor worden ze ziek.
De adenochroomtheorie is in het verleden afgeschoten door medische onderzoekers, maar als je wat verder kijkt dan je neus lang is, dan blijkt dat ze niet goed hebben gemikt.
De afschieters hebben in zoverre gelijk dat niacine (vitamine B3) alleen niet een goede keus is. Maar dat had Foster in een grijs verleden ook al aangegeven. Hij voegde bijvoorbeeld ook vitamine B6 en zink toe. Later onderzoek—in dit geval met ratten, over de invloed van niacine op hart en vaten’ bevestigde dit. Niacine alleen werkt niet erg goed, met B6 erbij gaat het beter. Het probleem is dat niacine alleen de omzetting van het aminozuur methionine in het uiterst schadelijke homocysteïne bevordert. De vitamines B6 en B12 gaan dit tegen.

Kennelijk zijn B-vitaminen nogal belangrijk bij schizofrenie. Hoe kunnen we de tekorten die de patiënten hebben verklaren? Daar hebben de heren Hoffer en Foster een interessante visie op. Ze stellen dat schizofrenie voor 1800 weinig voorkwam en daarna steeds algemener werd. De toename ging samen met een veandering in het werk met graanmolens. Men ging wit meel produceren zonder de kafjes die om graankorrels heen zitten. In die kafjes zitten veel B-vitaminen. Zo kregen veel mensen tekorten en wie gevoelig was voor schizofrenie kreeg de ziekte door de nieuwe werkwijze van molenaars, die alleen maar het publiek terwille waren.

De vitaminekwestie is op geen stukken na het hele verhaal. Bij schizofreniepatiënten zijn ook afwijkende varianten gevonden van bepaalde enzymen, die Foster al noemt. Ik beperk me hier tot twee enzymen, glutathion-S-transferase (GST), en methyleentetrahydrofolate reductase (MTHFR). GST stuurt het hormoon glutathion aan, en bevordert langs die weg de omzetting van adrenaline in het ziekmakende adennochroom en MTHFR bevordert processen waardoor meer homocysteïne ontstaat, het uitermate schadelijke aminozuur. Volgens Foster beïnvloedt adenochroom weer een schildklierhormoon, iets wat psychosen bevordert. Gebruik van suiker kan dit alles nog erger maken; daardoor stijgt de epinefrinespiegel, iets wat weer meer adenochroom oplevert. Daar komt bij dat door dit ales de vetzuurstofwisseling in het ongerede raakt, in onze cultuur toch al een groot risico door het tekort aan omega-3 vetzuren in onze voeding.
In de “gewone” wetenschappelijke literatuur vinden we bevestigingen van deze visie. Bij allerlei psychische ziekten, niet alleen bij schizofrenie, zijn afwijkende vormen van GST en MTHFR gevonden. De MTHFR-afwijkingen suggereren overigens dat foliumzuur, ook een B-vitamine, betrokken bij het homocysteïneprobleem, therapeutische waarde zou kunnen hebben.

Veruit het meest interessant bij mijn gepuzzel vond ik de relaties die zijn ontdekt tussen schizofrenie—en andere psychische ziektes—en kanker. Over de band genomen komt bij deze ziektes kanker minder voor, maar er zijn uitzonderingen. Bij schizofrenie is een keer een verhoogde kans op borstkanker gevonden, en ook een verhoogde kans op kanker van de dikke darm, vooral bij patiënten die antipsychotica slikken. Kanker van de luchtwegen komt daarentegen minder voor.

Bij onderzoek over dit soort verbanden moet je voorzichtig zijn. Dat licht ik toe aande hand van een hypothetisch voorbeeld dat over iets anders gaat.
In een rustig gelegen dorpje woonden 100 mensen. Vijftig van hen liepen twee keer per weektrouw naar hun kerk, twintig kilomete verderop gelegen. De andere vijftig hielden niet van de dominee en ze bleven lekker thuis een boek lezen. Een onderzoeker kwam een keer op bezoek in het dorp. Hij ontdekte dat de kerkgangers veel gezonder waren dan de anderen. Blijkbaar, zo concludeerde hij, maakt naar de kerk gaan mensen gezond. Dat is natuurlijk een foute conclusie. Het kan net zo goed zijn dat de lichaamsbeweging van de kerkgangers hen gezonder maakte.
Het voorbeeld illustreert hoe lastig het is om oorzaken van ziektes te ontdekken—en effecten van behandelingen. Ik weet dan ook niet goed wat ik aan moet met de vondst van onderzoekers in Zwitserland: Zij constateerden dat schizofreniepatiënten minder roken als ze gelovig zijn. Zou het rookgedrag komen door het geloof of door andere dingen die ermee samengaan?

De relaties tussen schizofrenie (en andere psychische ziektes) en kanker worden nog interessanter als je er roken bij betrekt. Roken is niet goed voor de gezondheid, dat weet iedereen tegenwoordig. Dat wil zeggen, het is niet goed voor de lichamelijke gezondheid. Voor de geestelijke gezondheid van mensen met schizofrenie of een andere psychisce ziekte is roken vaak zo gek nog niet. Nicotine is een broertje van niacine, vitamine B3. Het heeft dan ook net zulke effecten als niacine. Veel onderzoekers hebben geconstateerd dat roken in dit geval een soort medicijn is dat mensen die een beetje gek zijn zichzelf toedienen. Als een schizofreniepatiënt heel veel rookt, dan is de kans dat hij of zij longkanker krijgt iets groter dan normaal, maar niet veel groter.
Als je verder bedenkt dat antipsychotica de kans op kanker van de dikke darm groter maken, dan zou je als je een beetje gek bent bijna geneigd zijn te zeggen: een pakje per dag is beter dan pillen van de psyschiater.
Het meest opvallend in het patroon dat we in de hier besproken wetenschappelijke literatuur aantreffen vind ik het volgende. Overduidelijk is dat goede voeding het allereerste aandachtspunt zou moeten zijn bijde behandeling van schizofrenie. Daar heeft niemand het over. Wij mensen hebben vaak meer oogkleppen op dan we ons realiseren.

Bronnen

  1. Quackwatch, een website van de antikwakzalvers heeft een artikel gewijd aan de affaire Linus Pauling (Barrett, 2008). Over PubMed deed ik negatief vanwege het buitensluiten van de orthomoleculaire geneeskunde. Dat moet ik nuanceren. Met de buitensluiting gooide PubMed volgens mij kinderen met badwaters weg. Maar PubMed neemt wel degelijk andere tijdschriften over “alternatieve” geneeskunde op. Er is bijvoorbeeld een artikel in te vinden dat Hoffer met Prousky in 2008 publiceerde in de Alternative Medicine Reviews.
  2. Het boek van Hoffer (2005) leest als een roman. Hij was een vechter die zijn hele leven tegenwerking op zijn weg vond maar ook veel medici uiteindelijk wist te overtuigen. Het boek van Foster (2003) ademt een andere geest. Het is wetenschappelijk heel gedegen. Hun visie wordt pas echt overtuigend bij plaatsing in een ruimere wetenschappelijke context. Daarbij blijkt wel, dat allerlei nuanceringen nodig zijn.
  3. De niacin flush behandelt Hoffer goed. Er is veel meer literatuur over, maar bespreking daarvan zou hier niet functioneel zijn.
  4. Ganji et al (2009) beschrijven positieve effecten van niacine (vitamine B3) op hart en vaten en ze constateren niacine-afwijkingen bij schizofrenie. Het onderzoek over niacine in combinatie met B6 wordt beschreven in Basu & Mann (1997) en Basu, Mann & Sedgewick, 2002).
  5. Voor afwijkingen in GST bij schizofrenie zie Harada, Tachikawa & Kawanishi (2001), Smythies (2002) en Saadat, Mobayen & Farrashbandi (2007). Ermee samenhangende afwkijende spiegels van glutathion worden beschreven door Gysin et al (2007), Wood et al (2009)
  6. Informatie over afwijkende vormen van MTHFR bij psychische ziekten is te vinden in Gilbody, Lewis & Lightfoot (2007), Kempisty at al (2007), Roffman et al (2007, 2008).
  7. In veel artikelen wordt een ook een samenhang beschreven tussen schizofrenie en afwijkingen in een ander enzym, catechol-O-methyltransferase. Meestal wordt een samenhang met dopamine veronderstelt. Dopamine was lang de neurotransmitter die iedereen in verband bracht met schizofrenie. De oorspronkelijke dopaminetheorie is achterhaald, maar er duiken steeds nieuwe varianten op. Volgens mij gaat het om wetenschappelijke onzin. Die komt in een latere column aan de orde.
  8. De enzymafwijkingen wijzen volgens veel onderzoekers op een erfelijke aandoening. Die conclusie is voorbarig; zie mijn eerdere column “rollen voor genen”.
  9. Borras et al (2008) vonden dat schizofreniepatiënten minder roken als ze gelovig zijn.
  10. Hippisley-Cox et al (2008) melden dat bij schizofreniepatiënten minder kanker van de luchtwegen voorkomt, en meer kanker van de dikke darm, vooral als ze antipsychotica slikken.
  11. Bij schizofrenie komt kanker minder vaak voor, met borstkanker als uitzondering. Longkanker komt iets vaker voor, maar minder vaak als je het efect van roken in relening brengt. Zie hioervoor Catts et al (2008). Informatie over positieve effecten van roken bij schisofrenie en andere psychische ziektes is te vinden in Mobascher & Winterer (2008), Ziedonis et al (2008), Conway (2009). Mensen met een psychische ziekte roken mestal veel (Diaz et al, 2009; Lawrence, Mitrou & Zubrick, 2009). Schizofreniepatiënten hebben overigens meestal een slechte lichamelijke gezondheid en ze leven minder lang dan andere mensen (Von Hausswolff-Juhlin et al, 2009).
  12. De GST afwijkingen gevonden bij schizofrenie hangen samen met de relatief kleine kans op longkanker (en de langere overlevingsduur bij longkanker): Bepaalde varianten van het enzym beïnvloeden de overlevingsduur bij longkanker (Sreeja et al (2008).

Literatuur

  1. Barrett, S. (2008). The dark side of Linus Pauling;s legacy. Quackwatch, 23 oktober, http://www.quackwatch.com/01QuackeryRelatedTopics/pauling.html (bezocht op 17 augustus 2009).
  2. Basu, T.K., Makhani, N. & Sedgwick, G. (2002). Niacin (nicotinic acid) in non-physiological doses causes hyperhomocysteineaemia in Sprague-Dawley rats. British Journal of Nutrition, 87, 115-119.
  3. Basu, T.K. & Mann, S. (1997). Vitamin B-6 normalizes the altered sulfur amino acid status of rats fed diets containing pharmacological levels of niacin without reducing niacin’s hypolipidemic effects. Journal of Nutrition, 127, 117-121.
  4. Borras, L., Mohr, S., Brandt, P.Y., Gillieron, C., Eytan, A. & Huguelet, P. (2008). Influence of spirituality and religiousness on smoking among patients with schizophrenia or schizo-affective disorder in Switzerland. International Journal of Social Psychiatry, 54, 539-549.
  5. Catts, V.S., Catts, S.V., O’Toole, B.I. & Frost, A.D. (2008). Cancer incidence in patients with schizophrenia and their first-degree relatives – a meta-analysis. Acta Psychiatrica Scandinavica, 118, 251-253.
  6. Conway, J.L. (2009). Exogenous nicotine normalises sensory gating in schizophrenia; therapeutic implications. Medical Hypotheses, 73, 259-262.
  7. Diaz, F.J., James, D., Botts, S., Maw, L., Susce, M.T. & de Leon, J. (2009). Tobacco smoking behaviors in bipolar disorder: a comparison of the general population, schizophrenia, and major depression. Bipolar Disorders, 11, 154-165.
  8. Foster, H.D. (2003). What really causes schizophrenia. Victoria, B.C.: Trafford.
  9. Ganji, S.H,. Qin, S., Zhang, L., Kamanna, V.S. & Kashyap, M.L. (2009). Niacin inhibits vascular oxidative stress, redox-sensitive genes, and monocyte adhesion to human aortic endothelial cells. Atherosclerosis,202, 68-75.
  10. Gilbody, S., Lewis, S. & Lightfoot, T. (2007). Methylenetetrahydrofolate reductase (MTHFR) genetic polymorphisms and psychiatric disorders: a HuGE review. American Journal of Epidemiology, 165, 1-13.
  11. Gysin, R., Kraftsik, R., Sandell, J., Bovet, P., Chappuis, C., Conus, P., Deppen, P., Preisig, M., Ruiz, V., Steullet, P., Tosic, M., Werge, T., Cuénod, M. & Do, KQ. (2007). Impaired glutathione synthesis in schizophrenia: convergent genetic and functional evidence. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, 104, 1662-1666
  12. Harada, S., Tachikawa, H. & Kawanishi, Y. (2001). Glutathione S-transferase M1 gene deletion may be associated with susceptibility to certain forms of schizophrenia. Biochemical and Biophysical Research Communications, 281, 267-271.
  13. Hippisley-Cox, J., Vinogradova, Y., Coupland, C. & Parker C. (2008). Risk of malignancy in patients with schizophrenia or bipolar disorder: nested case-control study. Archives of General Psychiatry, 64, 1368-1376.
  14. Hoffer, A. (2005). Adventures in psychiatry. Caledon, Ontario: KOS publishing.
  15. Hoffer, A. & Prousky, J. (2008). Successful treatment of schizophrenia requires optimal daily doses of vitamin B3. Alternative Medicine Reviews, 13, 287-291.
  16. Kempisty, B., Bober, A., Luczak, M., Czerski, P., Szczepankiewicz, A., Hauser, J. & Jagodzinski, P.P. (2007). Distribution of 1298A>C polymorphism of methylenetetrahydrofolate reductase gene in patients with bipolar disorder and schizophrenia. European Psychiatry, 22, 39-43.
  17. Lawrence, D., Mitrou, F. & Zubrick, S.R. (2009). Smoking and mental illness: results from population surveys in Australia and the United States. BMC Public Health, 9, 285 e.v.
  18. Mobascher, A. & Winterer, G. (2008). The molecular and cellular neurobiology of nicotine abuse in schizophrenia. Pharmacopsychiatry, 41, supplement 1, S51-S59.
  19. Roffman, J.L., Weiss, A.P., Deckersbach, T., Freudenreich, O., Henderson, D.C., Purcell, S., Wong, D.H., Halsted, C.H. & Goff, D.C. (2007). Effects of the methylenetetrahydrofolate reductase (MTHFR) C677T polymorphism on executive function in schizophrenia. Schizophrenia Research, 92, 181-188.
  20. Roffman, J.L., Weiss, A.P., Purcell, S., Caffalette, C.A., Freudenreich, O., Henderson, D.C., Bottiglieri, T., Wong, D.H., Halsted, C.H., Goff, D.C. (2008). Contribution of methylenetetrahydrofolate reductase (MTHFR) polymorphisms to negative symptoms in schizophrenia. Biological Psychiatry, 63, 42-48.
  21. Saadat, M., Mobayen, F. & Farrashbandi, H. (2007). Genetic polymorphism of glutathione S-transferase T1: a candidate genetic modifier of individual susceptibility to schizophrenia. Psychiatry Research, 153, 87-91.
  22. Smythies, J. (2002). The adrenochrome hypothesis of schizophrenia revisited. Neurotoxicity Research, 4, 147-150.
  23. Von Hausswolff-Juhlin, Y., Bjartveit, M., Lindström, E. & Jones P. (2009). Schizophrenia and physical health problems. Acta Psychiatrica Scandinavica Supplements, 438, 15-21.
  24. Wood, S.J., Berger, G.E., Wellard, R.M., Proffitt, T.M., McConchie, M., Berk, M., McGorry, P.D &, Pantelis, C. (2009). Medial temporal lobe glutathione concentration in first episode psychosis: a 1H-MRS investigation. Neurobiology of Disease, 33, 354-357.
  25. Ziedonis, D., Hitsman, B., Beckham, J.C., Zvolensky, M., Adler LE, Audrain-McGovern, J., Breslau, N., Brown, R.A., George, T.P., Williams, J., Calhoun, P.S. & Riley, W.T. (2008). Tobacco use and cessation in psychiatric disorders: National Institute of Mental Health report. Nicotine and Tobacco Research, 10, 1691-1715.

Deze publicatie is onderdeel van het column van prof. dr. Wim J. Van der Steen, klik hier voor meer publicaties van de auteur.

 
  • dikke harry

    tja er gaan meer clienten dood door de vele medicatie dan door het vele gepaf van de client, patient .

Boeken van de auteur

Nieuwe wegen voor de geneeskunde Geneeskunde tussen Geleerdheid en Gezond Verstand Denken over geneeskunde Beyond Boundaries of Biomedicine
 

Toezicht op psychiaters faalt

Labels

Links

Meta

Statistieken

Bezoekers (details)


Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
0900 444 8888 (10 cent/pm)
helpdesk@pvp.nl
MindFreedom International (MFI) Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens (NCRM) International Association Against Psychiatric Assault (IAAPA)
Emil Ratelband - Geef je kind geen pillen maar een Seminar!