Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-4445005
 
 
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

Ritmes uit het gareel

Datum: 31 augustus 2009, 13:27
Tekst gepubliceerd 31 augustus 2009. Copyright © prof. dr. Wim J. van der Steen. Plaatsing van de tekst door derden in enig ander medium is niet toegestaan zonder toestemming van de auteur. Weergave van kleine gedeelten of van de kern van de inhoud is toegestaan, mits de bron (auteur, titel, gegevens website, datum) expliciet worden vermeld.

biologische klokHet ontbreken van de juiste aandacht voor circadiane ritmes—dagnachtritmes opgewekt door onze biologische klok— is misschien wel de ingewikkeldste tekortkoming van de moderne geneeskunde. De geschiedenis van de te tekortkoming is zo mogelijk nog ingewikkelder. Het begon allemaal in 1960. Toen kwamen de kopstukken van het ritmiekonderzoek bijeen voor een van de Cold Spring Harbor Symposia of Quantitative Biology, nr. 25. Het symposium was dit keer geheel gewijd aan biologische ritmiek bij planten, dieren en mensen, vooral circadiane ritmiek. Halberg was er, de onderzoeker die met talloze publicaties vocht en nog vecht voor een ritmiekbewuste geneeskunde, en Pittendrigh, die veel nieuwe verschijnselen ontdekte in werk met fruitvliegjes. Ik noem het tweetal omdat ze in de rest van dit verhaal een rol spelen.

Circadiane ritmiek is ingewikkeld, dat bleek overduidelijk tijdens het symposium. In de column “Migraine: het bloed kruipt waar het niet gaan kan”, kwam de ingewikkeldheid al om de hoek kijken; die breid ik hier uit.
De meeste processen in ons lichaam en in onze geest vertonen een dagnachtritme. In de migrainecolumn nam ik als voorbeeld het hormoon vasopressine (= antidiuretisch hormoon, ADH). Dat hormoon maken we ’s nachts meer aan dan overdag. Daardoor ontstaat minder urine, iets wat onze nachtrust ten goede komt. Onze bloeddruk en onze lichaamstemperatuur vertonen ook een dagnachtritme, en ga zo maar door.
Zulke ritmes zijn endogeen. Daarmee bedoelen we dat ze worden opgewekt door een biologische klok in ons lichaam. Als we steeds in het donker of steeds in het licht verblijven, dan houdt de circadiane klok niet precies het etmaal aan; de periode is dan wat korter of wat langer dan 24 uur. De klok wordt steeds bijgesteld door de omgeving. Ritmes waarbij alleen de omgeving een rol speelt en niet ook een biologische klok, noemen we exogeen. Vermoedelijk zijn al onze dagnachtritmes endogeen, maar helemaal zeker is dit niet.
Licht is een belangrijke bijsteller, Zeitgeber, van circadiane ritmes. Wanneer het na de nacht licht wordt en waneer het na de dag donker wordt, gaat de biologische klok in de pas lopen. De bijstelling verloopt echter niet altijd vlot. Na een transatlantische vlucht volgt de klok het oude patroon van licht en donker. Pas na een paar dagen lopen onze ritmes weer in de pas met het licht en donker in de nieuwe omgeving. We noemen dit jet lag.

Licht werkt als bijsteller in op melatonine, het hormoon dat onze circadiane ritmes reguleert. Dit hormoon “hoort” ’s nachts een hoge spiegel te hebben. De spiegel wordt lager bij blootstelling aan blauw licht—of wit licht, want daar zit blauw in; dit brengt onze circadiane ritmiek in de war. Bij chronische blootstelling aan licht op verkeerde tijdstippen kan dan ook een soort jet lag ontstaan. Bij rood licht is er niets aan de hand.
Nu heeft melatonine ook een belangrijke antioxidantwerking. Lichtvervuiling in onze cultuur (te vaak ’s nachts licht) kan dan ook kwalen veroorzaken, zelfs borstkanker en prostaatkanker. In de column “Openbaar vervoer: bron van pathologie” gaf ik al aan dat de lichtvervuiling in openbare voertuigen een rol speelt, maar met verkeerd licht komen we natuurlijk ook op andere manieren in aanraking.

Hierna vat ik een stuk tekst uit de migrainecolumn kort samen.
Onze biologische klok is op veel manieren belangrijk voor de geneeskunde en de psychiatrie. De effecten van medicijnen volgen een dagnachtritme. Voor de bepalingen van artsenlabs en voor tal van medische diagnoses geldt hetzelfde. Alleen al daardoor schiet de geneeskunde biologisch gezien ernstig te kort. Vaak gaat het hier om een kwestie van leven of dood.
Dit is al geconstateerd in een rapport van een NIMH, een National Institute of Mental Health, in de VS, Biological rhythms in psychiatry and medicine, verschenen in 1970 en herdrukt in 2005. Het doet nog steeds verrassend modern aan doordat de publicatie in 1970 is gevolgd door een oorverdovende stilte in de geneeskunde.
Halberg, de belangrijkste onderzoeker die in 1970 al jaren pleitte voor een geneeskunde die rekening houdt met circadiane ritmes, benaderde met collega’s de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) met als belangrijkste aanbeveling dat bijsluiters bij medicaties aanwijzingen moeten bevatten over het gewenste tijdstip van inname.
De aanbeveling van Halberg en de zijnen werd niet gehonoreerd door toedoen van personen betrokken bij het management van de FDA. Rekening houden met de biologische klok zou veel gedoe betekenen en daar had men geen zin in.
Ernstig is, dat medici nog steeds zelden rekening houden met circadiane ritmiek bij de behandeling van patiënten, terwijl al tientallen jaren bekend is dat de effecten ervan sterk afhangen van het behandeltijdstip. Daarop is al in 1935 op gewezen door Arthur Jores, een Duitse internist en endocrinoloog, die rekening hield met ritmiek bij het voorschrijven van medicijnen. Het vaak aangehouden schema van “drie maal daags” karakteriseerde hij als stompzinnig (“Stumpfsinn des dreimal täglich”).
Het al genoemde NIMH-rapport komt met dezelfde boodschap, ondersteund door een grote hoeveelheid gegevens. In onderzoek met ratten en muizen is bijvoorbeeld gevonden dat hun gevoeligheid voor alcohol, en voor allerlei medicijnen, sterk afhangt van het tijdstip van toediening. Vaak gaat het daarbij om leven of dood. Dat voor mensen iets dergelijks geldt, kunnen we gevoeglijk aannemen. Tot zover de samenvatting van het stuk tekst uit de migrainecolumn.

Door zoektochten in PubMed kun je een indruk krijgen van de huidige belangstelling voor circadiane ritmiek in de geneeskunde (PubMed is een verzameling van miljoenen artikelen in de geneeskunde; zie de column “Algemene ontwikkeling: taboe in de geneeskunde?”). Het volgende patroon is zonder moeite te ontwaren. Storingen in onze circadiane ritmiek spelen vaak een rol als oorzaak van ziektes en bij de behandeling van ziektes hoor je rekening te houden met circadiane ritmiek. Dit geldt voor ziektes variërend van griep tot psychopathologie, hart- en vaatziektes en kanker. In verreweg de meeste artikelen komt circadiane ritmiek echter nog niet aan de orde. Belangrijk is de vraag hoe dit komt. Een aantal belangrijke factoren bespreek ik hierna.
De meeste onderzoekers die gedurende de laatste halve eeuw circadiane ritmiek onderzochten, bestudeerden allerlei planten en dieren, niet mensen. Deze situatie had, denk ik, de volgende oorzaken. Het ging vaak om biologen met een brede belangstelling. Mensen vonden ze natuurlijk ook wel interessant, maar het is lastig om ze te bestuderen. Bovendien krijg je (kreeg men) zulk onderzoek niet gauw gefinancierd, en als dat al lukt, krijg je gauw last met instanties zoals de FDA, een club met een niet al te beste naam.
De verdiensten van Halberg, die nadrukkelijk wel de geneeskunde wilde dienen, zijn dan ook heel groot. Maar er is ook een keerzijde: zijn onderzoek was niet in alle opzichten kwalitatief goed. Hij was namelijk niet erg goed in de moeilijke wiskunde die nodig is voor het analyseren van ritmes. Dat leidde ertoe dat hij wat erg veel endogene ritmes vond. Een aantal daarvan bestaan echt: circadiane ritmes, ultradiane ritmes met een kortere periode, maanmaandelijkse ritmes, jaarritmes. Maar Halberg dacht bijvoorbeeld ook dat zijn analyses endogene weekritmes aantoonden, terwijl het duidelijk om exogene ritmes gaat (denk aan de leuke weekendjes uit; die worden echt niet meebepaald door een biologische klok).
De achtergrond van deze situatie is als volgt. Aan Halberg, al wat ouder, kwam eer toe. Die kreeg hij van Refinetti, een vooraanstaand ritmiekonderzoeker, die hem uitnodigde om met zijn groep een overzichtsartikel over ritmiek en geneeskunde te schrijven voor een nieuw tijdschrift op het gebied van ritmiek. Het artikel werd gepubliceerd in 2003. Refinetti wilde Halberg niet voor het hoofd stoten. Maar in zijn eigen handboek analyseert hij gegevens waaruit bijvoorbeeld blijkt dat de endogene weekritmes van Halberg niet bestaan. Hij valt halberg echter niet openlijk af. Er is heel wat speurwerk nodig om te achterhalen hoed de vork in de steel zit.

Dit deed het werk van Halberg voor de geneeskunde geen goed. Het punt is niet dat de medici de beperkingen van zijn werk zagen; medici hebben daar de expertise niet voor. Een belangrijker gegeven is dat Refinetti bepaald niet de enige was die de beperkingen van Halberg’s werk zag. Opvallend is hier dat Halberg er in het overzichtsartikel over klaagt, zij het op een voorzichtige manier, dat een van de belangrijkste ritmiekonderzoekers van het eerste uur, Pittendrigh, niet met hem wilde samenwerken. We kunnen gevoeglijk aannemen dat Pittendrigh ook wel zag dat Halberg veel goede dingen deed, maar niet altijd goede methoden hanteerde.

Wat kan nu ons oordeel zijn over circadiane ritmiek in de geneeskunde? Duidelijk is dat ritmiek meer aandacht verdient. Maar er is ook andere aandacht nodig. De medische onderzoekers die weel over circadiane ritmiek schrijven, hebben het in feite over dagnachtritmes, en dat is niet helemaal hetzelfde. Je moet bij onderzoek over circadiane ritmiek bijvoorbeeld ook oog hebben voor verschijnselen zoals jet lag. Niet iedereen vliegt van hot naar her, maar in het dagelijks leven staan we voortdurend bloot aan invloeden die ritmiekpatronen veranderen. Denk bijvoorbeeld aan de genoemde lichtvervuiling. Medisch onderzoek dat ik onder ogen kreeg houdt hier in het geheel geen rekening mee. Het punt is hier dat de vakterm circadiaan in de geneeskunde een wat verwaterde betekenis kreeg en dat hier veel relevante biologie onder de tafel blijft.

Het wordt tijd om het denken over circadiane ritmiek nog wat ingewikkelder te maken. Gangbaar is, zoals ik aangaf, de veronderstelling dat licht de belangrijkste Zeitgeber, bijsteller, is die circadiane ritmes in het gareel houdt. Er zijn echter kapers op de kust: sommige onderzoekers verdedigen de stelling dat andere factoren zoals sociale contacten en de tijdstippen waarop we eten ook een rol spelen.
Dit is een lastige kwestie. Licht en donker buiten zijn een vast gegeven en het is plausibel dat we daaraan zijn aangepast. Sociale contacten en maaltijden zijn echter dingen die we zelf voor een deel in de hand hebben. Sommige onderzoekers menen dan ook dat een vaste rol als Zeitgebers niet is weggelegd voor deze factoren . Ze zijn er, zeg maar, te onbetrouwbaar voor.
Experimenteel onderzoek wijst er echter op dat deze factoren wel degelijk een rol spelen. Interessant is dat dit onderzoek voor een deel is uitgevoerd met blinde mensen die licht niet als Zeitgeber kunnen gebruiken. Dit onderzoek staat echter nog in de kinderschoenen.
Een rol voor sociale contacten en maaltijden als Zeitgeber heeft verrassende implicaties. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat naast jet lag zoiets als eat lag bestaat. Mij lijkt dit heel aannemelijk. Het zou bijvoorbeeld inhouden dat een copieus maal op een ongewoon tijdstip dagenlang sporen nalaat in de vorm van een ontregeld maaltijdpatroon.

Het is al met al niet eenvoudig om ritmes in het gareel te houden. We zitten met vervelende verstoringen zoals lichtvervuiling. Werk in ploegendienst doet de zaak bijvoorbeeld ook geen goed. Voor de geneeskunde valt veel ritmiekwerk te verzeten: Veel fascinerende biologie ontbreekt te vaak of wordt vervormd.

Bronnen

  1. Het in 1960 gehouden symposium van de ritmiekonderzoekers was nr 25 in de beroemde reeks Cold Spring Harbor Symposia of Quantitative Biology. In 2007 werd een soortgelijk symposium gehouden, nr. 72 in de reeks. De bijdragen worden onder deze titel uitgegeven door de Cold Spring Harbor Laboratory Press.
  2. Voor een recent overzicht over lichtvervuiling en kanker, zie Stevens (2009).
  3. Het NIMH-rapport, (2005, eerste druk 1970) is een belangrijk historisch document. Het is nog steeds actueel.
  4. Het artikel van Halberg en zijn groep (2003) verscheen in een belangrijk nieuw tijdschrift: Journal of Circadian Rhythms. De kritiek van Refinetti is na wat zoekwerk te vinden in Refinetti (2006).
  5. Koukkari & Sothern (2006) is een goed standaardwerk over ritmiek bij planten, dieren en mensen.
  6. Van der Steen (2008, 2009) en Van der Steen en Ho (2006 a en b; resp. over algemene principes en toespitsingen over het immuunsysteem e.d.) bespreken invloeden van circadiane ritmiek in de gewone betekenis die medici eraan hechten, maar plaatsen de ritmiek ook in een ruimere context.
  7. De invloed van maaltijden als Zeitgeber (bijsteller) is bij ratten ondubbelzinnig aangetoond (Mendoza, Angeles-Castellanos & Escobar, 2005; Escobar etal, 2007). Denkbaar is dat bij dieren (en mensen) twee klokken aanwezig zijn, met respectievelijk licht en maaltijdpatronen als Zeitgeber (Stephan, 2002). Onderzoek met mensen, onder andere blinden, wijst ook op een invloed van maaltijden, en sociale factoren (Mistlberger & Skene, 2005). Sommige onderzoekers nemen de rol van sociale factoren bij mens en dier heel serieus (Mistlberger & Skene, 2004).
  8. Andere onderzoekers menen dat maaltijden en sociale factoren wel een rol spelen, maar dat deze marginaal is (Roennebergm& Merrow, 2007).

Literatuur

  1. Escobar, C., Martínez-Merlos, M.T., Angeles-Castellanos, M., del Carmen Miñana, M. & Buijs, R.M. (2007). Unpredictable feeding schedules unmask a system for daily resetting of behavioural and metabolic food entrainment. European Journal of Neuroscience, 26, 2804-2814.
  2. Halberg, F., Cornélissen, G., Katinas, G., Syutkina, E.V., Sothern, R.B., Zaslavskaya, R., Halberg, F., Watanabe, Y., Schwartzkopff, O., Otsuka, K., Tarquini, R., Frederico, P. & Siggelova, J. (2003). Transdisciplinary unifying implications of circadian findings in the 1950s. Journal of Circadian Rhythms, 1: 2; doi: 10.1186/1740-3391-1-2.
  3. Koukkari, W.L. & Sothern, R.B. (2006). Introducing biological rhythms. New York: Springer.
  4. Mendoza, J., Angeles-Castellanos, M. & Escobar, C. (2005). A daily palatable meal without food deprivation entrains the suprachiasmatic nucleus of rats. European Journal of Neuroscience, 22, 2855-2862.
  5. Mistlberger, R.E. & Skene, D.J. (2005). Nonphotic entrainment in humans? Journal of Biological Rhythms, 20, 339-352.
  6. National Institute of Mental Health (2005). Biological rhythms in psychiatry and medicine. Honolulu, Hawaii: University Press of the Pacific (reprint, original edition 1970).
  7. Refinetti R. (2006). Circadian physiology (2nd edition). Boca Raton, Florida: CRC Press.
  8. Roenneberg, T. & Merrow, M. (2007). Entrainment of the human circadian clock. Cold Spring Harbor Symposia of Quantitative Biology, 57, 293-299.
  9. Stephan, F.K. (2002). The “other” circadian system: food as a Zeitgeber. Journal of Biological Rhythms, 17, 284-292.
  10. Stevens RG. (2009). Electric light causes cancer? Surely you’re joking, Mr. Stevens. Mutation Research, 16 januari.
  11. Van der Steen, W.J. (2008). Nieuwe wegen voor de geneeskdunde. Amsterdam: SWP.
  12. Van der Steen, W.J. (2009). Nieuwe wegen voor de psychiatrie. Amsterdam: SWP (verschijnt in november).
  13. Van der Steen, W.J. & Ho, V.K.Y. (2006a). De polsslag van de tijd: biologische klok heeft verreikende implicaties voor de geneeskunde. Medisch Contact, 61, 146-148.
  14. Van der Steen, W.J. & Ho, V.K.Y. (2006b). Diets and circadian rhythms: challenges from biology for medicine. Acta Biotheoretica, 54, 267-275.

Deze publicatie is onderdeel van het column van prof. dr. Wim J. Van der Steen, klik hier voor meer publicaties van de auteur.

 

Boeken van de auteur

Beyond Boundaries of Biomedicine Denken over geneeskunde Evolution as Natural History Geneeskunde tussen Geleerdheid en Gezond Verstand
 

Bijwerkingen antidepressiva verzwegen

Meer dan 1 miljoen Nederlanders slikken antidepressiva. Er is sprake van een depressie epidemie. De middelen blijken verslavend en hebben nare bijwerkingen.
Een fopspeen (actieve placebo) werkt 100% zo effectief. En er is helemaal geen bewijs voor een ziekte in de hersenen.
Daarbij veroorzaken antidepressiva juist meer zelfdodingen en extreem gewelddadig gedrag.
Argos op Radio 1 over antidepressiva

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Bron: VPRO/Vara

Labels

Links

Meta

Statistieken

Bezoekers (details)


Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
0900 444 8888 (10 cent/pm)
helpdesk@pvp.nl
MindFreedom International (MFI) Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens (NCRM) International Association Against Psychiatric Assault (IAAPA)
Emil Ratelband - Geef je kind geen pillen maar een Seminar!