Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-4445005
 
 
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

Psychopaten en criminelen: gek of slecht?

Datum: 6 oktober 2009, 21:02
Tekst gepubliceerd 6 oktober 2009. Copyright © prof. dr. Wim J. van der Steen. Plaatsing van de tekst door derden in enig ander medium is niet toegestaan zonder toestemming van de auteur. Weergave van kleine gedeelten of van de kern van de inhoud is toegestaan, mits de bron (auteur, titel, gegevens website, datum) expliciet worden vermeld.

psychopaatSteeds vaker ervaar ik Nederland als een dolhuis om gek van te worden. Het is ons naar het hoofd gestegen. Aan het hoofd staan Hagenaars die prediken op de vrije markt in de waan dat alles daardoor goedkoper wordt. In werkelijkheid wordt het duurder, iets wat weldenkende burgers al lang weten.
Ook gewone burgers is gekte naar het hoofd gestegen. Dat predikt althans de huidige wetenschap, met de psychiatrie in de voorhoede. Als je de officiële cijfers over het vóórkomen van verschillende psychische ziektes bij elkaar optelt, dan komt er uit dat iedereen gek is. Als dat waar is, dan moeten we wel de juiste conclusie trekken: gekken zijn gewoon en de paar gewone mensen die hier nog rondlopen zijn de echte gekken. De conclusie zou verder moeten zijn dat je niet moet proberen, de zogenaamde gekken met pillen gewoon te maken.
Bedenkelijk is, dat er volgens geleerde psychiaters ook steeds meer slechte mensen komen. Als ik hen goed begrijp, beschouwen ze die mensen niet als slecht maar als gek. Laten we er even de bijbel van de psychiatrie die, de DSM-IV-TR, op naslaan (ik ga uit van de oorspronkelijke, Engelstalige versie). Dit werk biedt een indeling van geestelijke rampspoed; er staan een paar honderd psychische ziektes in. Psychopathie, tegenwoordig antisociaal persoonljkheidstoornis genoemd, komt volgens dit werk voor bij drie procent van de heren en één procent van de dames. Nu is psychopathie de ergste vorm van slechtheid. Als je er minder erge vormen bij optelt, dan ziet het er met ons volk niet best uit.
De DSM definieert de “ziekte” op een ingewikkelde manier; met alle andere ziektebeelden gebeurt dit trouwens ook. Ik vereenvoudig de definitie hier wat om de column overzichtelijk te houden. Je bent psychopaat als je vanaf je vijftiende regelmatig de rechten van anderen schendt en gewelddadig bent. Dat is het geval als je tenminste drie kenmerken hebt uit een rijtje van zeven, kenmerken zoals strafbare feiten plegen, liegen, stelen enzovoort. Je moet verder tenminste achttien jaar zijn en al voor je vijftiende in het bezit geweest zijn van een gedragstoornis. Als je zulk gedrag alleen vertoont tijdens episodes van schizofrenie of manische periodes, dan mag je jezelf niet psychopaat noemen.
Mijn pogingen om de bijbel van de psychiaters toe te passen zijn op een grandioze mislukking uitgelopen. Eerst heb ik geprobeerd, psychopaten op straat te tellen. Dat mislukte meteen doordat ik slecht ben in het schatten van leeftijden. Bovendien zijn mijn ogen slecht. Daardoor zag ik de horden psychopaten van de psychiatrie ongetwijfeld voor een groot deel over het hoofd. Vervolgens ging ik na hoe veel mensen in mijn kennissenkring psychopaat zijn, maar daar kwam ik ze niet tegen. Bij daarop volgende naspeuringen zat ik met het probleem dat psychopaten sterk van elkaar kunnen verschillen. De een steelt zonder te moorden, de ander moordt zonder te stelen. Een dan heb je ook nog moordenaars die niet tenminste drie maar slechts twee van de zeven nare DSM-eigenschappen hebben. Zij mogen zich geen psychopaat noemen, ook niet als ze met opzet moorden pleegden om er beter van te worden. Zouden zulke mensen slechte criminelen zijn en de mensen met meer negatieve eigenschappen zieke criminelen? Ik raakte al met al zo in de war, dat ik mij even heb afgewend van de psychiatrie en mijn heil ben gaan zoeken bij een andere wetenschap, de criminologie. Die wetenschap geeft wat meer houvast.

Het in 2008 verschenen boek van Nicole Rafter, The criminal brain, zou wel eens het beste boek over de geschiedenis van de criminologie kunnen zijn. Haar documentatie is indrukwekkend en fascinerend. Haar neutrale geschiedschrijving is briljant. Echt neutraal blijft ze helaas niet. Ze komt uiteindelijk ook met een eigen visie op criminaliteit en die vind ik verwerpelijk. Ik geef eerst een paar voorbeelden en hoofdlijnen weer uit de geschiedenis die ze verhaalt; de kritiek op haar visie komt daarna. Het voorbeeld hierna geeft Rafter aan het begin van de inleiding van het boek.
In 1846, richtte William Freeman, een zwarte jonge man in de VS, een slachtpartij aan in een boerderij nabij New York. Hij drong de boerderij binnen en vermoordde op gruwelijke wijze de zeven leden van de familie die er woonde en hun bediende.
Voor het begrijpen van deze misdaad is informatie over William’s geschiedenis essentieel. Als tiener werd hij veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf omdat hij een paard gestolen zou hebben. Pas veel later zou blijken dat iemand anders de dief was; William zat lang onschuldig in het gevang en raakte steeds meer verbitterd. Hij kreeg regelmatig zweepslagen omdat hij zich niet aan de regels hield. Toen hij weer eens de opdracht kreeg zich te ontkleden voor zweepslagen, viel hij de gevangenbewaarder aan. Die pakte een plank en sloeg daarmee William zo hard op het hoofd dat de plank spleet. Geestelijk werd William nadien niet meer de oude.
Na de slachtpartij wilden burgers William lynchen, maar dat lukte niet. Velen eisten dat hij zou worden opgehangen. Maar er waren ook grote geesten die vonden dat hij tot op zekere hoogte te verontschuldigen was. Er ontstonden pittige discussies over de zaak, ook discussies over het al dan niet afschaffen van de doodstraf.
Een eerste proces gaf niet definitief uitsluitsel. Een tweede proces werd voorbereid, maar William overleed voor het zo ver kwam. Een autopsie na zijn dood sprak boekdelen: zijn hersenen waren ernstig beschadigd.
Soortgelijke gevallen kwamen ook voor in het recente verleden. In 1966 vermoordde Charles Whitman zijn moeder en zijn vrouw en daarna schoot hij vanaf een hoog gebouw zesenveertig mensen neer, waarvan er vijftien overleden. Na zijn executie bleek hij een hersentumor te hebben.
In deze twee gevallen gaat het om een hersenafwijking, na de geboorte ontstaan. De misdadigers konden daar niets aan doen. Zijn ze daarmee geëxcuseerd? Dat is een lastige vraag. Wat ze deden was slecht. Het ging, zou ik zelf denken, om slechte mensen. Maar ze konden niet helpen dat ze slecht werden.
Bij criminaliteit zijn de zaken zelden zo helder. De oorzaken zijn meestal veelsoortig. In de loop van de geschiedenis gaf de criminologie soms vooral aandacht aan eigenschappen van de persoon als oorzaak. Maar sociale omstandigheden vroegen soms ook om aandacht. Biologische theorieën ter verklaring van eigenaardigheden van criminele personen hebben echter het toneel voor een groot deel beheerst sinds het ontstaan van de criminologie als vak, een jaar of tweehonderd geleden. Pas ruim honderd jaar geleden kregen sociologische verklaringen af en toe een rol; voordien was alles wat de klok sloeg biologie.
Na de Tweede Wereldoorlog raakten biologische theorieën een tijd lang in diskrediet doordat men gruwde van de misdaden en de visies van de Nazi’s. Die hebben niet alleen joden en psychisch zieken op grote schaal vermoord, maar ook “criminelen”—waarbij ze het begrip “crimineel” een veel ruimere inhoud gaven dan wij zouden doen. Het op grote schaal doden van “criminelen” had de omvang van een genocide die weinig bekendheid kreeg. De Nazi’s deden dit met hart en ziel. Ze waren overtuigd van de wetenschappelijke juistheid van hun handelwijze. Hun eugenetica is terecht verfoeid, maar we moeten ons wel realiseren dat veel andere landen dan Duitsland ook eugenetische boter op het hoofd hebben.
Biologische benaderingen beleefden geleidelijk een comeback en met de overgang naar de eenentwintigste eeuw zijn ze populairder dan ooit. Onze eeuw is de eeuw van de biologie en daar ontsnapt ook de criminologie niet aan. Er is echter een belangrijk verschil met de oudere biologische theorieën, die vrijwel geen ruimte boden aan sociale factoren. De tegenwoordige theorieën zijn primair biologisch, maar ze bieden ruimte aan allerlei sociale factoren die onze biologische uitrusting vorm geven. Sommige biologische theorieën zijn overigens nogal dubieus, en er zijn ook criminologen die de biologische benaderingen niet erg zien zitten. De biologische benadering is echter ongemeen krachtig.
Het aantal “biocriminologische” theorieën is groot, en dan hebben we ook nog allerlei theorieën die de biologie met andere vakken verbinden. Het is niet doenlijk, ze hier allemaal te bespreken. Ik beperk me tot een globaal, wat simplistisch beeld. De genetica speelt vaak een rol; bijna alle onderzoekers menen dat criminaliteit voor een deel erfelijk is. Verder zijn er allerlei biologische vakken die zich bezig houden met processen in het hoofd. Vrij algemeen wordt aangenomen dat wat daarin gebeurt hoogst belangrijk is,voor het begrijpen van criminaliteit. Hiermee hangt een nieuwe medische aanpak, die we terugvinden in de biologische psychiatrie, nauw samen.
Opvallend is dat vrijwel alle vakken die zich met crimineel gedrag bezig houden, op hun eigen terrein verschillen vinden tussen criminelen en niet-criminelen. Je zou met wat overdrijving haast gaan denken dat criminelen en niet-criminelen in alle denkbare opzichten van elkaar verschillen.
Dit is echter niet de conclusie die Rafter trekt. Ze eindigt haar boek met een positieve visie: In de grond van de zaak hebben criminelen en andere mensen eenzelfde soort biologische uitrusting. De invloed van sociale factoren is heel groot. Dit betekent dat we door het scheppen van gunstige omstandigheden in onze maatschappij veel crimineel gedrag kunnen voorkomen.

Rafter meent dat de grote invloed van de biologie blijvend zal zijn. Zij laat zich er positief over uit. Ik vind deze invloed verwerpelijk. De biologie die nu dominant is houdt zich wat erg eenzijdig bezig met processen in hoofden en dat leidt de aandacht af van mensen als personen. En wat er in de hoofden wordt “gezien” met moderne technieken zegt toch al niet veel. In de column “De geest is weg: lang leve de geest” wees ik erop dat de hersenen van Londense taxichauffeurs structuren vertonen die in het hoofd van andere Londenaren ontbreken. Dit betekent dat ze een bijzonder talent hebben, niet een psychische ziekte. Met biologische verschillen in hersenen tussen groepen mensen moet je hoe dan ook heel voorzichtig zijn. Als het al zo is dat criminelen speciale herseneigenschappen hebben, dan betekent dit nog niet dat de eigenschappen iets te maken hebben met criminaliteit.
Bovendien wordt het onderzoek over zulke dingen altijd gedaan met groepen mensen. De gevonden gemiddelde verschillen zeggen niets over individuele personen, die onderling stek kunnen verschillen. Daar komt bij dat criminaliteit een vergaarbakbegrip is, niet bijzonder geschikt voor algemene uitspraken. De mogelijkheden voor algemene uitspraken worden nog verder ingeperkt doordat de sociale factoren die een rol spelen ook al een vergaarbak zijn—denk bijvoorbeeld aan de vele soorten trauma die mensen op verschillende leeftijden kunnen ondergaan.
We kunnen beter individuele gevallen met zorg bestuderen en de op basis daarvan verworven kennis steeds op nieuwe manieren toepassen. In verschillende situaties hebben we nu eenmaal verschillende soorten kennis nodig. Dit is echter een aanpak die in de huidige wetenschap in onbruik is geraakt.

In veel publicaties vond ik de stelling dat psychopathie en zware criminaliteit nauwelijks zijn te beïnvloeden met therapieën. Voorzover dit juist is, vraag ik me af in hoeverre dubieuze wetenschap de therapieën voedt en onwerkzaam maakt.

He ergst vind ik de stelling van Rafter, en van alle handboekschrijvers die ik erop nasloeg, dat criminaliteit voor een deel el erfelijk is—met uitzondering van de extreme gevallen waarmee ik het verhaal over Rafters boek begon. Dat is wetenschappelijke waanzin in veel opzichten. In de column “Rollen voor genen” heb ik de waanzin uitgebreid besproken; wat daarin staat herhaal ik hier niet.
Treurig is ook dat de biologie die terecht kwam in de biocriminologie, net als die in de geneeskunde en de psychiatrie, onvolledig is. Weinig aandacht krijgt bijvoorbeeld het gegeven dat eenzijdigheden in de ”gewone” Westerse voeding verantwoordelijk zijn voor veel kwalen, ook voor psychische ziektes. Een belangrijk voorbeeld zijn de omega-3 vetzuren, die we te weinig binnen krijgen. De vetzuren spelen ook een rol bij geweldsdelicten en agressie, bij “psychopathie”, iets wat weinig criminologen lijken te weten. De therapeutische mogelijkheden die dit zou kunnen bieden worden vrijwel nooit benut.

Zijn psychopaten en, ruimer, criminelen, slecht? Zijn ze ziek? Een algemeen antwoord op deze vraag is niet te geven. De extreme gevallen die ik eerder besprak zijn helder maar daarom nog niet eenvoudig. Massamoordenaars met een grove hersenafwijking (niet de subtiele afwijkingen die geleerden tegenwoordig menen te zien) kunnen niets aan de afwijking die hun verlost van een geweten doen. Ze zijn niettemin slecht.
Alle andere gevallen waar je aan kunt denken zijn oneindig veel ingewikkelder. Is iemand die een beroerde jeugd had en daardoor op het slechte pad raakt slecht? Ik weet het antwoord niet. Duidelijke is wel dat we allerlei gedragingen slecht kunnen vinden zonder de persoon te veroordelen. En ook dat we de morele licht hebben om zelf naar vermogen het goede te doen. Daar hoort bij: ontspoorde mensen waar mogelijk liefderijk opvangen. Soms gaat het om personen die “onverbeterlijk” zijn. Die moeten we opsluiten of tbs laten ondergaan.
Wanneer is tbs gewenst? In de column “De rechten van Roodkapje” gaf ik aan dat ik de rol die psychiaters spelen bij beslissingen hierover twijfelachtig vind. Daar komt bij dat andere relevante wetenschappen, recht en ethiek, het contact met de realiteit voor een groot deel hebben verloren. Vooralsnog kunnen we het beter met het gezonde verstand doen, en met wetenschap wachten tot die genenzen is van de huidige kwalen.

De column begon ik met Hagenaars die op de vrije markt prediken. De vrije markt bracht ons niet veel goeds. De Hagenaars komen met nog meer preken die niet te vreten zijn—vergeef me het enige woord dat ik hier van toepassing vind. Ze moeten helaas bezuinigen op de gezondheidszorg, bijvoorbeeld op de zorg in verpleeghuizen. Er is niet genoeg geld, zeggen ze. Ondertussen doen ze niets aan het alsmaar stijgende gebruik van psychofarmaca, antidepressiva en degelijke, en andere schadelijke middelen. Het gebruik ervan rijst steeds verder de pan uit, in weerwil van alle kritiek die inmiddels is losgebarsten.
Uitstekend onderzoek, al jarenlang lopend, laat ondubbelzinnig zien dat bijvoorbeeld antidepressiva zelden een positief effect hebben en afgrijselijke bijwerkingen, zelfs zelfmoorden op grote schaal. Je komt dit alleen te weten als je goede wetenschappelijke literatuur kunt identificeren. Daarvoor is veel kennis nodig; er is veel literatuur en daar komt bij dat je moet weten welke literatuur niet besmet is door de farmaceutische industrie. Als je dat allemaal weet, dan weet je dat grote, goede bezuinigingen gemakkelijk zijn. Kwalijke medicijnen kosten handen vol geld, en de erdoor teweeg gebrachte ziekte nog meer.
Ik heb hierover gesproken met hooggeplaatste Hagenaars die mijn publicaties lazen en ermee instemden. Hun reactie: Ik kan het niet op de politieke agenda zetten, dat kost me de kop. Voor onvervalste waarheden is in Den Haag blijkbaar niet altijd plaats.
Ondertussen krijgen bewoners van sommige verpleeghuizen op grote schaal psychofarmaca toegediend: Ze moeten rustig blijven want Den Haag geeft niet genoeg geld voor goede voorzieningen.

De rotte appel in de maatschappij die de ellende voedt is naar mijn overtuiging de wetenschap, vooral de medische wetenschap en de psychiatrie. Die heeft jaren geleden op aandringen van en gedwongen door de overheid een verbond gesloten met de industrie. De onafhankelijkheid van de wetenschap was daarmee ter ziele, en de nadruk verschoof van het zoeken van waarheid naar het verkrijgen van geld. Dit leidde tot een dramatische cultuuromslag, een van moreel verval.
In mijn jonge jaren kende ik veel onkreukbare voormannen aan universiteiten met een groot gezag en veel uitstraling, ook maatschappelijk. Het dienen van de waarheid stond bij hen voorop Veel van hen verdwenen van het toneel, vaak gedwongen, doordat macht naast geld een sleutelrol kreeg. De onkreukbaren waren vaak solisten die niets moesten hebben van de machtsblokken die in de ode kwamen en nog zijn. Dat kostte hen de kop.
In de politiek, niet alleen in de wetenschap, is de moraal nu geworden dat je geen ommelet kunt maken zonder eieren te breken, dat het helaas soms nodig is, vuile handen te maken. Het is een moraal die in het gewone doen van burgers misschien niet veel kwaad doet. Hogerop, in hoofden en door daden van machtigen, zijn de gevolgen echter desastreus. Het voorbeeld van de psychofarmaca is wat dat betreft aan teken aan de wand.

Voor de hand ligt de vraag wat deze uitwijding doet in een verhaal over psychopathie en criminaliteit. Mijn antwoord is dat gedrag van machtigen dat leidt tot groot maatschappelijk onheil slecht is. Velen weten misschien iet dát ze onheil stichten, maar sommigen moeten op zijn minst op de hoogte zijn. Wat zij doen lijkt me slechter dan wat de gemiddelde inbreker doet. In een ideale samenleving zou je hier criminaliteit horen te herkennen. In de huidige, verre van ideale samenleving, gaat het in sommige gevallen ook om criminaliteit, volgens de wet. Maar toepassing van de wet is hier verre van eenvoudig en, zoals we allemaal weten, hooggeplaatsten worden minder gauw gepakt en gestraft dan laaggeplaatsten.
De farmaceutische industrie is misschien weer het beste voorbeeld. In tal van gevallen kwam daar fraude en bedrog aan het licht, met huiveringwekkende gevolgen—denk aan ondeugdelijke medicijnen die op de markt kamen. De verantwoordelijken zijn vaak bekend. Maar in het gevang, waar ze volgens mij thuishoren, komen ze niet. Zou een deel van de gewone criminaliteit her gevolg zijn van de pillen die ze over de markt spoelen? Van de pillen kun je gek worden, dat is bekend. Misschien kunnen ze je ook een beetje slecht maken.

Bronnen

In de volgende nog niet genoemde columns worden hiervoor aangesneden thema’s besproken:
Voeding: een verwaarloosd thema in de psychiatrie: Omega-3 vetzuren spelen een belangrijke rol bij psychische ziektes.
De waarheid als koe: De DSM is ondeugdelijk; de basis werd gelegd in Nazi-Duitsland. ADHoD: een nieuwe vorm van verstandsverbijstering: ADHD als voorbeeld van een onder invloed van de industrie ontspoorde DSM.
Manne Justitia: recht en ethiek staan te veel los van elkaar en van andere wetenschappen. Ze hebben daardoor te weinig verbinding met de realiteit.
Een hoofd vol stof: In de psychiatrie krijgen neurotransmitters in de hersenen te veel aandacht.
Iemand zijn: kunst of kunstje: In de huidige maatschappij zijn mensen op grote schaal hun identiteit kwijtgeraakt; de analyse van Paul Verhaeghe (2009) van dit verschijnsel is een aanvulling op mijn analyse aan het eind van de hoofdtekst.
Psychopathie, tegenwoordig antisociaal persoonlijkheidsstoornis genoemd, staat in de door de American Psychiatric Association gepubliceerde DSM-IV-TR (laatste versie van de DSM) beschreven op p. 701-706; de definitie staat op p. 706.
De tekortkomingen van de DSM werken op een kwalijke manier door in het huidige onderzoek. Fowler et al (2009) menen bijvoorbeeld op grond van onderzoek dat kinderen met ADHD (een grotendeels door de industrie gesponsorde “psychische ziekte”) op latere leeftijd vaak emotionele tekortkomingen vertonen die een beetje psychopathie-achtig zijn. Ze stellen ons gerust: om echte psychopathie gaat het nog niet. Hier wordt de ene verwerpelijke stigmatisering gestapeld op de andere. De auteurs menen verder dat de psychopathietrekjes verband houden met roken van moeders tijdens de zwangerschap en de emotionele tekorten met complicaties tijdens de bevalling. Nu kunnen zulke dingen best de toekomst van kinderen beïnvloeden. Het onderzoek van deze heren is echter zo dubieus dat ze ook nog eens moeders ten onrechte een schuldgevoel kunnen bezorgen.
Psychopathie is iets anders dan criminaliteit. Sommige onderzoekers, bijvoorbeeld Lindberg et al (2009) vonden echter wel een verband. Met dit soort gepostuleerde verbanden moeten we echter voorzichtig zijn omdat zowel psychopathie als criminaliteit vergaarbakken zijn met heel verschillende dingen erin.
Het geval van Charles Whitman beschrijft Rafter op p. 204-206. Zij geeft moderne biocriminologische theorieën helder en verantwoord weer. De eraan voorafgaande geschiedenis, hier niet weergegeven, beschrijft ze met tal van interessante voorbeelden. Haar stijl is toegankelijk en meeslepend.
De wetenschappelijke ingewikkeldheid die Rafter in feite toejuicht, heb ik me kracht afgewezen. De ingewikkeldheid is helaas maatgevend in het huidige onderzoek. Zie bijvoorbeeld de handboeken geredigeerd door Craighead, Miklowitz & Craighead (2008) en Blaney & Millon (2009). De situatie wordt steeds ingewikkelder. Er zijn ook al onderzoekers die met fMRI-scans aangetoond hebben dat hersenprocessen bij psychopaten afwijkend zijn (Harenski, Kim & Hamann, 2009; Hoff et al, 2009). Ze wijzen bijvoorbeeld op afwijkingen in hersengebieden die betrokken zouden zijn bij emotionaliteit, met een “zie je wel” interpretatie. Dit soort ontdekkingen heeft echter niets te betekenen. Zie de column “De geest is weg, lang leve de geest”.
De praktijk is al even ingewikkeld als de theorie. Op grote schaal wordt gewerkt met vragenlijsten en andere waarderingslijsten waarmee men de mate van psychopathie of de neiging tot criminaliteit denkt te kunnen vaststellen; zie bijvoorbeeld Manti et al (2009) en Gaughan et al (2009). In de hoofdtekst gaf ik al aan dat we beter kunnen vertrouwen op het gezonde verstand.
Hibbeln is mondiaal de belangrijkste onderzoeker die het belang van omega-3 vetzuren (aanwezig in visolie) en andere vaak te weinig aanwezige bestanddelen in onze voeding benadrukt. Met zijn groep hield hij zich ook uitgebreid bezig met psychopathie in de vorm van agressie en geweld. Hij is eerste auteur of medeauteur van de hierna genoemde artikelen. Hibbeln et al (2004) vonden lage DHA-spiegels bij mannelijke plegers van huiselijk geweld en Umhau et al (2006) vonden bij agressieve mannen lage spiegels van DHA (docosahexeenzuur, een van de omega-3 vetzuren) en foliumzuur. Belangrijker nog is de volgende stelling die Hibbeln et al (2006) verdedigen. Personen die van kindsbeen af voldoende omega-3 vetzuren binnenkrijgen, hebben een kleinere kans later agressief en gewelddadig te worden. Biocriminologen die oog hebben voor het belang van goede voeding in de kindertijd zien dit aspect volledig over het hoofd.

Literatuur

  1. American Psychiatric Association (2000). Diagnostic and statistical manual of mental disorders, fourth edition, text revision, DSM-IV-TR. Washington, DC: American Psychiatric Association.
  2. Blaney, P.H. & Millon, T. (eds) (2009). Oxford textbook of psychopathology. Oxford University Press, New York & Oxford (tweede druk).
  3. Craighead, W.E., Miklowitz, D.J. & Craighead, L.W. (2008). Psychopathology. History, diagnosis, and empirical foundations. Hoboken: John Wiley & Sons.
  4. Fowler, T., Langley, K., Rice, F., Whittinger, N., Ross, K., Van Goozen, S., Owen, M.J., O’Donovan, M.C., Van den Bree, M.B. & Thapar, A. (2009). Psychopathy traits in adolescents with childhood attention-deficit hyperactivity disorder. British Journal of Psychiatry, 194, 62-67.
  5. Gaughan, E.T., Miller, J.D., Pryor, L.R. & Lynam, D.R. (2009). Comparing two alternative measures of general personality in the assessment of psychopathy: a test of the NEO PI-R and the MPQ. Journal of Personality, 77: 965-969.
  6. Harenski, C.L., Kim, S.H. & Hamann, S. (2009). Neuroticism and psychopathy predict brain activation during moral and nonmoral emotion regulation. Cognitive, Affective & Behavioral Neuroscience, 9, 1-15.
  7. Hibbeln, J.R., Bissette, G., Umhau, J.C. & George, D.T. (2004). Omega-3 status and cerebrospinal fluid corticotrophin releasing hormone in perpetrators of domestic violence. Biologcal Psychiatry, 56, 895-897.
  8. Hibbeln, J.R., Ferguson, T.A. & Blasbalg, T.L. (2006). Omega-3 fatty acid deficiencies in neurodevelopment, aggression and autonomic dysregulation: opportunities for intervention. International Review of Psychiatry, 18, 107-118.
  9. Hoff, H., Beneventi, H., Galta, K. & Wik, G. (2009). Evidence of deviant emotional processing in psychopathy: a FMRI case study. International Journal of Neuroscience, 119, 857-878.
  10. Lindberg, N., Laajasalo, T., Holi, M., Putkonen, H., Weizmann-Henelius, G. & Häkkänen-Nyholm, H. (2009). Psychopathic traits and offender characteristics – a nationwide consecutive sample of homicidal male adolescents. BMC Psychiatry, 9, 18.
  11. Manti, E., Scholte, E.M., Van Berckelaer-Onnes, I.A. & Van der Ploeg, J.D. (2009). Social and emotional detachment: a cross-cultural comparison of the non-disruptive behavioural psychopathic traits in children. Criminal Behaviour and Mental Health, 19, 178-192.
  12. Rafter (2008). The criminal brain. Understanding biological theoriesofcrime. New York & London: New York University Press.
  13. Umhau, J.C., Dauphinais, K.M., Patel, S.H., Nahrwold, D.A., Hibbeln, J.R., Rawlings, R.R. & George, D.T. (2006). The relationship between folate and docosahexaenoic acid in men. European Journal of Clinical Nutrition, 60, 352-357.
  14. Verhaeghe, P. (2009). Het einde van de psychotherapie. Amsterdam: De Bezige Bij.

Deze publicatie is onderdeel van het column van prof. dr. Wim J. Van der Steen, klik hier voor meer publicaties van de auteur.

 

Boeken van de auteur

Beyond Boundaries of Biomedicine Denken over geneeskunde Evolution as Natural History Geneeskunde tussen Geleerdheid en Gezond Verstand
 

Toezicht op psychiaters faalt

Labels

Links

Meta

Statistieken

Bezoekers (details)


Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
0900 444 8888 (10 cent/pm)
helpdesk@pvp.nl
MindFreedom International (MFI) Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens (NCRM) International Association Against Psychiatric Assault (IAAPA)
Emil Ratelband - Geef je kind geen pillen maar een Seminar!