Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-4445005
 
 
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

Opnemen van onschuldige kinderen.

Datum: 1 november 2009, 09:28

Gepubliceerd door mw. Sarah Morton

Opnemen van onschuldige kinderen.

 

 

Ik schrijf dit ook na aanleiding van de beschrijving en fragment van de film: Premonition. Uit eigen ervaring weet ik dat je niet gestoord hoeft te zijn, om in de psychiatrie te verdwijnen.

Mijn ouders hebben ooit overwogen om me uit huis te plaatsen. Mijn moeder kon me niet meer aan. We hadden veel ruzie, ik was vaak somber en lag dan als een zielig hoopje mens op de bank. Ook tussen mijn broertje en ik was veel ruzie. Omdat ik autisme had en dus het lastige kind was, moest ik het veld ruimen.

Het is niet altijd zo geweest. Tot tien jaar heb ik een vrij normale jeugd gehad en ging het thuis over het algemeen best wel goed. Maar na twee jaar gepest en buitengesloten worden op school, was de relatie tussen mij en mijn moeder ook vernietigd, omdat ik door de stress gedragsproblemen kreeg en zij dat niet trok. Mijn vader kon ons, door zijn werk maar eens in de twee weken een weekend in huis nemen (Ik had gescheiden ouders.)

 

Pas jaren later kwam ik erachter dat het om een psychiatrische inrichting ging. De beschrijving liegt er niet om: ‘Academisch centrum door kinder- en jeugdpsychiatrie’.

Kinderen en jongeren met ernstige psychiatrische problemen kunnen bij Curium-LUMC terecht voor onderzoek en behandeling. Curium-LUMC is een academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie met vestigingen in Oegstgeest en Gouda.

 

De meest voorkomende problemen van kinderen en jongeren die bij Curium-LUMC worden behandeld zijn angststoornissen, depressieve stoornissen, ADHD, autismespectrumstoornissen, eetstoornissen, psychotische stoornissen en stoornissen in de ontwikkeling van de persoonlijkheid. 

 

Ja, je leest het goed, o.a angststoornissen, depressiviteit, autisme en ADHD worden gerekend onder ernstige psychiatrische problemen. Het woord ‘behandelen’ maakt me ook misselijk. Autisme (in mijn geval) behandel je niet, je begeleidt het.

 

Wel was er uitgebreide informatie op de website over een indienen van een klacht.

De voorbeelden van klachten liegen er niet om:

 

-De beslissing om een patiënt voor wilsonbekwaam te houden (artikel 38 lid 5).
-Het toepassen van dwangbehandeling (artikel 38 lid 5).
-Het toepassen van middelen of maatregelen ter overbrugging van een noodsituatie (artikel 39).
– Het beperken van fundamentele rechten op grond van artikel 40, te weten:
– een beperking in het recht op het ontvangen van bezoek,
– het recht van beweging in en buiten het ziekenhuis en het recht op telefoonverkeer,
– het controleren van briefverkeer op meegezonden voorwerpen. 

 

Ik weet (gelukkig) niet uit ervaring hoe het er daar aan toe gaat, maar ik besef dat het heel anders met mij had kunnen aflopen: Ik woon nu op mezelf met begeleiding op afstand, heb twee boeken geschreven en studeer. Bij sommige zaken, als administratie, heb ik hulp nodig, maar de meeste dingen regel ik zelf. Ik heb kwaliteiten waar ik alle kanten mee op kan.

Dat zeg ik niet om mezelf een pluim te geven, maar om mensen met een zogenaamde stoornis te bemoedigen. Geef een kind die ‘anders’ is nooit het gevoel dat er iets mis met hem is. Als je dat wel doet, dan wordt het ook een last voor het kind en voelt het zich intens afgewezen. Benadruk juist de talenten!

 

Hier volgt een fragment uit mijn Boek: Afwijkend en toch zo gewoon, over de dreigende opname:

 

De plaatsing op de ZMOK-school ging door en dat

maakte mij blij en bovenal opgelucht. Ik zou het beter

krijgen en ontegenzeggelijk gelukkiger worden, daar

was ik van overtuigd. Vlak bij het schoolgebouw

stond ook nog een ander gebouw; een instelling waar

kinderen en jongeren kunnen wonen als het thuis

niet goed ging. Ze gingen alleen de weekeinden naar

huis. De instelling heette Curium.

Mijn moeder meende haar problemen op te kunnen

lossen door het meteen rigoureus aan te pakken:

mij weg te doen. Ik voelde dat ze mij grotendeels de

schuld gaf van haar misère en de ruzies tussen mij en

David. Ze gaf mij al twee jaar het idee dat ze me uit

haar leven wilde hebben en nu bleek dat gevoel

bewaarheid te zijn. Ik wilde desondanks absoluut

thuis blijven wonen. Het was geen loyaliteit tegenover

mijn moeder dat ik thuis wilde blijven. Ik hield

in die periode helemaal niet meer van haar, kon zonder

reserves haar gedrag veroordelen. Eerder was ik

bang voor wat me te wachten zou staan, het Curium

klonk erg als een kostschool – streng en met regels

waar niet aan te tornen viel, ook al waren die regels

niet in het belang van het kind. Toch kwam er een

gesprek.

Met lood in mijn schoenen verscheen ik op dat

gesprek, samen met mijn moeder en vader. Ik voelde

me van te voren somber en geleefd. Het gesprek was

in een kantoorkamertje van mijn aanstaande school.

Een emotiearme man van ongeveer 55 jaar stond ons

te woord. Met een eentonige, levenloze stem begon

hij: “We gaan een intakegesprek voeren betreft de

overweging Sarah naar het Curium te laten gaan.”

Hij klonk alsof het al een uitgemaakte zaak was. De

woorden ’Sarah naar het Curium’, was het enige wat

ik eruit haalde. Zijn woorden ontmoedigden en deprimeerden

me nog meer.

Er waren ook nog twee tamme ratten waar ik verantwoordelijk

voor was. Ik was de enige die de moeite

zou nemen om ze elke dag los in mijn slaapkamer

te laten lopen en leek me heel belangrijk om zelf voor

ze te blijven zorgen. Als mijn moeder daarmee belast

zou zijn, zouden ze te eten krijgen, werd de kooi

regelmatig verschoond maar het zouden de zoveelste

huisdieren zijn die als een last werden beschouwd. Ik

vroeg dan ook of ik er huisdieren mocht houden. De

man die het gesprek leidde antwoordde dat hij het

niet wist maar dat het, tot zover hem bekend was niet

was toegestaan.

“Vergeet huisdieren,” zei hij met een toon alsof het

belachelijk was om een paar ratten hierin mee te

wegen. Terwijl mijn ratten juist zo gewenst waren! Ze

waren de enigen thuis die van me hielden. Ze hadden

me nodig en ik hen. “Ja, vergeet huisdieren,” viel

mijn vader hem ook nog eens bij. Terwijl hij eerst

voor me op was gekomen toen het krijgen van ratjes

bijna niet doorging. Mijn ouders wilden me gelijk als

ze het door zouden zetten, voor twee jaar lang plaatsen.

De langste tijd die er mogelijk was. Ik werd er

door dit gesprek nauwelijks wijzer van hoe het nu

was om daar te wonen. Van de pedagogische visie

kreeg ik al helemaal geen notie. Sommige kinderen

hadden een eigen kamer, anderen deelden er een met

z’n tweeën of zelfs met z’n drieën. Je kon als cliënt

van te voren je voorkeur aangeven en dan was het

nog de vraag of je wens uitvoerbaar was.

Er was nog steeds geen definitieve beslissing

gevallen en toch was ik na afloop wanhopig en terneergeslagen.

Onderweg naar de bushalte liepen we

langs het gebouw dat wellicht mijn toekomstige thuis

zou zijn. “Het zou misschien wel goed voor je zijn om

daar te wonen,” merkte mijn vader ernstig op. Het

zag er netjes en sereen uit, kon ik niet ontkennen. Hij

had me geen groter plezier kunnen doen. Hij zou nauwelijks

minder met me te maken krijgen dan als ik

thuis zou blijven wonen. Misschien dacht hij ook dat

het beter voor mij zou zijn als mijn moeder en ik minder

met elkaar te maken zouden hebben. Zelf kon hij

me niet in huis hebben, want dan had hij minder

moeten gaan werken en hij kon nu al nauwelijks zijn

hoofd boven water houden. Toch vond ik dat hij me

niet steunde. Na het gesprek ging hij meteen door

naar zijn werk en liet mij alleen achter op dit moeilijke

moment in mijn leven – zijn verplichtingen daar

waren kennelijk belangrijker dan deze privézaken.

Toch knap hoe hij zo de knop om kon zetten. Ik ging

met mijn moeder mee naar huis.

Op de galerij dreigde ik nog eens niet mee naar

binnen te gaan als ze me niet wilde beloven dat ik

thuis mocht blijven wonen. Maar ze zei dat ze het nog

niet wist en maande me om binnen te komen en ik

kwam. Ik kon nergens anders terecht, had geen

vrienden of vriendinnen waar ik zelfstandig heen kon

gaan. Ik zou ook niet gewoon vanuit school direct

naar huis kunnen gaan, want ik kon niet zelfstandig

reizen. Een taxibusje zou me ’s morgens op komen

halen en me naar school brengen en daar zou ik ook

weer opgehaald worden. Nog een reden om me uit

huis te plaatsen: ik zou dan maar eens per week de rit

hoeven maken. Ik vond het een rotsmoes. Misschien

had ik ooit eens aangegeven dat ik ertegenop zag om

iedere dag later thuis te zijn, ik kan echter nooit hebben

beweerd dat ik het er niet voor over had. Later op

de dag, toen ik mijn ratten weer los liep lopen en aandacht

gaf, troostten hun aanhankelijkheid, onschuld

en levendigheid me en tegelijk had ik juist verdriet

om hen. Heel dubbelzinnig. Toen mijn moeder mijn

kamer binnenkwam, weeklaagde ik nog een keer dat

ik niet naar het Curium wil en voor mijn ratjes wilde

blijven zorgen. Toen wierp zij tegen dat het goed voor

mij zou zijn om op het Curium te wonen, omdat ik

immers niet de rest van mijn leven met huisdiertjes

op mijn kamer kon zitten. Nog nooit heb ik zo sterk

gevoeld dat ik niet voldeed aan wat er van een kind

van mijn leeftijd verwacht werd. Het maakte me zo

verdrietig dat de tranen mijn blik vertroebelden en

mijn hele wereldbeeld leek in te storten. In een paar

zinnen was mijn hele manier van leven afgekraakt. Ik

was niet eens van plan om een kluizenaarsleven te

gaan lijden, me de rest van me leven af te zonderen!

Niet dat ik op het moment zo veel activiteiten ondernam.

De fut ontbrak me. Ik begon daadwerkelijk te

geloven dat er niets deugde aan mijn doen en laten

en dat er niets van me terecht zou komen.

Tegelijkertijd was ik bang voor wat me te wachten

stond. Dat ik op het Curium gedwongen zou worden

tot activiteiten die ik niet aankon, zoals in de bovenbouw.

Mijn moeder legde alles bij mij neer, zodat ze

niet hoefde na te denken over haar eigen inbreng.

Nog diezelfde

dag had ik jammerend mijn oma aan de telefoon,

klaagde ik dat mijn ouders me uit huis willen

hebben. Toen relativeerde oma wat ik zei door te stellen

dat ze het goed bedoelden en dat het misschien

juist goed voor me zou zijn. Voor mezelf opkomen

leek niets uit te halen. Wat had het voor zin om met

bezwaren te komen, als ik telkens te horen kreeg dat

ik het verkeerd zag, dat het allemaal aan mezelf lag?!

 

Website Curium:

www.curium.nl

 

 

 

 

 

Deze publicatie is onderdeel van het column van mw. Sarah Morton, klik hier voor meer publicaties van de auteur.

 

Boeken van de auteur

Wat je niet verteld is... Afwijkend En Toch Zo Gewoon Collision Collision
 

Tros Radar undercover bij farmaceutische bedrijven

Bezig met laden video...
Tros Radar: Deel 1 / Deel 2
Jaarlijks overlijden in Nederland meer mensen door medicijnen dan in het verkeer. Toch wil de farmaceutische industrie documenten over bijwerkingen niet openbaar maken.

Steeds vaker wordt het duidelijk dat dodelijke bijwerkingen worden verzwegen, en dat de bedrijven weinig tot niets om het welzijn van mensen geven.

De bedrijven worden beloond voor het zo lang mogelijk 'beter maken' van mensen, en niet voor het beter gemaakt hebben van mensen. En dat is te merken, vooral in de psychiatrie, waar medicijnen ongegeneerd mensen chronisch ziek maken en houden.

Zie ook: Farmaceutische bedrijven houden bewust fatale bijwerkingen geheim

Nu in de winkel:

De Pillen Maffia

Maandblad KIJK: De Pillenmaffia

Labels

Links

Meta

Statistieken

Bezoekers (details)


Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
0900 444 8888 (10 cent/pm)
helpdesk@pvp.nl
MindFreedom International (MFI) Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens (NCRM) International Association Against Psychiatric Assault (IAAPA)
Emil Ratelband - Geef je kind geen pillen maar een Seminar!