Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-4445005
 
 
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

Iemand zijn: kunst of kunstje?

Datum: 20 september 2009, 10:05
Tekst gepubliceerd 20 september 2009. Copyright © prof. dr. Wim J. van der Steen. Plaatsing van de tekst door derden in enig ander medium is niet toegestaan zonder toestemming van de auteur. Weergave van kleine gedeelten of van de kern van de inhoud is toegestaan, mits de bron (auteur, titel, gegevens website, datum) expliciet worden vermeld.

Boek: Het einde van de psychotherapieRollen spelen, daar is na wat oefenen geen kunst aan. Betrapt op snoepen uit de koektrommel? Gewoon de vermoorde onschuld spelen. Je had het verkeerd begrepen en dacht dat de koekjes zo snel mogelijk op moesten. Vreemd gegaan? Gauw de rol van redder spelen. Je doel was alleen maar: leed van een mens in nood verzachten. Als minister een miljard weggemaakt? Tja, lastig als ze dat ontdekken. De rol van de onschuldige zondaar is misschien het handigst. Je ambtenaren rekenden niet genoeg en het geld was bestemd voor een goed doel dat per ongeluk niet in de boeken stond. Natuurlijk ben je zondaar, maar omdat iedereen dat is, ben je eigenlijk onschuldig.
Laten we even doen alsof we zelf nooit zulke rollen spelen. Wat voor rollen spelen we dan wel? Veel rollen, in de familie, de buurt, op het werk, in de dierentuin, in de seksclub—en de exclub als die er is en we zijn gescheiden.
Als we door het spelen veel rollen even moegespeeld zijn, vragen we ons soms af wie degene is die al die rollen speelt. Wie ben ik eigenlijk? Daar is in onze jachtige tijd nauwelijks uit te komen. Gelukkig zijn we omringd door hulptroepen. Een paar honderd soorten psychotherapie schreeuwen om hulpaanbod en dan heb je ook nog zelfhulp in clubverband, assertiviteitstraining, encounter en allerlei andere dingen waar ik de naam niet van kan onthouden. Het aantal rollen wordt zo snel groter, niet kleiner.
Er klopt iets niet, namelijk harten van mensen verbonden door rust, stabiliteit, respect, genegenheid.
Deze korte karakterisering , en de beschouwingen hierna, zijn verwant aan de briljante analyse van Paul Verhaege, te vinden in zijn zojuist verschenen boek Het einde van de psychotherapie. Wat ik hier weergeef is alleen maar het topje van de in onze cultuur onzichtbaar geworden ijsberg die hij boven water brengt. De vormgeving van mijn ijsjes zijn voor eigen rekening.

Wie ben ik? Filosofen zeggen het wat geleerder: wat is mijn identiteit? Je identiteit is iets ongrijpbaars. Je kunt er geen precieze definitie van geven. Je bent degene die hoort bij een niet te grote groep, of een paar niet te grote groepen, van mensen die elkaars goedigheden, slechtigheden en gekkigheden zo’n beetje kennen en voor lief nemen. Mooi meegenomen is daarbij een gemeenschappelijke geschiedenis. En als je het helemaal goed hebt getroffen, dan werd je als baby en klein kind al aangeraakt door warmte en veiligheid, letterlijk en figuurlijk. Als zulke dingen ontbreken, dan heb je geen echte identiteit, dan ben je jezelf kwijt. Maar je kunt er wel iets aan doen als je ziet wat aan de hand is.
Dit is zo’n beetje wat overal mis is in onze maatschappij. Kwade krachten bevorderen met nietsontziende kracht dat we onszelf kwijtraken. Geen rust, maar haast. Geen beslotenheid, maar grootschaligheid. Geen liefde, maar zakelijkheid. Geen samenwerking, maar concurrentie. Geen spiritualiteit, maar materialisme in alle betekenissen van het woord.
Onze maatschappij bevordert door zulke dingen het spelen van veel rollen, met snelle wisselingen. Zo ontstaat gemakkelijk het misverstand dat we niet een echte identiteit hebben maar een stuk of wat moeilijk te verenigen identiteiten. Daar spelen veel psychiaters en psychotherapeuten handig op in. De cracks in die vakken staan klaar om zieken en ziektes in het leven te roepen die passen bij het teveel aan levens dat we leiden. Hun creativiteit geef ik hierna kort weer.

Een vruchtbare uitvinding staat bekend als dissociatieve identiteitsstoornissen (DID). Mensen met DID hebben twee persoonlijkheden die elkaar afwisselen. Vandaag kun je Marie zijn, een vlijtige huismoeder , morgen Brigitte, een boven het gepeupel verheven diva. Marie en Brigitte noemen we alters. Ze kunnen weet hebben van elkaar, maar dat hoeft niet. Mensen met meer alters zijn ook ontdekt. Het precieze record wet ik niet. Het gaat om tientallen,
In de jaren ’70 ontstond, vooral in de VS een spectaculaire DID-golf. DID-ers werden populair en ze kregen alle aandacht van de media, die er brood in zagen. Dit ontging psychotherapeuten niet. Ze bedachten dat je DID gemakkelijk over het hoofd ziet en gingen op DID-speurtocht. Ze kwamen er steeds meer DID-ers.
Het gebeuren is goed te begrijpen. Je kunt mensen van alles wijsmaken. De kracht van subtiele suggestie is groot. Daar weten experimentele psychologen alles van. Psychotherapeuten weten het soms niet goed genoeg. Soms hebben ze niet in de gaten dat ze een cliënt de waan bezorgen dat er eigenlijk twee cliënten zijn in plaats van één. DID zou dus wel eens een maaksel van psychotherapeuten kunnen zijn.

DID is overigens niet het enige mogelijke psychotherapeutenmaaksel. In de column “Vrouwen: houd afstand” noemde ik een ander voorbeeld”; zie het onderstaande citaat daaruit.

“Psychotherapeuten kunnen gemakkelijk, zonder het te willen, met suggestieve vragen bij cliënten herinneringen veroorzaken. Uit onderzoek is—helaas—gebleken dat therapeuten bijvoorbeeld herinneringen in het leven roepen aan incest die nooit plaatsvond. Dit heeft geleid tot beruchte incestaffaires waar Nederland er intussen een paar van rijk is.”

Sommige therapeuten en onderzoekers menen dat DID echt bestaat, bijvoorbeeld als gevolg van een trauma in de jeugd. Wellicht onderschatten zij de kracht van suggestie. Maar voorzover ze gelijk hebben, missen ze vaak de ruime context die Verhaeghe biedt. In het verlengde van zijn analyse roep ik hierna een beeld op van DID dat nu niet gangbaar is.

Natuurlijk, iets dat aan DID doet denken komt voor. We lijden er allemaal een beetje aan, de een meer dan de ander. Trauma’s ondervonden in jonge jaren zijn zonder twijfel belangrijk als oorzaak. Maar de wortel van het kwaad heeft meer vertakkingen. Door een stortvloed van waandenkbeelden in onze cultuur zijn we van onszelf vervreemd. Jachtig zoeken naar bezigheden en contacten om ons te “aarden” lossen in de grond van de zaak niets op.
Wat we nodig hebben is een stabiel netwerk van mensen die ons liefhebben en steunen door dik en dun. Mensen die we op onze beurt liefhebben en steunen. Nodig is ook dat we de verbondenheid van seksualiteit en spiritualiteit, op grote schaal teloor gegaan in onze cultuur, leren herbeleven. Een verder, dat we onze biografie kennen en accepteren. Die kan smartelijk zijn. Voor velen in onze tijd is dat zo. Als we dat ervaren, dan wordt de erkenning belangrijk dat een creatief leven zonder smart in ons aardse tranendal niet bestaat. Dit inzicht hebben we nodig om rust te vinden.

Het grootschalige verlies van identiteit in onze maatschappij heeft dramatische gevolgen, met diep liggende oorzaken die gangbare analyses al te gemakkelijk over het hoofd zien. Ik geef een enkel voorbeeld door Verhaeghe te citeren.

“De zoektocht naar nieuwe identiteitverkledende groepen is vandaag overal zichtbaar. … Hoe minder identiteit men heeft, hoe groter de behoefte si aan een rigoureuze groep, met als gevolg dat elke vorm van fundamentalisme … aantrekkelijk wordt.”

Conflicten op nationaal en internationaal niveau krijgen door deze manier van kijken ook een ander gezicht. Het conflict tussen Palestijnen en Israeli’s heeft bijvoorbeeld in sommige opzichten de trekken van ingewikkelde identiteitsstoornissen. Sommige onderzoekers herkennen hier inderdaad een pathologie naar analogie van de pathologie die we vinden bij individuele mensen die een veilige maatschappelijke context missen.

Zijn we iemand? Als we rollen spelen en niet meer dan dat, dan zijn we niemand. We zijn dan circusmensen met afgedwongen kunstjes. Iemand zijn is kunst scheppen op weg naar schoonheid verbonden met de smart van onvolmaaktheid.

Bronnen

De filosoof Hacking schreef een beroemd boek over DID (Hacking, 1995). Zijn benadering is historisch. Hij plaatst de “stoornis” in een culturele context die bepaald niet spoort met denkstijlen van de psychiatrie.
Lilienfeld & Lynn (2003) bespreken meningsverschillen over DID. Opvallend is hun constatering dat het aantal alters van patiënten tijdens therapieën vaak toeneemt. Piper & Merskey (2004 a en b) en Kihlstrom (2005) verdedigen in het verlengde van zulke constateringen dat therapeuten DID bevorderen door onbedoelde suggestie.
Het citaat uit het boek van Paul Verhaeghe is te vinden op p. 27.
Korol (2008) analyseert DID in de stijl van Verhaeghe, die zelf DID niet apert bespreekt.
Brenner (2009) zier in het conflict tussen Palestijnen en Israeli’s de trekken van identiteitsstoornissen.

Literatuur

Brenner, I. (2009). The Palestinian/Israeli conflict: a geopolitical identity disorder. American Journal of Psychoanalysis, 69, 62-71.
Hacking, I. (1995). Rewriting the soul. Multiple personality and the sciences of memory. Princeton, New Jersey: Princetom University Press.
Kihlstrom, J.F. (2005). Dissociative disorders. Annual Review of Clinical Psychology, 1, 227-253.
Korol, S. (2008). Familial and social support as protective factors against the development of dissociative identity disorder. Journal of Trauma and Dissociation, 9, 249-267,
Lilienfeld, S.O. & Lynn, S.J. (2003). Dissociative identity disorder. Multiple personalities, multiple controversies. In: Lilienfeld, S.O., Lynn, S.J. & Lohr, J.M. Science and pseudoscience in clinical psychology (pp. 109-142). New York: Guilford Press
Piper, A. & Merskey, H. (2004a). The persistence of folly: a critical examination of dissociative identity disorder. Part I. The excesses of an improbable concept. Canadian Journal of Psychiatry, 49, 592-600.
Piper, A. & Merskey, H. (2004b). The persistence of folly: critical examination of dissociative identity disorder. Part II. The defence and decline of multiple personality or dissociative identity disorder. Canadian Journal of Psychiatry, 49, 678-683.
Verhaeghe, P. (2009). Het einde van de psychotherapie. Amsterdam: De Bezige Bij.

Deze publicatie is onderdeel van het column van prof. dr. Wim J. Van der Steen, klik hier voor meer publicaties van de auteur.

 

Boeken van de auteur

Geneeskunde tussen Geleerdheid en Gezond Verstand Denken over geneeskunde Nieuwe wegen voor de geneeskunde Beyond Boundaries of Biomedicine
 

Bijwerkingen antidepressiva verzwegen

Meer dan 1 miljoen Nederlanders slikken antidepressiva. Er is sprake van een depressie epidemie. De middelen blijken verslavend en hebben nare bijwerkingen.
Een fopspeen (actieve placebo) werkt 100% zo effectief. En er is helemaal geen bewijs voor een ziekte in de hersenen.
Daarbij veroorzaken antidepressiva juist meer zelfdodingen en extreem gewelddadig gedrag.
Argos op Radio 1 over antidepressiva

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Bron: VPRO/Vara

Labels

Links

Meta

Statistieken

Bezoekers (details)


Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
0900 444 8888 (10 cent/pm)
helpdesk@pvp.nl
MindFreedom International (MFI) Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens (NCRM) International Association Against Psychiatric Assault (IAAPA)
Emil Ratelband - Geef je kind geen pillen maar een Seminar!