Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-4445005
 
 
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

Hoogleraar: “Pillen op het schoolplein” – Geneesmiddelen tegen afwijkend gedrag

Datum: 9 juni 2009, 08:20 ~ Bron: http://www.ivanwolffers.nl/
Dit artikel is op verzoek geselecteerd uit het archief van hoogleraar Ivan Wolffers, en kan gedateerd zijn. Copyright © Ivan Wolffers

Pillen op het schoolplein

Dit artikel is op verzoek geselecteerd uit het archief van hoogleraar Ivan Wolffers.

We slikken steeds vaker geneesmiddelen om afwijkend gedrag of een vervelend gevoel onder controle te krijgen. Zo zouden overactieve kinderen met Ritalin betere schoolprestaties hebben. Maar het gebruik is niet zonder risico.

Van sommige medicijnen zou het gebruik met 71 procent kunnen worden verminderd. Uit een onderzoek dat door oud-minister Wijers in opdracht van de Zorgverzekeraars Nederland werd uitgevoerd, bleek dat huisartsen en specialisten onnodig veel recepten uitschrijven. In 1998 werden er 125 miljoen recepten verstrekt. Dat waren er zestien miljoen meer dan in het jaar daarvoor. Voor het ministerie van VWS, waar men de kosten voor geneesmiddelen terug wil brengen, was dat bijzonder onaangenaam.

Natuurlijk veroorzaakt de vergrijzing van de bevolking het toegenomen medicijngebruik. Oudere mensen slikken nu eenmaal meer geneesmiddelen dan jongeren. Maar een andere reden lijkt een culturele omslag in ons land te zijn. Nederland stond bekend als een land waar weinig geneesmiddelen werden gebruikt. Artsen waren terughoudend bij het voorschrijven van geneesmiddelen en patiënten vonden dat als het zonder kon, ze geen medicijn hoefden te gebruiken. Dat slikgedrag werd onder andere met calvinisme in verband gebracht. Medicijngebruik werd ervaren als falen; het lichaam moest de problemen zelf maar zien op te lossen. Nederlanders lijken er echter steeds minder op die manier over te denken. Dat is onder andere te zien aan de toename van de zogeheten ‘lifestyle medicijnen’. Dit zijn middelen die bij juist gebruik wel degelijk een functie hebben maar die vaak geslikt worden om je beter te voelen (Prozac), af te slanken (Olistat), meer lol in seks te hebben (Viagra) of te zorgen dat de kinderen het beter doen op school (Ritalin).

Hoe snel een en ander verandert, kunnen we zien aan de explosieve groei van het gebruik van Ritalin door ‘overactieve’ kinderen. Volgens cijfers van de Stichting Farmaceutische Kerngetallen (SFK) werd Ritalin in 1997 65.600 keer via de apotheken verstrekt. In 1998 was dat 98.000 keer en in 1999 160.000. Momenteel gebruiken 36.000 Nederlanders Ritalin en van hen zijn 31.000 onder de negentien jaar. In de Verenigde Staten is het gebruik nog groter. Daar slikken twee miljoen kinderen Ritalin. Volgens een schatting van het Drug Enforcement Agency zal in het jaar 2000 vijftien procent van de Amerikaanse scholieren Ritalin gebruiken.

Hyperactiviteit is de meest voorkomende reden voor een bezoek aan de jeugdpsychiater. Drie tot vijf procent van de schoolgaande kinderen zou er last van hebben. Deze ‘aandachtstoornis met hyperactiviteit’ (ADHD, oftewel Attention Deficit and Hyperactivity Disorder), zoals de officiële naam luidt, kan met Ritalin (Ritalin is de merknaam; de stofnaam is methylfenidaat) behandeld worden. Ritalin, dat het centrale zenuwstelsel stimuleert, is al sinds de jaren vijftig beschikbaar, maar werd jarenlang slechts mondjesmaat gebruikt.

Sommige kinderen met ADHD hebben baat bij een behandeling met geneesmiddelen als Ritalin. Het is echter niet gemakkelijk om een diagnose te stellen en te beoordelen wie wel en wie niet in aanmerking komt voor behandeling. Volgens woordvoerder Rikken van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) zouden alleen kinderpsychiaters Ritalin moeten voorschrijven, maar het blijkt dat ook huisartsen dat steeds vaker doen.

Een factor die daarbij een rol speelt is dat ouders erop aandringen. Uit een onderzoek van de American Association of Pharmaceutical Scientists in 1999 blijkt dat 30 tot 36 procent van de artsen toegeeft aan die druk, hoewel ze niet geloven dat het voorschrijven zin heeft. Patiënten komen met dergelijke vragen doordat ze via de media van bepaalde recepten gehoord hebben. De producenten van geneesmiddelen worden voortdurend beter in het langs deze weg benaderen van patiënten. In de Verenigde Staten is het mogelijk een advertentie te plaatsen in een krant waarin ouders wordt gevraagd of hun kind misschien moeite heeft zich te concentreren en zit te wiebelen. Het advies luidt om dan eens met de arts te praten over Ritalin. In Europa mag dat niet, maar er zijn wel allerlei commerciële websites waar men geïnformeerd wordt over ADHD. Bovendien verschenen het afgelopen najaar in alle grote Nederlandse kranten artikelen over Ritalin waarin naast wat kritische geluiden tevreden ouders aan het woord kwamen. Fred en Sacha zouden dankzij Ritalin weer handelbaar geworden zijn.

Als men kijkt naar de manier waarop artsen (en dus ook patiënten) onderwezen worden om de diagnose ADHD te stellen en het beeld te herkennen, valt op dat de criteria erg subjectief zijn en moeilijk hard te maken in de korte consulten die artsen doorgaans met de ouders van hun patiënten hebben. Bovendien heeft iedereen wel eens last van symptomen als concentratiegebrek, vergeetachtigheid, niet stil kunnen zitten, veel kletsen en impulsief gedrag. Wat hierbij een rol speelt, is dat de samenleving (in dit geval de ouders en de leerkrachten) ongewenst gedrag tot ziekte verklaard. Behandeling wordt gebruikt om gewenst gedrag te verkrijgen.

Sinds het syndroom in de jaren veertig zijn naam kreeg, is de behandeling met psychostimulerende middelen (methylfenidaat, dextroamphetamine, pemoline) gebruikelijk geworden. Met redelijk resultaat werden die medicijnen bij de echte gevallen toegepast, want gedrag en resultaten op school van kinderen met ADHD verbeteren meestal snel. Bij de behandeling van ADHD in Nederland is methylfenidaat (Ritalin) het populairst. Het is verleidelijk om onrustige en onhandelbare kinderen met slechte resultaten op school, waarbij men eventueel kan denken aan ADHD zulke medicijnen te geven in de hoop dat ze betere resultaten behalen. Woordvoerder Rikken van het NHG: “ADHD is mode: veel ouders kennen het syndroom en denken dat hun kind ook hyperactief is.” En er zijn natuurlijk ook genoeg ouders die een druk, veel pratend kind hebben dat niet uitblinkt op school. Als kinderen slechts lichte verschijnselen van het syndroom hebben, zijn de resultaten met de middelen niet duidelijk. Gebruik ervan is dan dus zinloos. Maar hoe lang duurt het voordat arts en ouders erachter komen dat het medicijn niet hoeft te worden geslikt? Hoeveel schoolrapporten later erkent men dat het gedrag van het kind met Ritalin niet valt te verbeteren? Het is te hopen dat behandelaars grondig kijken naar de gehele achtergrond van het kind en allerlei factoren meewegen voordat ze overgaan tot het voorschrijven van zulke medicijnen. Het is ook goed als ze wat meer tijd zouden uittrekken om behoorlijk te communiceren met de ouders van hyperactieve kinderen. In de Volkskrant van 4 september 1999 beschrijft Bert Lantink hoe in Amerika kinderen in de pauze in de rij bij de kamer van de schoolverpleegkundige staan om hun dosis Ritalin te ontvangen. De Amerikaanse kinderpsycholoog Diller, schrijver van het boek Running on Ritalin, noemt Ritalin een uiting van de volmaaktheidmanie, waarbij alles wat maar even afwijkt moet worden opgelost met pillen. In de Verenigde staten is lang niet iedereen gelukkig met de toename van het aantal Ritalin-gebruikertjes. Enkele deskundigen van het National Institutes of Health kwamen in 1998 bijeen om enige helderheid te scheppen. Ze willen dat er een duidelijke en eenvoudige test voor het syndroom komt, want nu doet iedereen maar wat. Bovendien weet men nog altijd niet waardoor het syndroom wordt veroorzaakt en hoe het voorkomen kan worden. In Nederland heeft minister Borst advies gevraagd aan de Gezondheidsraad, die in het voorjaar van 2000 hierover verslag zal uitbrengen.

Ritalin is niet zonder bijwerkingen. Zo’n tachtig procent van de kinderen die het medicijn slikken heeft last van verminderde eetlust. Dat leidt ertoe dat tien tot vijftien procent van de slikkende kinderen behoorlijk wat gewicht kwijtraakt. Ritalin valt onder de opiumwet, en dat is niet voor niets. Hoewel er geen overtuigend bewijs is dat het middel verslavend werkt, zijn de bijwerkingen op de psyche van de gebruiker niet zomaar te negeren. Ook slapeloosheid is een vaak gesignaleerd bijverschijnsel. Verder kunnen kinderen last hebben van buikpijn, hoofdpijn, droge mond, duizeligheid en depressie. Snellere hartslag treedt ook wel eens op. Het is niet duidelijk of deze medicijnen de groei beïnvloeden. Pemoline, dat veel minder vaak wordt gebruikt, kan ongevaarlijke en omkeerbare leverontsteking geven. Soms kunnen tics ontstaan.

In enkele gevallen van ADHD zou behandeling met antidepressiva werken. Psychologen en gedragstherapeuten vinden dat ADHD in de meeste gevallen een gedragsprobleem is waarbij een pilletje niets oplost. Voor de lange termijn zou men er beter aan doen kinderen, hun leraren en ouders te leren ermee om te gaan.

De toename van het Ritalin-gebruik en het veel gemakkelijker denken over het oplossen van gedragsproblemen met medicijnen staan niet op zich. De nieuwe generatie antidepressiva vertoont een vergelijkbare ontwikkeling. De eerdere middelen hadden nogal wat bijverschijnselen en bleken lastig in het gebruik. Het voorschrijven ervan was meestal specialistenwerk. De huisarts hield zich er wijselijk verre van. De producenten hebben er echter alles aan gedaan om huisartsen ‘beter’ te onderwijzen in het herkennen en behandelen van depressies. Toen de nieuwste depressiemiddelen eind jaren tachtig werden geïntroduceerd, lag de nadruk bij de marketing op het gemak en de veiligheid van de behandeling, waardoor ook huisartsen ze konden gaan voorschrijven.

Prozac is ongetwijfeld de bekendste, maar er zijn intussen al heel wat neefjes en nichtjes in de handel. Ook die worden weer aangeprezen als nieuw en veilig. Hoewel alle serieuze vakbladen herhaaldelijk hebben aangegeven dat deze middelen niet werkelijk iets nieuws brengen en dat ze wel degelijk gevaarlijke bijwerkingen hebben en lastig in gebruik zijn, begonnen artsen de antidepressiva vaker dan ooit voor te schrijven en vroegen mensen die zich neerslachtig voelden in toenemende mate erom. De vraag zal altijd blijven of de explosieve groei van de diagnose depressie samenhangt met de komst van Prozac en de intensieve marketingcampagnes waarmee dat vergezeld ging, of dat het een op zichzelf staand fenomeen is.

De problemen rond Prozac moeten serieus worden genomen. Met name de ‘ontremming’ die bij sommige gebruikers van deze medicijnen optreedt, kan nogal wat gevolgen hebben. Zo kan er sprake zijn van een agressieve ontremming. In enkele juridische zaken wordt geclaimd dat het ontketende geweld samenhangt met Prozac-gebruik. Het kan ook een ontremming in gedrag zijn. Sommige mensen gingen dingen doen die ze daarvoor nooit gedaan hadden, variërend van zich prostitueren tot exhibitionisme. Ook ontremming die zou kunnen leiden tot zelfmoord is gemeld. In de Guardian stond onlangs dat alleen door de ontremming bij het gebruik van Prozac al 250.000 pogingen tot zelfmoord gedaan zijn en dat daarvan tien procent is gelukt.

Hypes rond bepaalde geneesmiddelen hebben we al eerder meegemaakt. Het lijkt echter of we daar niet veel van hebben geleerd. Het gebruik van de benzodiazepinen (de meest geslikte slaap- en kalmeringsmiddelen) nam, vlak na hun introductie in de jaren zestig en zeventig, enorm toe. Door de knappe verkoopstrategieën van producenten van geneesmiddelen kwamen deze medicijnen onder de aandacht van artsen. Die waren blij met de nieuwe middelen omdat ze daarmee hun tobbende patiënten iets meer concreets te bieden hadden dan een opmonterend woord of een schouderklopje.

De medische wetenschap deed dapper mee. In de jaren zeventig verschenen er onderzoeksresultaten waaruit bleek dat vijftien tot twintig procent van de Nederlanders geestelijke afwijkingen zou hebben. Hadden we geen huisvrouwsyndroom dan op zijn minst een flatneurose. Bij ziekten als astma en maagklachten zou het niet zo zeer om een lichamelijk probleem gaan, als wel om psychosomatische aandoeningen. De geest was ziek en daardoor kreeg men allerlei lichamelijke klachten. Maagmedicijnen die in die tijd werden ontwikkeld bevatten dan ook maar al te vaak een tranquillizer. Ook hartklachten zou men kunnen behandelen met benzodiazepinen.

Spoedig werd echter duidelijk dat de benzodiazepinen helemaal niet zo onschuldig zijn. Een belangrijk deel van de verkeersongevallen wordt veroorzaakt door de effecten van het gebruik van deze medicijnen. Vooral oudere mensen gebruiken deze medicijnen, en onder vrouwen is het gebruik twee maal zo hoog als onder mannen. Van de groep tussen 65 en 69 jaar slikt tien procent benzodiazepinen, hetzij om beter te slapen, hetzij om te kalmeren. Men heeft berekend dat tien procent van de heupfracturen van ouderen te wijten is aan het gebruik van slaap- en kalmeringmiddelen van de benzodiazepinen-familie. Het allervervelendste is waarschijnlijk dat deze medicijnen verslavend werken, waardoor het erg moeilijk is om er weer vanaf te komen.

Net als in de Verenigde Staten zal ook in Nederland het gebruik van geneesmiddelen steeds meer toenemen. Enerzijds groeit het geloof dat de geneeskunde op alles een antwoord heeft, en dus ook op problemen die ontstaan door afwijkend gedrag. Een niet onbelangrijke reden hiervan is de investering die producenten van geneesmiddelen gedaan hebben om gebruikers van zorg via de media te doen geloven dat ze van alles te bieden hebben.

Anderzijds is de behoefte van artsen gegroeid om hun patiënten werkelijk iets te bieden. De concurrentie van allerlei alternatieve behandelwijzen heeft ertoe geleid dat artsen zich meer dan ooit hebben geprofileerd als wetenschappelijke geneeskundigen. Theorieën die gedragsveranderingen verklaren vanuit het perspectief van biochemische processen passen daarin goed. En uiteraard horen daar de geneesmiddelen bij die zulke processen kunnen beïnvloeden, ook al ontbreken nog altijd de bewijzen dat biochemische processen gedragsveranderingen veroorzaken en is er geen test om bijvoorbeeld te onderzoeken of Ritalin echt zin heeft. Tenslotte leven we in een tijd waarin we mogen genieten. We hoeven niet te lijden als dat niet nodig is. Wie de gebruikers voor zorg maar enigszins kan overtuigen dat er producten zijn die dat lijden kunnen verzachten, kan op veel welwillendheid rekenen. Het komt ook goed uit dat onze problemen niet langer een zaak zijn waar we zelf mede voor verantwoordelijk zijn, maar dat ze veroorzaakt worden door ‘iets biochemisch’. Onze kinderen hebben geen aandachtsstoornissen omdat wij als opvoeders ze te weinig aandacht geven, maar omdat er biologisch iets mis is. Ze springen niet heen en weer omdat ze kinderen zijn, maar omdat ze een ziekte hebben. En die ziekte mogen we behandelen met Ritalin.

De criteria waarmee hyperactiviteit wordt getoetst zijn uiterst vaag en subjectief. Bovendien heeft iedereen heeft wel eens last van de symptomen. Van de hieronder genoemde criteria moeten er zes aanwezig zijn gedurende minstens een halfjaar om de diagnose te stellen.

Symptomen van aandachtstekort

  • Het kind kan aandacht niet op details richten of maakt fouten in (school)werk of met andere bezigheden.
  • Het kind heeft vaak moeite aandacht vast te houden bij taken of speelactiviteiten.
  • Het kind lijkt niet te luisteren als het direct wordt aangesproken.
  • Het kind volgt geen instructies op en slaagt niet in het afmaken van (school)werk, karweitjes en andere verplichtingen.
  • Het kind heeft moeite met het organiseren van taken en activiteiten.
  • Het kind vermijdt, is afkerig van of onwillig om taken te verrichten waarbij langdurig geestelijke inspanning nodig is.
  • Het kind verliest heel vaak spullen die nodig zijn op school of thuis.
  • Het kind is gemakkelijk afgeleid door uitwendige stimuli.
  • Het kind is vaak vergeetachtig tijdens dagelijkse activiteiten.

Symptomen van hyperactiviteit

  • Veel wringen met handen en voeten, niet stil kunnen zitten.
  • Het kind blijft niet zitten in de klas of bij andere gelegenheden waarbij het op zijn plaats moet blijven.
  • Het kind rent rond en klimt overal op, in situaties waarin dit ongepast is.
  • Het kind heeft moeite met rustig spelen.
  • Het kind is altijd in de weer en kan moeilijk ophouden.
  • Het kind kletst enorm veel.

Symptomen van impulsiviteit

  • Het kind gooit antwoorden eruit voor de vragen af zijn.
  • Het kind kan moeilijk op zijn beurt wachten.
  • Het kind onderbreekt anderen of gedraagt zich opdringerig. Bron: Pharma Selecta

Bron: http://www.ivanwolffers.nl/

Disclaimer deze publicatie bevat informatie, beeldmateriaal of professioneel geschreven artikelen uit externe bronnen die kunnen zijn vertaald, aangepast, uitgebreid, voorzien van links, foto's en videos, met als doel het onderwerp - soms vanuit een ander (beoogd duidelijker) perspectief - bespreekbaar te stellen.

Deze publicatie is onderdeel van het column van prof. dr. Ivan N. Wolffers, klik hier voor meer publicaties van de auteur.

 

Boeken van de auteur

Medicijnen 2006-2007 Medicijnen 2004-2005 Medicijnen 2008-2009 Top 100 van meest gebruikte medicijnen
 

Dr. Laura Batstra

Dr. Laura Batstra (blog) heeft ontslag genomen bij een GGZ-instelling uit afkeer tegen ADHD-screenen op scholen. Dr. Laura Batstra is auteur van het boek “Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen!” en stelt dat ADHD geen hersenziekte is en dat het daarom onverantwoord is om de hersenen van kinderen te behandelen.


Stop ADHD screening
Petitie tegen medicalisering jeugd

Terwijl de Tweede Kamer er alles aan doet om de ADHD epidemie in Nederland aan banden te krijgen start de psychiatrie onderwijl initiatieven om kinderen in een vroeger stadium te diagnosticeren met ADHD. In Ede is bijvoorbeeld een psychiatrisch screening programma gestart op peuterspeelzalen.

is een petitie gestart gericht aan politici. Teken de petitie en nodig anderen uit om te tekenen!

Teken de petitie tegen ADHD screening
Teken de petitie!


"Hoogleraren roepen in kranten dat ADHD wetenschappelijke fraude is"
Knack.be (700.000 lezers)

Meta

Statistieken

Bezoekers (details)


Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
0900 444 8888 (10 cent/pm)
helpdesk@pvp.nl
MindFreedom International (MFI) Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens (NCRM) International Association Against Psychiatric Assault (IAAPA)
Emil Ratelband - Geef je kind geen pillen maar een Seminar!