Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-4445005
 
 
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

Ervaringsdeskundigen over dwangopname en dwangbehandeling in de psychiatrie

Datum: 28 september 2008, 17:29

Ervaring psychiatrieDoor Froukje Bos, beleidsmedewerker Stichting Pandora.

Aan de hand van interviews met twee ervaringsdeskundige voorlichters van Stichting Pandora gaat dit artikel in op ‘veiligheid in de psychiatrie’, afgelopen jaar thema van de 33e Week van de Psychiatrie (26 maart-1 april 2007). Naast een analyse van gevoelens en situaties van onveiligheid bij dwangopname verkennen we mogelijkheden om hier verbetering in te brengen.

Het belang om ook bij psychische problemen de gezonde mens aan te spreken

‘Ik ben niet iemand die structureel last heeft van psychiatrische problemen’ vertelt Jorn Bosman, ik heb één keer een psychose gehad en heb toen drie weken een ibs (in bewaring stelling) gehad, een gedwongen opname. Dat was vreselijk, ik kreeg te maken met dwangmedicatie en de isoleercel, iets totaal nieuws voor mij. Ik was gek, maar diep in me zat een gezond mens. Wat me verbaasde en kwaad maakte, ook nu nog, is dat de psychiater en verpleegkundigen me alleen maar op m’n ziekte aanspraken en me ook zo behandelden. Zij hebben haast en hebben een eigen agenda. Ze maken geen contact met je en zijn alleen maar bezig hun eigen agenda af te werken. Er is geen overleg en geen vertrouwensband. In die zelfde tijd had ik wel contact met m’n advocaat, zij sprak me als mens aan en daar reageerde ik goed op, ook toen ik gek was. Ik werd opgenomen in de zomer, er was door de vakanties extra personeelstekort. Ik werd diezelfde opname periode nog een paar keer in de isoleer gegooid, soms om hele rare dingen. Zo was ik op m’n kamer met het raam op een kiertje, waardoor veel muggen binnenkwamen. Die probeerde ik dood te spuiten met m’n deodorantspray. Ineens kwamen vier man binnen die me op de grond drukten en in de isoleer deden waar ik de hele nacht moest blijven. Later begreep ik dat door de deodorant het brandalarm was afgegaan, meer was er niet aan de hand geweest. Wat is dat nou voor behandeling. Ik heb het idee dat mijn psychose door die plek en de aanpak juist langer heeft geduurd. Ik moest heel veel medicijnen slikken, maar kreeg geen voorlichting en begreep niet wie de psychiater was en wat hij wilde. De medicijnen duwen ze in je mond, kijken onder je tong en verder communiceren ze nauwelijks met je. Dan is je eerste reactie dat je gaat protesteren. Als ze het me beter uitgelegd hadden, had ik meer meegewerkt en had ik me ook minder bedreigd gevoeld. Deze ervaringen waren zo sterk dat ik ze nu nog met me meedraag. Het is ruim vijf jaar geleden, maar ik wil het nooit meer mee maken.

Traumatisering en tijdsbesef bij dwangbehandeling

Dwangopname en dwangbehandeling zijn een traumatische ervaring. Het verwerken hiervan blijkt voor veel mensen net zo moeilijk als het verwerken en accepteren van de psychiatrische problemen zelf. Bij de eerste opname weet je vaak totaal niet wat je te wachten staat. Bij dwangopname gaan de gebeurtenissen vaak in versneld tempo. In de war, psychotisch of suïcidaal kom je vaak in een politieauto of ambulance, in handboeien of vastgebonden op een brancard op de crisisafdeling terecht. Daar loop je kans vastgepakt te worden door een groep verpleegkundigen, een spuit in je bil te krijgen en in de isoleer te belanden: een kale kamer met een matras, papieren po en een plastic bekertje water. Meestal moet je je helemaal uitkleden (in aanwezigheid van manlijke en vrouwelijke verpleegkundigen) en krijgt een scheurhemd aan. Je hebt geen idee voor hoe lang je opgesloten blijft en wat er gaat gebeuren. Veel mensen vliegen dan letterlijk en figuurlijk tegen de muren. Het is de bedoeling dat je in een prikkelloze omgeving kalmeert. Dat werkt uiteindelijk bij mij averechts. Had het niet anders gekund?!

Afhankelijkheid, machteloosheid, eenzaamheid en verlatenheid maken patiënten woedend, angstig en wanhopig. Tijdsbesef is niet meer te bevatten, een minuut kan een eeuw lijken als je alleen bent in de isoleer: zou er ooit nog iemand komen? De afspraak dat de verpleegkundigen om 8 uur komen, maar het wordt later, is dramatisch. Een Pandora voorlichtster vertelde me eens hoe ze in de isoleer zat en dacht dat de derde wereldoorlog was uitgebroken, alleen zij bleef achter. Ze raakte totaal in paniek wat er buiten de muren van de isoleer gebeurde; had zo’n behoefte aan medemensen, maar er was geen mogelijkheid voor contact. In de ‘audiotour’die we als medesamenstellers voor het psychiatriemuseum het Dolhuys maakten, vertelt ze hoe ze uit de isoleercel kwam en in de spiegel keek: totaal verbaasd zag ze een jonge vrouw. Ze had een oud gerimpeld gezicht verwacht, zoveel angsten had ze doorstaan. In het museum (een historisch gebouw) is haar verhaal te horen in een oude ‘dolcel’, waar eeuwen geleden ooit ‘dollen, dwazen en dronkaards’ in de boeien werden geslagen.

Noodzaak: uiterste inspanning om dwang te voorkomen, te beperken en te verzachten

Pas in de negentiger jaren van de vorige eeuw werden de patiëntenrechten vastgelegd in de Wet Bopz (bijzondere opname in psychiatrische ziekenhuizen). Als met een slinger van de tijd is de laatste jaren echter dwang weer in zwang en wordt de wet Bopz stap voor stap verruimd, om eerder dwangopname en dwangbehandeling toe te kunnen passen. De consequenties hiervan voor psychiatrische patiënten heeft Stichting Pandora toegelicht in vijf Dwangspecials van PandoraNieuws. Het thema medicatie is daarin specifiek aan de orde geweest.

Hier gaan we aan de hand van ervaringsverhalen in op het voorkomen van dwang en de beperking in duur en ernst. De thema’s gekte en dwang zijn zo oud als de wereld, maar hoe geven we psychiatrische hulp een eigentijds gezicht en menswaardige kwaliteit? Dwang moet naar de mening van Stichting Pandora niet worden uitgebreid. De nadruk moet o.i. liggen op laagdrempelig toegang tot zorg en uiterste inspanning om hulp en ondersteuning aan deze kwetsbare groep patiënten te verlenen. Dwang moet te allen tijde een noodoplossing blijven. De kwaliteit van dwang verdient daarbij extra aandacht, evenals de inspanning om dwang zo kort mogelijk plaats te laten vinden.

Valkuilen, gevoeligheden en houvast voor een kwetsbaar mens

Voorlichtster Agnes van Everdingen is inmiddels een ‘ervaren patiënt’. Ze heeft inzicht ontwikkeld in signalen en verloop van haar psychiatrische problematiek en weet inmiddels welke aanpak en behandeling in haar voor- of nadeel kunnen werken. Ze is bewust verhuisd van de prikkelrijke Randstad naar het prikkelarmere Drente en is er in geslaagd een vertrouwensband met familie en hulpverleners op te bouwen, met heldere afspraken. Hier beschrijft Agnes hoe ze opname in een psychiatrisch ziekenhuis beleefd heeft:

‘Tijdens opnames voel ik me kwetsbaar en onzeker.De eerste dagen in het ziekenhuis voel ik me gedesoriënteerd in de ruimte en moet wennen aan m’n medepatiënten. Ik mis m’n eigen spullen als ijkpunt. De paar dingen die van mij zelf zijn worden heel erg belangrijk voor me. Als die bedreigd worden en als ik geen locker heb voel ik me onveilig. Het idee dat het kleine beetje dat van mij is me kan worden afgenomen, verontrust me. Ik wil graag m’n kamerdeur dicht kunnen doen en voel me kwetsbaar in de nacht vanwege het idee dat er zo iemand binnen kan komen. Ik ervaar een gevoel van fysieke onveiligheid, dat m’n lichaam in beslag genomen kan worden. Het is me nog nooit gebeurd, maar ik voel ‘t heel hevig. Dit zijn belemmeringen voor mij om me te laten opnemen.’

Zoals Agnes graag de deur dicht wil, wil een ander juist de deur op een kier, om mensen te kunnen zien en contact te houden. Wat goed of slecht is voor iemand luistert nauw en is persoonlijk. Standaardaanpak, routinematig of gehaast handelen van professionals roepen

onrust en verzet op en kunnen risicovol zijn, omdat individuele reacties beduidend kunnen verschillen. Bejegening en aandacht zijn van doorslaggevende betekenis voor het welslagen van hulp. Overleg en zorg op maat zijn van groot belang.

Diagnose, beoordeling en (dwang)behandeling

‘Mijn psychiatrische diagnose is schizoaffectieve stoornis met een manisch depressieve component en uitlopers naar psychotisch toe’, licht Agnes toe.‘Ik ben vanuit mezelf overgevoelig, ook als kind. Als ik bijvoorbeeld verliefd ben reageer ik heftiger dan andere mensen. ‘In 1990 ben ik met een eerste psychose opgenomen, daarvoor had ik een nihilistische depressie. De huidige diagnose kreeg ik pas in 1997 na een second opinion. Ik voelde me heel veilig dat ik deze diagnose kreeg, dat de verschijnselen van mijn gekte een naam kregen. Nu kon ik er over lezen en over praten met anderen.’

Beoordeling, diagnose en indicatiestelling in de psychiatrie blijken niet makkelijk. De problematiek is complex en de context speelt een belangrijke rol. Er worden fouten gemaakt en er is vaak sprake van een proces eer ontdekt wordt wat er aan de hand is en wat er eventueel aan gedaan kan worden. Dit heeft gevolgen voor de besluitvorming over (dwang)behandeling. Ook het verhaal van Jorn illustreert dit. Zijn diagnose was dysthieme depressieve stoornis. Toen hij op een gegeven moment in dagtherapie ging en vervolgens in opname, kwam daar de diagnose persoonlijkheidsstoornis bij. Hij leefde op toen hij daar, vanwege last van bijverschijnselen, een ander antidepressivum kreeg. De nieuwe medicatie sloeg aan, de therapie ging goed vooruit en alles ging beter, maar het sloeg door. Hij werd euforisch en wilde zijn diepste ervaringen over zijn ouders en liefdesleven in therapie in de groep bespreken. Naar zijn gevoel was dit de aanleiding tot zijn eerste (en enige) psychose, helaas herkenden hijzelf noch de hulpverlening wat er aan de hand was. Er gingen geen bellen rinkelen. Hij werd steeds vrolijker, het weekend thuis escaleerde het. In hartje zomer, met de ramen open kwamen vriendinnen langs en vroegen hem mee uit. Maar op de een of andere manier voelde hij dat hij dat niet moest doen. Zijn euforie sloeg door, hij belde uren over niets met vrienden in Australië, zette de muziek op vol en danste naakt door de kamer tot de deur werd ingetrapt en politieagenten hem vastgrepen, een badjas aandeden en naar het politiebureau brachten. Hij dacht aanvankelijk dat zijn vrienden zich verkleed hadden en had er lol in dat ze een grap met hem uithaalden, maar verzette zich al snel tegen de harde aanpak. In de politiecel werd hij bezocht door een psychiater die meende dat er sprake kon zijn van een drugspsychose. Naar Jorn weet is hij niet uit geweest en kan daar geen sprake van zijn. Maar door de overtuiging van de psychiater begon hij aan zichzelf te twijfelen: was hij dan zover weg geweest dat hij dit zelf niet meer wist? Toen bloed en urine naar het laboratorium werden gezonden voor onderzoek wilde hij dit zelf ook heel graag weten. Helaas is dit kwijtgeraakt en is hij nooit te weten gekomen of de diagnose drugspsychose waar was, terwijl dit grote invloed op de aanpak van de behandeling heeft gehad. Ook betreurt hij dat de opkomende manie en psychose niet herkend zijn in therapie, anders had er preventief opgetreden kunnen worden en was hem, zijn ouders en de hulpverlening veel bespaard gebleven.

Er zijn meer (ex-)patiënten met een bipolaire stoornis die aangeven dat de manische component pas heel laat, te laat, onderkend werd. Psychiatrie kent als wetenschap en beroep nog veel onzekere factoren. Dit werkt direct door in de toepassing van dwang en drang.

Investeren in geduld, communicatie en overleg

Nu geeft Jorn voor Stichting Pandora voorlichtingen aan onder andere politie en justitie en raadt de politie aan om niet met zoveel man tegelijk op iemand af te komen. ‘Probeer eerst met twee man te praten en houdt de rest achter de deur uit zicht. Misschien was ik wel zo mee

gelopen naar de politieauto. Door praten en iets meer tijd te nemen krijg je meer vertrouwen en kan het voor beide partijen minder heftig verlopen.’

Jorn is indertijd direct uit de politiecel, bij opname regelrecht in de isoleercel terecht gekomen. Ook in het ziekenhuis stond de harde aanpak voorop. Het eerste echte contact dat hij had was met de advocate. Hij mocht even uit de isoleer en zij vroeg hem in een apart kamertje rustig wat er aan de hand was. Jorn is van mening dat als er meer tijd en aandacht in uitleg en communicatie worden gestoken, veel escalatie kan worden voorkomen. Hij stelt dat door de harde aanpak die hij heeft ondervonden zijn vrolijke psychose veranderd is in een angstige psychose. Waren er geen andere plek en manier geweest om hem tot rust te brengen?’

Stichting Pandora constateert dat er ook patiënten zijn die zelf (uit vrije wil of in overleg) de isoleer ingaan; of liever nog in een rustige kamer wil blijven met duidelijk afspraken over tijd en wat er al of niet gaat gebeuren. Het is belangrijk de patiënt serieus te nemen. Het is daarom ook bijzonder jammer dat in de nieuw aanpassingen in de wet Bopz (februari 2007; Tweede Kamer) het woordje ‘in overleg’ veranderd is in ‘na overleg’ wat betreft het behandelingsplan.

Naar de mening van Stichting Pandora dient sprake te zijn van een overlegproces bij het behandelingsplan, waar de patiënt in alle fasen moet worden gehoord en aanpak moet worden toegelicht en geëvalueerd.

Onderlinge afspraken en klachten serieus nemen

Jorn heeft na de eerste keer geen psychose meer gehad, toch wil hij voorkomen dat hij ooit weer dwangbehandeling krijgt zoals hij heeft meegemaakt, mocht het toch ooit weer gebeuren. Hiervoor heeft hij een crisisprotocol opgesteld met afspraken over aanpak, behandeling en medicatie. Afgesproken is dat alles moet worden geprobeerd om dwang te voorkomen, dat hij op een gesloten afdeling en in de isoleer terecht komt. Of dit ook realiseerbaar is? In de praktijk is het een grote haastklus, ze proberen jou zo gauw mogelijk onder controle te krijgen in plaats van in je te investeren door geduld en communicatie.

Stichting Pandora hoort signalen van patiënten dat afspraken in de praktijk te vaak niet goed worden nagekomen. Evaluatie vindt onvoldoende plaats, terwijl dit een sleutel is bij betere communicatie en preventie van escalatie. Hulpverleners zijn gevoelig voor klachten, terwijl patiënten vaak in eerste instantie vooral aandacht willen voor hun vragen en klachten en de mogelijkheid van second opinion. Juridische klachten komen veel minder en pas laat aan de orde. Beide partijen zijn gebaat bij een cultuur van meer vertrouwen.

Zelfbindingscontract en alternatieven zoeken voor mensonterende isoleer

Agnes heeft in 2006 een zelfbindingscontract opgesteld. ‘Ik heb bij volle gezondheid richtlijnen afgesproken wat er moet gebeuren als ik hypomaan of psychotisch wordt: wanneer je zelf de regie kunt houden en wanneer het omslagpunt komt dat ik het over moet geven. Ik heb dit in vertrouwen met mijn psychiater ondertekend, maar ook wie dat over mogen nemen. Ik ken de andere psychiaters in het team. Het hangt dus niet op één iemand die er dan ineens niet is. Als ik weer in een hypomane fase ben duurt dat ruim een week. Door m’n hypomanie luister ik niet; m’n psychiater zegt dan: “Agnes, we hebben het doorgenomen, je hebt je er wel bij neergelegd.”

In mijn zelfbeschikkingscontract staat dat als ik in die toestand ben, mijn psychiater of een van haar collega’s van het team me gedwongen mogen opnemen met een Rechterlijke Machtiging (RM) en dat ik medicijnen per injectie toegediend mag krijgen. Er staat in tegen welke medicijnen ik niet kan; er is bijvoorbeeld een medicijn waar ik allergisch voor ben, dat moeten ze me niet geven. Zij zullen alles doen om isoleerbeleid te voorkomen. Ook is goede opvang voor mijn hond afgesproken. Als ik toch in de isoleer moet en een scheurhemd aan moet, mag ik (ter plekke) zelf een verpleegkundige uit kiezen die me intramusculaire medicatie toedient. Dat is een kwestie van gevoel: die is wel of niet te vertrouwen. Meestal is dat een vrouw.

Het isoleren is alsof je een voortdenderende rijdende trein instapt; het is op een gegeven moment niet meer te stoppen. Dat ligt aan de interactie tussen het team en mij als patiënt, er hoeft maar één interruptie in te zijn en het gaat de verkeerde kant uit. Dat kan ook een verpleegkundige zijn die moe is en geen zin heeft. Ik zie geen aura’s, maar als ik aura’s zou zien zou ik de goede en de slechte aura’s kunnen aanwijzen. Ik ben overgevoelig voor dit soort signalen, voor de attitude van de verpleegkundigen. Ik voel me dan ontredderd en verzet me tegen alles wat isoleer is, ben heel agressief: slaan, schoppen, bijten, krabben. Zo’n acht man moeten je in zo’n hok stoppen. Ik vraag of de mannen niet in de deur willen gaan staan als ik me uitkleed. Ik kies een zachte verpleegkundige: wil jij het doen?!

Ik wen nooit aan die isoleerverpleging, het is zo mensonterend, terwijl ik weet dat er alternatieven zijn, zoals ‘oog in oog’ of ‘hand in hand’ verpleging. Dat even een verpleegkundige een halve dag naast me loopt, dat zou ik willen. Een manie is ongelooflijk uitputtend. Medicijnen gaan meestal pas na een halve dag werken, als ze dat niet doen, zit ik meestal vier dagen in de isoleer. Dat is eigenlijk een stap te ver, vóór het punt dat ik zo agressief wordt zou ik met m’n psychiater en de verpleegkundigen tot betere afspraken willen kunnen komen, hoe we het aan gaan pakken. Ik heb nog nooit medepatiënten wat aangedaan, daar richt m’n agressie zich niet op, wel op verpleegkundigen die ik niet ken.

We evalueren jaarlijks of die zelfbindingscontract nog actueel is. Misschien heb ik tussendoor een nieuwe partner of zijn er ontwikkelingen of signalen op antipsychotica gebied. Of dat ik niet naar de opnameafdeling hoef, maar naar een “24 uurs opvang”.’

De regie in eigen handen, vroege signalering en laagdrempelige hulp

Op tijd onderkennen van signalen en daarop reageren is cruciaal. Agnes werkt met een signaleringslijst: ‘je moet zelf beoordelen wat er aan de hand is. Volgens een puntensysteem moet dan meer of minder actie worden ondernomen. Als dit of dat zich voordoet, moet je: rust nemen, respectievelijk zelf rustgevende medicijnen innemen of de dosering verhogen (als afgesproken), een nacht een doorslaper innemen, afspraken afzeggen of naar je psychiater. Je geeft je eigen gedrag en gevoelens punten. Ik ben degene die contact opneemt, zij komen niet als bemoeizorgteam. Voor mij is de regiefunctie die ik zelf heb heel erg belangrijk. Ik kan me zelf melden bij de 24-uursdienst, zij hebben daar ook mijn signaleringslijst en zelfbindingscontract in het dossier.

Mijn zus en zwager mogen ook actie ondernemen, dat vind ik goed.Vroeger leefden we ieder ons eigen leven, met respect en met verschillen. Maar door de zorg voor mijn moeder bij haar ziekbed en overlijden, hebben we samen dingen meegemaakt en geleerd om op elkaar te vertrouwen, m’n zus, m’n zwager en ik. Ik ben vroeger wijkverpleegkundige geweest en heb veel ervaring. We hadden gelijkwaardigheid in de zorg voor moeder, het praten erover, het regelen. Dat heeft een hele andere band geschapen, voor ons allemaal. Vroeger zagen ze mij als patiënt: daar heb je Agnes weer met haar gedoe. Nu kan ik beter in gesprek wat het beste zou zijn. Zij luisteren naar mij en ik naar hen’.

Maatschappelijk steunsysteem en aanspreekpunten

‘Een maatschappelijk steunsysteem is ongelooflijk belangrijk voor ons kwetsbare mensen. Vorige zomer voelde ik me niet goed worden. Ik heb toen mijn auto geparkeerd bij de politie en m’n sleutel afgegeven met de mededeling dat m’n zus of zwager die zouden komen halen. Ik heb een taxi genomen en ben naar de kliniek gegaan. Ja, waarom de politie? Je hebt toch

die slogan ‘de politie is je beste vriend’! Voor dat soort simpele oneliners ben ik dan heel gevoelig, die schieten in m’n gedachten.

Laatst kwamen m’n zus en haar man me helpen met verbouwen. Zij wonen zelf in het westen en sliepen op matjes op de grond omdat ze mij m’n nachtrust in mijn eigen bed gunden. Goede nachtrust is erg belangrijk. Toch was dat voor mij bedreigend, zo was ik m’n huis kwijt, ook door de verbouwing. Ik voelde dat het niet goed ging en heb zelf ‘Bed op recept’ geregeld: ‘kan ik een nachtje bij jullie slapen? Ik koos voor de relatieve onveiligheid in de kliniek, maar dat kon doordat ik vertrouwd ben met de hulpverlening. Ik weet dat één nacht daar, erger kan voorkomen. Die faciliteit is er gelukkig.

Toen ik vroeger in het westen, in de Randstad werkte en woonde met m’n partner en familie, had ik veel te veel prikkels. Ik werd suïcidaal en had het gevoel dat het beter zou zijn dat ik dood zou zijn en niemand tot last. Toen ben ik opgenomen, ik had niet zonder gekund. Ik zou uiteindelijk te maken hebben gekregen met zinloos geweld omdat ik op straat mensen aansprak op wat me niet beviel in hun gedrag of uiterlijk.Ik zwierf door de stad, ging naar het werk van m’n ex met allerlei commentaar, sprong in de gracht, voelde me thuis op de wallen (daar viel m’n gedrag niet zo op). Ik gaf teveel geld uit en sliep in dure hotels. De rijdende psychiater zei aanvankelijk: laat haar maar lopen met haar hondje. Maar het was goed om even uit de maatschappij te zijn, de kliniek was in die zin een veilige plek voor mij.

Leren leven met psychiatrische problemen

Zo goed als je afspraken kan maken met de hulpverlening, kan dat ook in je dagelijks leven. Er wordt tegenwoordig steeds meer gesproken van behandeling, maar kan iedereen genezing verwachten? Voor sommige mensen betekent het dat ze moeten leren leven met psychiatrische problemen en/of verandering in maatschappelijke positie en ambities. Zij zoeken en vinden ook vaak een nieuwe vorm en kwaliteit van leven. Agnes doet nu vrijwilligerswerk als voorlichter bij Stichting Pandora en in de WMO-Raad, werkt zelfstandig als ‘herstelconsulent’ en heeft een betaalde baan in de GGz als ervaringsdeskundige. Ze heeft van haar beperkingen haar meerwaarde weten te maken.

‘Toen ik besloot naar Assen te verhuizen, dacht iedereen: dat wordt haar dood. Maar daar heb ik juist relatieve rust gevonden. Als ik uit wil, ga ik naar Groningen. Dat lijkt op Amsterdam, maar het is kalmer, beter te behappen. Ik heb eerst zeven maanden in een caravan gewoond en kreeg daar commentaar op, maar doordat het klikte met iemand bij de woningbouwvereniging kreeg ik een woning. Nu kan ik het bijvoorbeeld in huis zo warm of koud maken als ik wil. Ik heb m’n hond. Ik leef relatief alleen, maar de bewoners van het dorp zijn aardig, ook al hebben ze me al hypomaan meegemaakt. Dan zeg ik in de kroeg: geef mij maar geen alcohol. Ik fiets en wandel met m’n hond.’

Het belang van lotgenotencontact en ervaringsdeskundige expertise

Via Stichting Pandora zet ik me in voor de verbetering van de positie van mensen met psychiatrische problemen, een heel zinnig doel waar ik me heel intensief mee bezig houd. Door het HEE-team (Herstel Empowerment Ervaringsdeskundigheid) van het Trimbos Instituut, waarvan drs. en ervaringsdeskundige Wilma Boevink, initiator en hoofdopleider is, ben ik in aanraking gekomen met de herstelbeweging. Ik ben nu HEE-docent en leid onder andere herstelwerkgroepen. Dat zijn vijftien bijeenkomsten van twee uur met lotgenoten. Onderwerpen zijn: bronnen van steun; omgaan met je hulpverleners; omgaan met je medicatie; wat vertel je bij verliefdheid over je psychische achtergronden etc. We leven in een tijd van nieuwe zakelijkheid en meer dwang en drang. Ik ben tegelijkertijd blij dat er een klankbordgroep bij GGz Drente is die zich ten doel stelt om het separeren over twee jaar met 50% terug te dringen en dat er initiatieven zijn voor ontwikkeling en subsidiering van ‘oog in oog- en hand in hand begeleiding’, en andere alternatieven voor de isoleren, zoals het bouwen of inrichten van rustruimtes op de afdeling.’

Stichting Pandora komt regelmatig wensen voor meer lichamelijkheid tegen, zoals massage, fysiotherapie om te leren je spanningen te beperken. Iemand vertelde dat de verpleegkundigen als ze tijd hadden wel eens een stuk met haar gingen wandelen op de dijk. Dat hielp enorm, ‘lekker uitwaaien in plaats van de beklemming van de gesloten afdeling’. Agnes sluit hierbij aan: ‘Ik zou ik wel eens tegen iemand aan willen huilen en een arm om me heen voelen; of tijd in een snoezelruimte door willen brengen. Of dat je een sauna bouwt in zo’n complex, heerlijk ontspannen.’

Stichting Pandora is van mening dat het de moeite waard is om alternatieven voor dwang en drang te onderzoeken. Zij vraagt daarbij meer aandacht voor ervaringsdeskundige kennis en de betekenis van lotgenotencontact.

Het Soteria project heeft bewezen dat er alternatieven zijn, en dat de destructieve medicijnen en dwangbehandeling zoals tegenwoordig gebruikelijk zijn absoluut niet nodig zijn.

For over a decade Prof. Dr. Loren R Mosher, MD, held a central position in American psychiatric research.

He was the first Chief of the Center for Studies of Schizophrenia at the National Institute of Mental Health, 1969-1980. He founded the Schizophrenia Bulletin and for ten years he was its Editor-in-Chief. He led the Soteria Project.

The Soteria research demonstrated that there is a better way: A better way to treat schizophrenia and other psychoses that destroy the lives of so many young people. The Soteria research showed that the prevalent excessive destructive psychiatric drugging of all these young people is a huge and tragic mistake. The psychiatric establishment was offended. Prestige and Money won. Truth and Love lost.

The success ! of Soteria was the reason that Dr Mosher was forced to leave his key position in American psychiatry.

When Dr Mosher died he was Director of Soteria Associates, San Diego, and Clinical Professor of Psychiatry, School of Medicine, University of California, San Diego.

http://www.moshersoteria.com/

 
  • Pingback: Jeugdzorg en de psychiatrie, het moderne fascisme | Dus!()

  • lala

    Beste

    ik vind het erg dat zoiets is gebeurd!

    Ik ben bezig met mijn eindwerk over gedwongen opnames en zoek naar getuigenissen Dit anoniem!

    Interesse; mail me op bononnoh@hotmail.com
    hartelijk dank

  • nicole

    Ik ben het hier niet mee eens.
    Natuurlijk moet separeren indien mogelijk niet (meer) gebeuren.
    Ik ben werkzaam in de GGZ (niet bij GGZ drenthe) en ik vind dat wij er momenteel alles aan doen om separatie te voorkomen.
    Maar als een cliënt dreigend en fysiek agressief (naar verpleegkundigen) is en niet meer te kalmeren is met gesprekken en/of medicatie en bv ook nog eens onder invloed is van drugs, dan gaat veiligheid van personeel toch echt voor en word uiteindelijk, als laatste redmiddel, wel gesepareerd.

Mogelijk interessante boeken

Wie is van hout ... Metanoia De duisternis voorbij Denken over geneeskunde
 

Hoogleraar: "ADHD is boerenbedrog"

Hoogleraar psychotherapie prof. dr. Paul Verhaeghe, auteur van het boek "Het einde van de psychotherapie", stelt dat aandoeningen zoals ADHD en PDD-NOS niet bestaan. De symptomen natuurlijk wel: drukke of verlegen kinderen zijn een feit. Het probleem ontstaat wanneer een patient niet als een persoon met een aantal eigenschappen wordt beschouwd, maar als die eigenschappen worden gefilterd tot een paar goed te classificeren afkortingen. Diagnose van zon soort aandoening gebeurt meestal met behulp van de DSM, een diagnostisch handboek dat niet, zoals men zou verwachten, samengesteld werd door onafhankelijke wetenschappers maar eerder een allegaartje van meningen is. De samensteller is de Amerikaanse Psychiatrische Associatie, een belangenvereniging die ooit zelfs met een stemming besloot of homoseksualiteit al dan niet een categorie moest worden. Zo worden ook te pas en te onpas aandoeningen toegevoegd, tot grote vreugde van de farmaceutische industrie. Zo kan er bijvoorbeeld weer een nieuwe pil in de markt worden gezet tegen een abnormaal lange rouwperiode. De DSM methode valt dus moeilijk wetenschappelijk te noemen, en blijkt in de praktijk al helemaal niet bij te dragen aan een structurele oplossing.

Labels

Links

Meta

Statistieken

Bezoekers (details)


Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
0900 444 8888 (10 cent/pm)
helpdesk@pvp.nl
MindFreedom International (MFI) Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens (NCRM) International Association Against Psychiatric Assault (IAAPA)
Emil Ratelband - Geef je kind geen pillen maar een Seminar!