Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-4445005
 
 
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

De waarheid als koe

Datum: 24 augustus 2009, 11:35
Tekst gepubliceerd 24 augustus 2009. Copyright © prof. dr. Wim J. van der Steen. Plaatsing van de tekst door derden in enig ander medium is niet toegestaan zonder toestemming van de auteur. Weergave van kleine gedeelten of van de kern van de inhoud is toegestaan, mits de bron (auteur, titel, gegevens website, datum) expliciet worden vermeld.

“Dat is een waarheid als een koe.”

koeRegelmatig probeer ik zo’n waarheid te vinden maar het lukt me zelden.
Hoe zou het gezegde zijn ontstaan? Ik stel me er het volgende bij voor. Als je wat over is van ons mooie polderland doorkruist, dan kun je koeien nauwelijks over het hoofd zien. De koeien die op stal staan—de meeste tegenwoordig—zie je natuurlijk niet, maar dar gaat het niet om. Toen het gezegde ontstond, waren koeien in de wei nog een gewoon verschijnsel. Een koe in de wei zie je niet over het hoofd. Een waarheid als een koe is dus een waarheid die je niet over het hoofd ziet—als je goed uit je ogen kijkt.
Duidelijk is natuurlijk dat het bij waarheden als koeien gaat om Grote Waarheden. Dat het gisteen regende is niet een waarheid als een koe, want dat is een kleine waarheid. De uitdrukking “waarheid als een koe” gebruiken we voor dingen die meer de moeite waard zijn.
Helaas komen we bij het verkondigen van Grote Waarheden gauw in de problemen. Aan zulke waarheden zit altijd veel vast en wat er aan vast zit wordt zelden gezegd. Dat is een vanzelfsprekende kwestie van Algemeen Beschaafd Nederlands. Waarheden als koeien zijn per definitie waarheden die zó in het oog springen dat je ze niet hoeft toe te lichten.
Zo komen we terecht bij een tegenstrijdig gegeven. Aan een waarheid als een koe zit veel vast. Wat eraan vast zit is onderdeel van de waarheid. Je hoort te zwijgen over wat eraan vast zit. Een waarheid als een koe is dus op zijn best een halve waarheid. Bij nader inzien is het blijkbaar niet een goed idee om een waarheid te vergelijken met een koe in de wei. Een halve waarheid zou je moeten vergelijken met een halve koe, maar die kom je alleen tegen bij de slager, niet in de wei.
Mijn uiteenzetting over waarheden en koeien had ik nodig om te voorkomen dat ik hen die de rest van deze column lezen op verkeerde benen zet. Ik doe steeds mijn best om dingen te schrijven die eenvoudig én belangrijk én waar zijn en zoiets kan eigenlijk niet. Ik snijd hiermee een heel fundamentele kwestie aan. Een ideale tekst voldoet aan veel eisen—ik noemde er zojuist drie; natuurlijk zijn er veel meer. Ideale teksten bestaan niet want een tekst die aan alle eisen die je kunt verzinnen voldoet is onbestaanbaar. In eenvoudige schrijfsels ontbreken altijd belangrijke dingen die je er niet bijschrijft en daardoor kom je al gauw in de problemen als je de dingen eenvoudig houdt.
Hierna ga ik wat waarheden als koeien onder de loep nemen, in de hoop dat er na wat schrijfwerk dingen overblijven waar we iets aan hebben.

Laat ik beginnen met een ander gezegde. Wie met pek omgaat wordt erdoor besmet. Is dat een waarheid als een koe? Ja en nee. Het gaat om een halve waarheid waar veel aan vastzit. Het besmettingsgevaar is inderdaad groot, maar je kunt besmetting soms voorkomen door de juiste omgangsvormen. Het leren van zulke omgangsvormen is zelden eenvoudig. Ik ga dit verduidelijken met een moeilijk voorbeeld: de rol van psychiaters in Duitsland voor en tijdens de holocaust. holocaust. Het voorbeeld vult mijn vorige column aan; daar ging het om de rol van psychiaters in dienst van het Amerikaanse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog. Nu komen de Duitse psychiaters aan de beurt.
De Duitse psychiaters waren slechteriken, niet waar? Al een tijdje voor de oorlog gingen ze meedoen met het zuiver maken van het Germaanse ras door het om zeep helpen van psychisch zieke mensen en gehandicapten. Dat heette euthanasie, in dit geval het met toewijding zorgen voor een zachte dood van hen die beter niet konden voortleven. De meeste vooraanstaande psychiaters deden eraan mee. De werkwijze was eenvoudig. Ik psychiatrische ziekenhuizen werden kleine, handige gaskamertjes gebouwd. Daar stopte je minderwaardige schepsels een voor een in, en de klus was dan snel geklaard. Natuurlijk waren er ook andere manieren om hetzelfde resultaat te bereiken; die bespreek ik hier niet. De precieze details heb ik staan in een handboek in mijn studeerkamer, maar dat kan ik met de beste wil van de wereld even niet vinden. Erg is dat trouwens niet; dit soort dingen zijn in de literatuur op veel plaatsen uitgebreid beschreven.
Waren de psychiaters slechteriken? Ja, dat is duidelijk. Maar we moeten met zo’n waarheid als een koe wel voorzichtig omgaan. Ze gingen om met allerlei soorten pek en hadden dat niet in de gaten. In andere woorden, ze waren in zekere zin ziek zonder het te weten. Het pek had de vorm van wetenschappelijke theorieën die in hun omgeving algemeen werden aanvaard: sommige mensenrassen zijn superieur, andere zijn inferieur; eigenschappen van rassen zijn erfelijk bepaald; de mensheid degenereert als we er niet voor zorgen dat inferieur rassen worden uitgeroeid; het Germaanse ras is superieur; en zo voort en zo voort.

Voor de hand ligt de reactie: Gelukkig weten wij beter en zijn wij beter. Daarover later meer. Eerst iets over het vervolg van de geschiedenis die ik zojuist beschreef en over de culturele context.
De Duitse psychiaters verdedigden, net als bovenbaas Hitler, de stelling dat eugenetica, de verbetering van het menselijk ras door het tegengaan van voortplanting van onwaardigen door sterilisatie of euthanasie, een noodzakelijk goed is. In een iets andere vorm werd de stelling in veel andere landen verdedigd en voor een deel in de praktijk gebracht. “Euthanasie” kwam elders niet veel voor, maar verplichte sterilisatie is overal in Europa op grote schaal toegepast. De eugenetica was in ieder geval als theoretische wetenschap in de periode rondom de Tweede Wereldoorlog een voor veel wetenschappers aanvaard gegeven.
Interessant is de rol van een paar van de Duitse psychiaters na de oorlog. Kallman is de bekendste. Die vertrok kort voor de oorlog, in 1936, naar de VS. Hij had namelijk joden in de familie. Een bevriende collega, Rüdin, hielp hem om te vluchten.
Kallman was een groot geleerde. Hij kwam met de theorie dat schizofrenie erfelijk is (voor kritiek zie mijn column “rollen voor genen”). Voor een belangrijk deel was zijn visie gebaseerd op tweelingonderzoek (voor kritiek, zie dezelfde column). Kallman werd een van de meest vooraanstaande psychiaters in de VS; veel van zijn ideeën werden zonder kritische analyse door andere vooraanstaande psychiaters overgenomen, hoewel er geen donder van klopte (ja, ik ben geëmotioneerd). Een nauwgezette analyse van wat er zoal mis is met de theorieën van Kallman is te vinden in een van de beste boeken over schizofrenie die ooit verschenen, Mary Boyle’s Schizophrenia: a scientific delusion?.
Enkele van de gegevens die zijn te vinden in haar boek noem ik kort. Kallman en Rüdin waren al lang voor de Tweede Wereldoorlog aanhangers van de nazi-ideologie. Ze stonden aan de wieg van de eugenetica. Vooral Rüdin heeft actief meegewerkt aan het in de praktijk brengen van Hitler’s ideeën. Hij weeft nauw samengewerkt met Himmler. Kallman werkte niet actief mee, maar hij was wel een warm voorstander van de Nazi-ideologie. Het wetenschappelijk peil van het werk van de heren had, los van hun ideologie, een laag peil. De conclusies van Kallman werden niettemin kritiekloos overgenomen dor de belangrijkste psychiatrische onderzoekers in de VS. Zijn basismateriaal werd niet goed nageplozen, en alle boeken en artikelen van de psychiaters in de VS zwijgen in alle taken over Kallman’s relaties met Nazi-Duitsland. De stelling dat schizofrenie erfelijk zou zijn ontleenden Kallman en Rüdin aan eigen kwalitatief slecht onderzoek en aan historische bronnen: bekend werk van Kraepelin en Bleuler. Dat waren grootheden, maar goed bewijsmateriaal voor de stelling dat het om een erfelijke kwaal gaat is niet te vinden. Daar komt bij, zo betoogt Boyle terecht, dat de DSM ook om andere redenen een dubieus bouwsel is: aan categorieën zoals “schizofrenie” beantwoord niets in de werkelijkheid. Er zijn wel mensen met nare symptomen die aan zoiets als schizofrenie doen denken, maar die zijn zo verschillend dat ze niet thuishoren in één “vakje”.

Arthur Calpan heeft de holocaust op een indringende wijze in beeld gebracht. Hij wijst erop dat het wat al te gemakkelijk is om te stellen dat het gaat om een uniek, eenmalig, afgrijselijk gebeuren dat we nooit meer zullen meemaken. De geschiedenis, en de hedendaagse situatie laten zien dat de holocaust helemaal niet uniek was. Integendeel, genocide, massamoorden en etnische zuiveringen zijn aan de orde van de dag. Impliciet treffen we daarbij ook ideologieën aan die verdacht veel lijken op de eugenetica van weleer.
De brandende vraag is: weten wij het echt beter en zijn wij echt beter dan de schurken van andere tijden en plaatsen? Met veel personen heb ik hierover gesproken. Ikzelf heb de hoop dat het antwoord op de vraag “ja” is. Maar laten we wel bedenken dat wij nu niet wonen in landen waar smerige oorlogen aan de gang zijn. Als je in een veilig hoekje woont, dan heb je makkelijk praten.
Mensen met een moraal en een kennis die ik hoogacht beantwoordden de vraag ontkennend.

Met deze vraag hangt een andere nauw samen: Kun je het goede doen zonder vuile handen te maken? Een ontkennend antwoord op deze vraag wordt door velen beschouwd als een waarheid als een koe. Ik heb me daar altijd tegen verzet. Een klemmende toespitsing is het volgende. Als je een zak met geld kunt krijgen van een dictator waarmee je kinderen in sloppenwijken kunt helpen, neem je die dan aan? Ik voel niets voor zoiets, maar het gevolg van mijn opvatting is wel dat ik de kinderen niet zou kunnen helpen.
Het gaat hier om een moreel dilemma dat klemmend wordt beschreven in veel goede romans.
Laten we het wat dichter bij huis zoeken. Laat je de farmaceutische industrie haar gang gaan bij het op de markt brengen van pillen die dood en verderf zaaien? Ik ken er veel voorbeelden van die ik wetenschappelijk tot op de bodem heb uitgezocht. Maar wetenschappelijk onderzoek was niet mijn enige bron. Ik sprak ook lang met een aantal invloedrijke personen in Den Haag. Ieder voor zich hadden ze als reactie (na het lezen van boeken en artikelen van me): Dit kan ik niet op de politieke agenda zetten, want dat kost me de kop. Hier heb je de vuile-handen-problematiek ten voeten uit. In Den Haag moeten ze vuile handen maken om politiek te overleven en overleven willen ze (in het beste geval) omdat ze het goede willen doen.

De bereidheid om zo nodig vuile handen te maken hangt nauw samen met de bereidheid om water bij de wij te doen. Het verhaal gaat dat ooit in Israël een wijs man leefde, Jezus genaamd, die het voor elkaar kreeg om tijdens een bruiloft water in goede wijn te veranderen. Dat lijkt me een voorbeeld om na te volgen, al zal het niet eenvoudig zijn het kunstje na te doen.

Bronnen

Gegevens over Kallman zijn op internet te vinden; de beste site die ik kon vinden is http://www.whonamedit.com/doctor.cfm/2231.html (bezocht 25 augustus 2009). Gegevens over Rüdin zijn ook gemakkelijk te vinden op internet (vele sites). Het boek van Boyle (2002) is niet alleen belangrijk vanwege de nauwgezette historische analyse. Ze komt ook met een uitmuntende kritiek op DSM, en plaats de psychiatrie in een ruime maatschappelijke context. De belangrijkste gegevens over Kallman en Rüdin zijn in haar boek te vinden op pp. 204-205. Calpan (2005) heeft de holocaust op een indringende manier in een ruimere context geplaatst, met daarbij een goede analyse van de geschiedenis van de medische ethiek.

Literatuur

  1. Boyle, M. (2002). Schizophrenia: a scientific delusion?, tweede druk. Hove, East Sussex: Routledge.
  2. Caplan, A.L. (2005). Too hard to face. Journal of the American Academy of Psychiatry and Law, 33, 394-400.

Deze publicatie is onderdeel van het column van prof. dr. Wim J. Van der Steen, klik hier voor meer publicaties van de auteur.

 

Boeken van de auteur

Nieuwe wegen voor de geneeskunde Beyond Boundaries of Biomedicine Denken over geneeskunde Evolution as Natural History
 

Hoogleraar: "ADHD is boerenbedrog"

Hoogleraar psychotherapie prof. dr. Paul Verhaeghe, auteur van het boek "Het einde van de psychotherapie", stelt dat aandoeningen zoals ADHD en PDD-NOS niet bestaan. De symptomen natuurlijk wel: drukke of verlegen kinderen zijn een feit. Het probleem ontstaat wanneer een patient niet als een persoon met een aantal eigenschappen wordt beschouwd, maar als die eigenschappen worden gefilterd tot een paar goed te classificeren afkortingen. Diagnose van zon soort aandoening gebeurt meestal met behulp van de DSM, een diagnostisch handboek dat niet, zoals men zou verwachten, samengesteld werd door onafhankelijke wetenschappers maar eerder een allegaartje van meningen is. De samensteller is de Amerikaanse Psychiatrische Associatie, een belangenvereniging die ooit zelfs met een stemming besloot of homoseksualiteit al dan niet een categorie moest worden. Zo worden ook te pas en te onpas aandoeningen toegevoegd, tot grote vreugde van de farmaceutische industrie. Zo kan er bijvoorbeeld weer een nieuwe pil in de markt worden gezet tegen een abnormaal lange rouwperiode. De DSM methode valt dus moeilijk wetenschappelijk te noemen, en blijkt in de praktijk al helemaal niet bij te dragen aan een structurele oplossing.

Labels

Links

Meta

Statistieken

Bezoekers (details)


Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
0900 444 8888 (10 cent/pm)
helpdesk@pvp.nl
MindFreedom International (MFI) Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens (NCRM) International Association Against Psychiatric Assault (IAAPA)
Emil Ratelband - Geef je kind geen pillen maar een Seminar!