Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-4445005
 
 
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

De vergaarbak van de angst

Datum: 26 september 2009, 08:33
Tekst gepubliceerd 26 september 2009. Copyright © prof. dr. Wim J. van der Steen. Plaatsing van de tekst door derden in enig ander medium is niet toegestaan zonder toestemming van de auteur. Weergave van kleine gedeelten of van de kern van de inhoud is toegestaan, mits de bron (auteur, titel, gegevens website, datum) expliciet worden vermeld.

angststoornisTegenwoordig is depressie een overdreven mode. Dat is niet terecht. Angst is veel belangrijker. Pathologische angst is wellicht de belangrijkste psychiatrische stoornis. Als je niet bang bent wanneer je een leeuw tegenkomt, dan is de kans groot dat het je slecht vergaat. Bang zijn is dan goed. Maar door allerlei oorzaken kan angst overdreven vormen aannemen die pathologisch zijn, heel verschillende vormen met heel verschillende oorzaken overigens.
Ooit was angst een vanzelfsprekend gegeven in de psychiatrie. Zij maakte plaats voor depressie. Voor de industrie was functionele angst al gauw minder interessant, want je kunt er niet veel aan verdienen.
Maar nu is de angst weer in opmars, vooral in de vorm van de sociale angststoornis ofwel sociale fobie. Het gaat hier om een van de vele door de industrie verzonnen ziektes. Sociale angst is helemaal geen psychische ziekte. Het gaat gewoon om verlegenheid, een eigenschap die vrij veel voorkomt en waar je mensen soms met begrip een beetje van af kunt helpen. Heel extreme vormen van sociale angst raken mensen niet gemakkelijk kwijt, maar ik zou ook mensen die daar onder gebukt gaan niet psychisch ziek willen noemen. Misschien doet een assertiviteitscursist of zo ze goed. In handen van de industrie kunnen ze denk ik beter niet vallen.

Stress wordt vaak genoemd als een belangrijke oorzaak van angst—en allerlei andere kwalen. We worden geplaagd door overbelasting, moeilijk te verenigen sociale rollen en een slecht milieu. Dat alles kan tot stress leiden. Maar wat is stress eigenlijk?
Laten we uitkijken met deze vraag. Het schijnbaar onschuldige woordje ‘is’ heeft op zijn minst twee heel verschillende functies. We kunnen het gebruiken voor vragen en beweringen over feiten, maar ook voor vragen en beweringen over woordbetekenissen. Anders gezegd, we kunnen er feitelijke en logische zaken mee uitdrukken. Een mededeling met de vorm ‘stress is ….’ kan over de werkelijkheid gaan, maar ook over de betekenis van het begrip ‘stress’. Wie het eerste op het oog heeft, gaat er van uit dat de betekenis van ‘stress’ duidelijk is. Het is dus verstandig om met het laatste te beginnen. Dat zal ik doen.
De hoeveelheid wetenschappelijke literatuur over stress is indrukwekend groot. Als je daarin grasduint kom je al gauw discussies over definities tegen. Het blijkt heel lastig te zijn om het begrip ‘stress’ te definiëren. Onderzoekers die het over het begrip hebben, redeneren vaak als volgt. Er is een algemene stresstheorie nodig die gaat over relaties tussen stimuli (prikkels), interne toestanden (wat aan de hand is met hormonen en zenuwen en dergelijke) en responsen (reacties). Denk bijvoorbeeld aan uitgescholden worden, van binnen ontregeld raken en vervolgens boos worden.
In zo’n algemene theorie hoort een overkoepelend stressbegrip thuis, zo denken sommige onderzoeker. Het is verwarrend dat ‘stress’ soms wordt gebruikt voor stimuli, soms voor interne toestanden, soms voor responsen. Een overkoepelende definitie zal relaties tussen al deze dingen moeten noemen.
Hier is iets vreemds aan de hand. In onderzoek over stress proberen de betreffende onderzoekers feitelijke verbindingen tussen stimuli, interne toestanden en responsen op te sporen. Tegelijkertijd brengen ze logische verbindingen aan. Ik zal laten zien dat we zo in de problemen komen. Om mijn verhaal niet te ingewikkeld te maken doe ik even alsof interne toestanden geen rol spelen.
Veronderstel dat het begrip ‘stressor’ (‘stressstimulus’) als volgt wordt gedefinieerd. Een stimulus is een stressor als deze een stressrespons veroorzaakt. Het zou, als we deze definitie geven, dom zijn om onderzoek te doen over de uitspraak dat stressoren altijd een stressrespons veroorzaken. Uit de definitie volgt dat het logisch onmogelijk is dat een stressor niet zo’n respons veroorzaakt. Daarom kan de uitspraak nooit in strijd zijn met feiten die een onderzoeker opspoort.
Wie een kopje met koffie laat vallen op de schoot van een gast, krijgt waarschijnlijk een stressrespons te zien. Als de respons uitblijft, betekent dat niet dat stressoren soms geen stressrespons veroorzaken. De gegeven definitie laat dan alleen maar de conclusie toe dat de koffie geen stressor was. Blijkbaar moeten we niet te veel in een definitie stoppen. Het is verstandig om de begrippen ‘stressor’ en ‘stressrespons’ apart te definiëren.
Laten we even aannemen dat de betekenis van ‘stressrespons’ duidelijk is. Hoe zit het met stressoren, de stimuli die de respons veroorzaken? Een goede definitie zal moeten verwijzen naar eigenschappen die stimuli gemeenschappelijk hebben. Die zijn er nauwelijks. Het punt is dat heel verschillende stimuli tot een stressrespons leiden. Het enige wat ze gemeen hebben is dat ze zo’n respons teweegbrengen. Daar hebben we niet veel aan.
In het dagelijks leven hoeft het gebruik van een algemeen stressbegrip geen problemen te geven. Ik zou alleen liever gewone taal gebruiken. Iemand die gebukt gaat onder stress is iemand die het moeilijk heeft. Dat is duidelijk genoeg. Als we zo iemand willen helpen zullen we natuurlijk moeten weten wat de moeilijkheden precies zijn. De bijzonderheden zullen van geval tot geval verschillen. Veel algemeens valt er niet over te zeggen.
Van pogingen om bruikbare algemene wetenschappelijke theorieën over stress op te stellen verwacht ik niet veel. Ik ben zo’n theorie nog nooit tegengekomen. Het begrip ‘stress’ staat voor een vergaarbak met van alles en nog wat erin. Zo’n begrip noemen we een containerbegrip. Dat wordt spreekt voor zich: Wanneer we heel verschillende verschijnselen in één vergaarbak stoppen, krijgen we modder. Wie het stressbegrip hanteert als een begrip met wetenschappelijk gewicht, niet als een vage verzamelnaam, werkt met een vlag op een modderschuit.

“Trauma” is ook een voorbeeld van een containerbegrip. Dit zal duidelijk zijn na de uiteenzetting over stress. Een scheiding kan traumatisch zijn, uitgekafferd worden door de baas ook, langdurig buikpijn hebben ook. En zo voort. Daar komt bij dat mensen verschillen in hoe ze op zwarigheid reageren. Voor sommigen is een ernstig trauma—of zware stress—een bron van chronische somberheid, voor anderen een bron van spirituele groei. De verschillen hangen op hun beurt weer van alles en nog wat af, erfelijke factoren, de voorgeschiedenis van iemand, en zo voort.
Nu is trauma ook al een vaak genoemde oorzaak van angst. Zou je algemene wetten kunnen vinden die de relatie tussen trauma’s en angst uitdrukken? Natuurlijk niet. Sterker nog, het is onwijs om naar zulke wetten te zoeken.

“Angst” is ook al een containerbegrip. Je hebt angst voor examens, voor spinnen, voor gebrek aan zelfkennis, … .
Er zit al met al maar één ding op. We horen mensen die bang zijn bij te staan—als ze dat willen. Daar is genegenheid voor nodig, en begrip voor wat er precies aan de hand is. In verschillende situaties zal het om heel verschillende dingen gaan.
Je kunt bij voorbaat aannemen dat je aan algemene theorieën van geleerden zelden iets hebt als je angst wilt bestrijden. De wetenschap zou wel kunnen helpen als die zich voornamelijk zou bezig houden met de bestudering van unieke, individuele mensen. Daar zijn misschien nog wel wat beperkt geldige vuistregels uit af te leiden ook. Zo’n bezigheid staat echter in laag aanzien in de wetenschappen die zich met angst bezig houden. Daar komt bij dat tussen wetenschappen die belangrijk zijn voor het begrijpen van angst, vooral biologie en psychologie, weinig bruggen zijn geslagen waar de geneeskunde en de psychiatrie iets aan hebben.

De psychiatrie zelf is ook geen toonbeeld van brugbevordering. De psychologie speelt in de praktijk van het vak een zekere rol maar als wetenschap is het vak biologische psychiatrie geworden.
Bij sommige psychiatrische stoornissen staan echter psychologische factoren op de voorgrond. Het bekendste voorbeeld is de posttraumatische stressstoornis, PTSS, omstreeks 1980 in het leven geroepen. PTSS is officieel een van de vele angststoornissen.
Een schokkende, traumatiserende gebeurtenis zoals een ongeluk of geweld kan slachtoffers, soms ook toeschouwers, psychisch zo ontregelen dat er achteraf langdurig aan PTSS lijden. Kenmerkend voor PTSS is het steeds opnieuw, ongewild, herbeleven van de schokkende gebeurtenis. Daarnaast kunnen allerlei andere klachten optreden, bijvoorbeeld slapeloosheid, en angsten en pijn zonder duidelijke oorzaak.

Veel recent, groots opgezet onderzoek, was gericht op het vinden van relaties tussen stress, trauma en angst. Er komt steevast uit dat nog niet alles duidelijk is en dat meer onderzoek nodig is. Het resultaat was gemakkelijk te voorspellen. Het onderzoek had een algemeen karakter en het moest wel tot weinig leiden omdat “stress”, “trauma” en “angst” containerbegrippen zijn. Je moet de containers eerst leeg halen en vervolgens over de afzonderlijke delen van de inhoud onderzoek doen. Dat gebeurt gewoon niet en ondertussen worden grote hoeveelheden geld gegooid naar bergen die een muis baren.

Bronnen

De psychiater Niall McLaren (2007) laat in een voortreffelijke analyse zien dat het belang van depressie wordt overschat. Angst is veel belangrijker. Dat we voor allerlei dingen bang kunnen zijn, is een functioneel biologisch gegeven. McLaren onderscheidt echter niet allerlei angststoornissen, iets wat in de hoofdstroom van de psychiatrie helaas wel gebeurt. Met gezond verstand bracht hij het aantal stoornissen tot een minimum terug. Zijn boek komt dan ook als een verademing. Zie verder de column “Vier bengels in de psychiatrie”.
Angststoornissen zijn voor een deel een uitvinding van de farmaceutische industrie geholpen door psychiaters. Dit noemen we medicalisering. Het boek van Moynihan & Cassels (2006) geeft een voortreffelijk overzicht over medicalisering, het tot ziekte bombarderen van tamelijk gewone patronen. Zie ook Moynihan, Doran & Henry, D. (2008). In Van der Steen (2009, hoofdstuk 2) zijn meer details en andere voorbeelden te vinden.
Het stukje over stress is met weglatingen en veranderingen ontleend aan Van der Steen (1991, hoofdstuk 2.2; niet meer in de handel).
Zware stress als bron van spirituele groei wordt beschreven in Tedeschi & Calhoun (1996) en Linley & Joseph (2004).
Sommige onderzoekers (bijvoorbeeld Liebowitz et al, 2005; Ferrari et al, 2008) constateren dat sociale angst hersenafwijkingen kan veroorzaken. Als ze echt zoiets vonden, dan heeft het weinig te betekenen, want alles wat we doen kan in principe sporen kan nalaten in de hersenen. Het doen en laten van Londense taxichauffeurs gaat bijvoorbeeld gepaard met karakteristieke patronen in de hersenen en het zou dwaas zijn ze daarom een chauffeursziekte toe te dichten. Zie de column “De geest is weg, lang leve de geest”.
Posttraumatische stressstoornis, PTSS, werd pas omstreeks 1980 “ingevoerd” als een psychiatrisch ziektebeeld met langdurige ontwrichting na een traumatische gebeurtenis als kenmerk. Voor slachtoffers van geweldsdelicten, en zeker voor mensen die een concentratiekamp overleefden, betekende dit de zegen van erkenning (Jones & Wessely, 2007). Sommige onderzoekers menen echter dat het PTSS-begrip juist averechts heeft gewerkt (McHugh & Treisman, 2007).
Volgens Brenner (2006) en Karl et al. (2006) kan traumatische stress leiden tot markante afwijkingen in de structuur van de hersenen.
Het stuk over PTSS is voor een deel ontleend aan Van der Steen (2009, hoofdstuk 10.3); daarin wordt PTSS uitgebreider behandeld.
Onderzoek over de relaties tussen stress, trauma en angst levert minder op naarmate het algemener van karakter is. Te weinig aandacht bestaat voor het containerkarakter van “stress”, “trauma” en “angst”. Een voorbeeld van onderzoek met een algemeen karakter is te vinden in Greaves-Lord et al (2009). Aardig is dat Nandi, Beard & Galea (2009) constateren dat velen ten onrechte aannemen dat stemmingsstoornissen en angststoornissen homogene categorieën zijn. Op grond van een uitgebreid literatuuronderzoek stellen ze dat het in werkelijkheid om veel verschillende stoornissen gaat met eenzelfde etiket. Een prima conclusie. Maar voor zo’n conclusie hoef je helemaal geen onderzoek te doen. Je kunt dit van te voren bedenken.
Wittchen et al (2009) constateren dat de informatie over PTSS warrig is en dat er meer helderheid moet komen. Ze zien echter niet in dat de warrigheid ontstaat doordat PTSS een vergaarbak is van heel verschillende “ziektes”. Heim & Nemeroff (2009), die de bestaande gegevens willen uitbreiden met neurobiologie, zien dit evenmin in.

Literatuur

  1. Bremner, J.D. (2006). Traumatic stress: effects on the brain. Dialogues in Clinical Neuroscience, 8, 445-461.
  2. Ferrari, M.C., Busatto, G.F., McGuire, P.K. & Crippa, J.A. (2008). Structural magnetic resonance imaging in anxiety disorders: an update of research findings. Revista brasileira de psiquiatria, 30, 251-264.
  3. Greaveslord, K., Verhulst, F.C., Oldehinkel, A.J., Oremel, J. & Huizink, A.C. (2009). Stressgevoeligheid als onderliggend mechanisme voor angstproblemen? Tijdschrift voor Psychiatrie, 51, 401-406.
  4. Heim, C. & Nemeroff, C.B. (2009). Neurobiology of posttraumatic stress disorder. CNS Spectrums, 14 (1 supplement 1), 13-24.
  5. Jones, E. & Wessely, S. (2007). A paradigm shift in the conceptualization of psychological trauma in the 20th century. Journal of Anxiety Disorders, 21(2), 164-175.
  6. Karl, A., Schaefer, M., Malta, L.S., Dörfel, D., Rohleder, N. & Werner, A. (2006). A meta-analysis of structural brain abnormalities in PTSD. Neuroscience and Biobehavioral Reviews, 30, 1004-1031.
  7. Liebowitz, M.R., Ninan, P.T., Schneier, F.R. & Blanco, C. (2005). Integrating neurobiology and psychopathology into evidence-based treatment of social anxiety disorder. CNS Spectrums, 10, supplement 13-11.
  8. Linley, P.A. & Joseph, S. (2004). Positive change following trauma and adversity: a review. Journal of Trauma and Stress, 17, 11-21.
  9. McHugh, P.R. & Treisman, G. (2007). PTSD: a problematic diagnostic category. Journal of Anxiety Disorders, 21, 211-222.
  10. McLaren, N. (2007). Humanizing madness. Psychiatry and the cognitive neurosciences. Ann Arbor: Future Psychiatrie Press.
  11. Moynihan, R. & Cassels, A. (2006), Allemaal aan de medicijnen. Hoe de farmaceutische industrie van iedere consument een patiënt probeert te maken. Rijswijk: Elmar. (Oorspronkelijke uitgave Selling sickness. How drug compagnies are turning us all into patients. Crwos Nest: Allen& Unwin.)
  12. Moynihan, R., Doran, E. & Henry, D. (2008). Disease mongering is now part of the global health debate. PLoS Medecine 5: e106. doi: 10.1371/journal.pmed.0050106.
  13. Nandi, A, Beard, J.R. & Galea, S. (2009). Epidemiologic heterogeneity of common mood and anxiety disorders over the lifecourse in the general population: a systematic review. BMC Psychiatry, June 1; 9:31.
  14. Tedeschi, R.G. & Calhoun, L.G. (1996). The Posttraumatic Growth Inventory: measuring the positive legacy of trauma. Journal of Trauma and Stress, 9, 455-471.
  15. Van der Steen, W.J. (1991). Denken over Geneeskunde. Een Praktische Filosofie voor de Gezondheidszorg. Lochem: De Tijdstroom.
  16. Van der Steen (2009). Nieuwe wegen voor de psychiatrie. Amsterdam: SWP.
  17. Wittchen, H.U., Gloster, A., Beesdo, K., Schönfeld, S. & Perkonigg, A. (2009). Posttraumatic stress disorder: diagnostic and epidemiological perspectives. CNS Spectrums, 14 (1 supplement 1), 5-12.

Deze publicatie is onderdeel van het column van prof. dr. Wim J. Van der Steen, klik hier voor meer publicaties van de auteur.

 

Boeken van de auteur

Beyond Boundaries of Biomedicine Denken over geneeskunde Evolution as Natural History Geneeskunde tussen Geleerdheid en Gezond Verstand
 

Toezicht op psychiaters faalt

Labels

Links

Meta

Statistieken

Bezoekers (details)


Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
0900 444 8888 (10 cent/pm)
helpdesk@pvp.nl
MindFreedom International (MFI) Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens (NCRM) International Association Against Psychiatric Assault (IAAPA)
Emil Ratelband - Geef je kind geen pillen maar een Seminar!