Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-4445005
 
 
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

De bloemetjes en de bijtjes

Datum: 25 augustus 2009, 10:32
Tekst gepubliceerd 25 augustus 2009. Copyright © prof. dr. Wim J. van der Steen. Plaatsing van de tekst door derden in enig ander medium is niet toegestaan zonder toestemming van de auteur. Weergave van kleine gedeelten of van de kern van de inhoud is toegestaan, mits de bron (auteur, titel, gegevens website, datum) expliciet worden vermeld.

bloemen bijenTwee soorten mensen zijn er, mensen die mijn achtertuin mooi vinden en mensen die er met nauwverholen afschuw naar kijken. Dat de tuin soms afschuw oproept betekent voor mij dat de natuur in ons land niet vaak genoeg leidt tot kennis en vreugde.
Veel mensen kennen de natuur niet goed genoeg. Daar kan de natuur niets aan doen—het komt eerder door de parkeerplaatsen langs snelwegen. Zojuist hoorde ik voor het nieuws dat die in Nederland vuil en gevaarlijk zijn. Als autorijder blijf je er dan ook zo kort mogelijk en daardoor leer je de rijke natuur nabij de parkeerplaatsen niet kennen. Op andere plaatsen komt natuurlijk ook natuur voor, maar daar kom je met de auto vaak niet in. Met het openbaar vervoer kom je er ook niet altijd gemakkelijk; dat heb ik in een andere column al uitgelegd.
Er zit dus weinig anders op dan een bezoek aan mijn achtertuin—goed te bereiken met de auto én het openbaar vervoer—maar ik houdt voorlopig mijn adres geheim om te voorkomen dat de toeloop wat al te groot wordt.
De tuin is na aftrek van het schuurtje ongeveer zestig vierkante meter groot. Op het ogenblik bloeien mijn vlinderstruiken. Die worden bezocht door dagvlinders; voor kenners: kleine vos, atalanta, dagpauwoog, distelvlinder, klein koolwitje, klein geaderd witje, koninginnepage, bont zandoogje. De merels die er voor de tweede keer jongen hebben, in een vegetatie waar katten van buren niet bij kunnen, eten veel slakken in de tuin. Daardoor eten de slakken niet al te veel planten op. Als ze dat wel doen, dan komen er vanzelf andere plantensoorten die beter tegen slakken kunnen.
Het krioelt hier verder van de spinnensoorten en er huist ook een egel en een muis. Vogelsoorten komen in overvloed langs, want ik heb bomen met zaden waar ze van houden. En schuilplaatsen zijn er in overvloed voor de vogels.
Mijn voorbeeld heeft in de gemeente waar ik woon helaas nog weinig navolging gevonden, al moet ik toegeven dat er ook heemparken zijn, bijna zo rijk als mijn tuin.

Allerlei organisaties, bijvoorbeeld het IVN en de KNNV, zetten zich in voor het verbreiden van kennis der natuur. Dat is om allerlei redenen belangrijk. Een verblijf in de natuur is helend; zonder twijfel kan het de lichamelijke en de geestelijke gezondheid van mensen mee bevorderen.
Volgens mij is dat nog sterker het geval als je oog krijgt voor de rijkdom aan soorten en relaties tussen soorten. Dat is dan ook de reden waarom ik dit verhaal schrijf, al gaat het niet expliciet over psychiatrie.
De natuur is ook belangrijk voor bedlegerigen die de haar alleen vanuit een raam zien. Als ze bomen en ander groen zien, of vogels, dan worden ze sneller beter dan wanneer ze tegen een grauwe muur aankijken. In de VS heeft dit veel aandacht gekregen doordat architecten en werkers in de gezondheidszorg de handen ineen sloegen; in Nederland is van zoiets weinig te bespeuren. Voor veel mensen is het bovendien moeilijk om wat over de natuur aan de weet te komen door twee factoren die dit belemmeren.
In de eerste plaats is goede veldbiologie op universitair niveau een schaars goed geworden. Sommige moderne onderzoekers in de biologie lijken te denken dat je binnen moet werken om er achter te komen wat buiten gebeurt. Een vreemde manier van denken heb ik dit altijd gevonden.
In de tweede plaats komt zo’n manier van denken ook bij politici voor. Dat heb ik aan ondervonden in de gemeente waar ik woon, Amstelveen. Al jaren was daar een politiek strijdpunt wat moet gebeuren met de Bovenkerkerpolder tussen Amstelveen en Uithoorn, een fraai natuurgebied. Ik was er een aantal jaren lid van een politieke partij die zich sterk maakte voor het behoud van de polder. De partij had zelfs een wethouder die erover ging.
Mijn informele rol in de plaatselijke partij was al een paar jaar: excursies organiseren voor belangstellende leden, zodat die meer te weten kwamen over hoe de natuur in het echt is: anders dan in grote stapels beleidsstukken staat. De excursies waren een groot succes.
Toen de besluitvorming over de polder op gang kwam, verschenen daarover natuurlijk grote hoeveelheden beleidsstukken, samen een halve meter hoog schat ik. De wethouder had er ook een rapportje bij van een club die de natuurwaarden van de polder had geïnventariseerd. De club had notabene 15 verschillende vogelsoorten in het groen gezien, zo viel in het rapportje te lezen. Ik heb toen met een medelid waar ik vaak mee werkte ook een rapport opgesteld. Ik ben een goed veldbioloog en dat was bekend. Ik had een lijst met 150 vogelsoorten. Daar gebeurde niets mee. Ik ben meteen uit de plaatselijke partij gestapt. Politiek is niets voor me, dat had ik moeten weten.

Eén ding mis ik dit jaar in mijn tuin: bijen. Hommelsoorten zijn er in overvloed, maar de bijen in Nederland lijden aan een uit de VS afkomstige bijenziekte, vuilbroed, veroorzaakt door een bacterie die moeilijk is te bestrijden. De kranten hebben er uitgebreid over bericht; meer uitleg hoef ik dan ook niet te geven. Over de bijen gaat de rest van mijn verhaal.

Ooit, zo is me eens verteld, begon de voorlichting over seksualiteit bij mensen met verhalen over bloemetjes en bijtjes. Dat is nu natuurlijk lastig, want er zijn weinig bijen. Maar toen er nog veel bijen waren vond ik het ook een slecht idee. Mensen zijn misschien moeilijker te begrijpen dan bloemetjes, maar het begrijpen van bijtjes is nóg moeilijker. Ik bespreek hier maar één aspect van hun leven: de bijendans. Die is ontdekt door Karl von Frisch, een Oostenrijks bioloog, die er in 1973 een Nobelprijs voor ontving, samen met twee andere bekende biologen, Lorenz en Tinbergen.
Tinbergen was geniaal, geliefd, onkreukbaar; hij maakte school en bleef invloedrijk. Lorenz deed fantastisch werk, maar zijn visies vonden uiteindelijk weinig weerklank doordat hij in 1938 lid werd van de Naziepartij. Von Frisch is een van de grootste biologen van onze eeuw, maar het heeft lang geduurd voor zijn vernieuwende theorie gemeengoed werd.

Met twee manieren van dans “vertellen” bijen aan hun korfgenoten waar ze voedsel vonden, en ze geven met de dans de richting en de afstand aan. Dat is in het kort wat Von Frisch vond. Meer details zijn gemakkelijk te vinden in Wikipedia.
Von Frisch kwam al snel onder vuur te liggen. Tegenstanders, vooral de onderzoekers Wenner en Wells, kwamen met een eigen theorie: de bijen zouden helemaal geen informatie uitwisselen maar honingrijke bloemen vinden door het ruiken van geuren meegevoerd met de wind. Dit is in zoverre niet een gekke veronderstelling dat het reukvermogen van insecten extreem groot is. Het citaat hierna, afkomstig uit een in 2008 gepubliceerd boek van mezelf, vermeldt een aardig voorbeeld.

Als het lente is, kun je overdag in een loofbos soms een bijzonder schouwspel zien. Het is mooi weer. De wind waait zacht. Ineens komt een vrij grote, oranjebruine vlinder voorbij. Hij vliegt laag en snel en lijkt recht op een doel af te gaan. Het gaat om een mannetje van de tauvlinder, een soort horend bij de nachtpauwogen. Bijzonder is dat het mannetje van deze opvallende nachtvlinder overdag vliegt. Bijzonder is ook dat de vlinder zijn doel vindt. Het doel is een vrouwtje dat honderden meters of zelfs een paar kilometer verderop wacht op een mannetje dat zin heeft om te paren.
Hoe weet het mannetje waar het vrouwtje is? Je zou haast denken dat het dier helderziend is, maar helderziendheid komt voorzover ik weet niet voor bij vlinders. De weg naar het vrouwtje vindt het mannetje van de tauvlinder doordat hij haar ruikt. Zijn reukvermogen grenst aan het onvoorstelbare. Hoe kun je een soortgenoot op zo’n grote afstand ruiken? Daar moet de vlinder een spectaculaire reukzin voor hebben. Dat heeft hij dan ook. Het vrouwtje scheidt een lokstof af die de wind meevoert naar het mannetje. Tegen de tijd dat de lokstof bij hem aankomt, is er slechts een héél kleine hoeveelheid van over. Maar het mannetje is in staat, al te reageren op een paar moleculen van de stof. Er zijn meer vlindersoorten die zoiets presteren, maar op een tauvlindervrouwtje reageren ze niet. Iedere soort heeft zijn eigen lokstof.
Een stof waarmee een dier andere dieren op afstand beïnvloedt, heet feromoon. Feromonen kun je beschouwen als uitwendige hormonen. Net als bij gewone hormonen zijn kleine beetjes ervan voldoende om effect te sorteren.

Na jarenlang onderzoek heeft de theorie van Von Frisch de overhand gekregen, maar het is niet van een leien dakje gegaan. De bijendans is gecompliceerd en er komt nog bij dat de dans een circadiaan ritme vertoont. Zo’n ritme wordt in het organisme aan de gag gehouden door een inwendige klok. Licht en donker en andere factoren in de omgeving zorgen ervoor dat de klok niet voor of achter gaat lopen.

Ondertussen kwam ook een heel andere onderzoekslijn tot ontwikkeling: onderzoek over bewustzijn bij dieren. De onderzoeker die hiermee begon is Donald Griffin. Die deed aanvankelijk onderzoek over oriëntatie en navigatie bij dieren, net als Von Frisch. Zijn liefde voor dieren deed hem switchen. Hij kwam tot de conclusie dat onderzoek over communicatie tussen dieren de sleutel is die we nodig hebben om meer te weten te komen over de vraag of dieren zoiets als bewustzijn hebben. Zijn werk leidde tot een nieuw vakgebied, dat bekend staat als cognitieve ethologie. Ik bespreek dit vakgebied verder niet maar meld alleen dat het rijk en vruchtbaar is geworden. Het is een vakgebied dat we hard nodig hebben om beter te begrijpen wat in de natuur gebeurt.

Wat is de les die we uit dit alles kunnen trekken voor de psychiatrie? Ik zou zeggen: Natuurbeleving is essentieel voor het welzijn van mensen, ook voor dat van psychiatrische patiënten. Helend kan het bijvoorbeeld voor een ziek kind zijn als het af en toe de hals van een paard streelt, en gaat begrijpen wat in zo’n edel dier omgaat. Onlangs sprak ik een bevriend psychiater. Die zou zulke dingen graag doen. Maar hij mag het niet van bovenbazen in instellingen waar hij werkt: Het zou te duur zijn. Ik kom als ik dit hoor weer terecht bij wat ik schreef in de column “Te veel zand”. Het is misschien een goed idee om die nog eens te herlezen. Ik heb de indruk dat bovenbazen in ons land soms zijn als struisvogels: Met de kop in het zand zien ze de rest van de natuur niet meer en dat kost uiteindelijk veel geld.

Bronnen

  1. Sternberg (2009) beschrijft de samenwerking tussen architecten en werkers in de gezondheidszorg in de VS, die leidde tot aanzienlijke verbeteringen in de lotgevallen van patiënten.
  2. De biografie van Lorenz is te vinden in Wikipedia, zie: http://en.wikipedia.org/wiki/Konrad_Lorenz. Helaas werd deze eminente geleerde in 1938 lid van de Naziepartij. Zijn boeiende werk over jonge ganzen die hem als moeder accepteerden (wat je het eerst ziet als je uit het ei komt is je moeder) beschreef ik in een kinderboek dat binnenkort uitkomt (Van der Steen, 2009). Ikzelf bestudeerde vooral merels.
  3. Over oriëntatie en navigatie bij dieren deed ik in het verleden zelf onderzoek. Zie: Van der Steen & Ter Maat (1979), Van der Steen (1984) en McCleave et al (1987).
  4. Voor gegevens over Von Frisch, zie Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Karl_von_Frisch (bezocht 23 augustus 2009). Hij beschreef zijn resultaten in Von Frisch (1974). Hij kwam al in een vroeg stadium onder vuur te liggen, doordat de onderzoekers Wenner en Wells hem niet zuiver op de graat vonden (verdachtmakingen het meest expliciet in hun latere boek, Wells & Wenner, 1990) en een hypothese lanceerden die haaks stond op die van Von Frisch (Wenner & Wells & Johnson,1969). Hun stelling was dat de bijen zich oriënteren door het waarnemen van geuren meegevoerd mat de wind, iets wat op zich niet zo’n gek idee is: Het reukvermogen van insecten is verbijsterend goed. Het citaat over de vlinders dat hierover gaat is te vinden in Van der Steen (2008, pp. 84-85).
  5. De controverse leidde tot een jarenlange ondergrondse veenbrand in de biologische literatuur. Inmiddels is de theorie van Von Frisch vrij algemeen geaccepteerd (De Marco & Menzel, 2005; Riley et al, 2005; Brockmann & Robinson, 2007; Grüter & Farina (2009).
  6. Het onderzoek over de kwestie is uitzonderlijk moeilijk omdat de bijendans niet alleen ingewikkeld is maar ook nog eens circadiane ritmiek vertoont (Fuchikawa & Shimizu, 2007; Pahl et al, 2007; Eban-Rothschild & Bloch, 2008).
  7. Griffin (1984) deed aanvankelijk onderzoek over oriëntatie en navigatie bij dieren. Hij was ook geïnteresseerd in het thema “bewustzijn” bij dieren en kwam met de stelling dat het bestuderen van communicatie tussen dieren onderling de beste sleutel is om daar meer van te begrijpen. Ik zette zijn onderzoek voort met een wat andere invalshoek, tegelijk voortbouwend op het oudere werk van Lorenz (zie van der Steen, 1997, 2009). De problematiek rondom bewustzijn bij dieren komt aan de orde in Van der Steen (1997).

Literatuur

  1. Brockmann, A. & Robinson, G.E. (2007). Central projections of sensory systems involved in honey bee dance language communication. Brain, Behavior and Evolution, 70, 125-136.
  2. De Marco, R, & Menzel, R. (2005). Encoding spatial information in the waggle dance. Journal of Experimental Biology, 208, 388-394.
  3. Eban-Rothschild, A.D. & Bloch, G. (2008). Differences in the sleep architecture of forager and young honeybees (Apis mellifera). Journal of Experimental Biology, 211, 2408-2416.
  4. Fuchikawa, T. & Shimizu, I. (2007). Effects of temperature on circadian rhythm in the Japanese honeybee, Apis cerana japonica. Journal of Insect Physiology, 53, 1179-1187.
  5. Griffin, D.R. (1984). Animal thinking. Cambridge, Masschusetts Harvard University Press.
  6. Grüter, C. & Farina, W.M. (2009). The honeybee waggle dance: can we follow the steps? Trends in Ecology and Evolution, 24, 242-247.
  7. McCleave, J.D., Bedaux, J.J.M., Doucet, P.G., Jager, J.C., Jong, J.T.L., Van der Steen, W.J. & Voorzanger, B. (1987). Statistical methods for analysis of plankton and nekton distribution, with application to selective tidal stream transport of juvenile American eels (Anguilla rostrata). Journal de Conservation International et Exploration de la Mer, 44, 90-103.
  8. Pahl, M., Zhu, H., Pix, W., Tautz, J. & Zhang, S. (2007). Circadian timed episodic-like memory – a bee knows what to do when, and also where. Journal of Experimental Biology, 210, 359-367.
  9. Riley, J.R., Greggers, U., Smith, A.D., Reynolds, D.R. & Menzel, R. (2005). The flight paths of honeybees recruited by the waggle dance. Nature, 435, 205-207.
  10. Sternberg, E.M. (2009). Healing spaces. The science of place and well-being. Cambridge, Massachusetts & London: Belknap Press of Harvard University Press.
  11. Van der Steen, W.J. (1984). Methodological aspects of migration and orientation in fishes. In: McCleave, G.D., Arnold, G.P., Dodson, J.J. & Neill, W.H., Mechanisms of migration in fishes. NATO conference series IV: Marine sciences (pp. 421-444). New York & Lodon: Plenum.
  12. Van der Steen, W.J. (1997). Fighting against umbrellas: An essay on consciousness. In: Dol, M., S. Kasanmoentalib, S., Lijmbach, Rivas, E. & Van den Bos, R. (eds), Animal consciousness and animal ethics (pp. 17-31). Assen:Van Gorcum.
  13. Van der Steen, W.J. (2008). Nieuwe wegen voor de geneeskunde, Amsterdam: SWP.
  14. Van der Steen, W.J. (2009). Vogels zien en horen. Zeist: KNNV uitgeverij.
  15. Van der Steen, W.J. & Ter Maat. A. (1979).Theoretical studies on animal orientation I. Methodological appraisal of classifications. Journal of Theoretical Biology, 79, 223-234.
  16. Von Frisch, K. (1974). Decoding the Language of the bee. Science, 185, 663-668.
  17. Wells, A.M. & Wenner, P.H. (1990). Anatomy of a controversy. The question of language among bees. Nem York: Coumbia University Press.
  18. Wenner, A.M. & Wells, P.H. & Johnson, D.L. (1969). Honey bee recruitment to food sources: olfaction or language? Science, 164, 84-86.

Deze publicatie is onderdeel van het column van prof. dr. Wim J. Van der Steen, klik hier voor meer publicaties van de auteur.

 

Boeken van de auteur

Beyond Boundaries of Biomedicine Denken over geneeskunde Evolution as Natural History Geneeskunde tussen Geleerdheid en Gezond Verstand
 

Netwerk: Weg met TBS?

Het merendeel van de gezaghebbende tbs-advocaten uit Nederland raden hun cliënten af om mee te werken aan een tbs-onderzoek. De advocaten hekelen de onrechtvaardige aard van TBS, de willekeur door psychiaters en de discriminatie op basis van wetenschappelijk ondeugdelijke diagnoses.

Labels

Links

Meta

Statistieken

Bezoekers (details)


Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
0900 444 8888 (10 cent/pm)
helpdesk@pvp.nl
MindFreedom International (MFI) Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens (NCRM) International Association Against Psychiatric Assault (IAAPA)
Emil Ratelband - Geef je kind geen pillen maar een Seminar!