Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-4445005
 
 
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

Animal Assisted Therapy (AAT) bij kinderen met een verstoorde ontwikkeling is effectief!

Datum: 5 september 2009, 10:19

Gepubliceerd door hippotherapeut Paulien Rutgers

“AAT is een doelgerichte interventie waarin een dier dat aan specifieke criteria voldoet een integraal onderdeel uitmaakt van het behandelingsproces. AAT wordt uitgevoerd en/of geleverd door een zorginstelling/ professionele dienstverlening met gespecialiseerde expertise en binnen het bestek van de praktijk van zijn/haar beroep.”

Kortom: AAT is therapie met hulp van dieren.

aat 14 oktSteeds vaker zie je in de media artikelen over de fantastische werking van AAT. Dolfijntherapie, hippo- en equitherapie(beide met hulp van paarden), kynotherapie (met hulp van honden) krijgen steeds meer aandacht. Onbekender zijn therapieën met varkens, koeien en kleine boerderijdieren. In Zuid-Afrika worden olifanten ingezet. Iedere werker in het veld, professioneel of vrijwillig, is overtuigd van de werkzaamheid van AAT. En het veld is breed: dieren worden fysiotherapeutisch ingezet (paard als co-fysiotherapeut, honden als motivator), orthopedagogisch, psychiatrisch, logopedisch, haptonomisch en dan zijn vast nog niet alle gebieden genoemd. Overal in Nederland schieten initiatieven om AAT te geven als paddenstoelen uit de grond en worden serieuze resultaten geboekt, maar nergens zijn de effecten van AAT op Hollandse bodem wetenschappelijk vastgelegd.

In zijn rapport “Betekenis van landbouwhuisdieren in de zorg” (2002) geeft Jan Hassink van de Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR) in de samenvatting  aan dat de voor dit rapport geïnterviewde professionals van mening zijn dat het gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing er toe leidt dat er relatief weinig van dieren gebruik gemaakt wordt in de hulpverlening en dat professionals die met dieren werken weinig status hebben. Ondanks de herhaalde roep om deugdelijk wetenschappelijk effectonderzoek van AAT, is er tot op heden nog weinig van de grond gekomen.

In 2004, 2005 en 2006 werden wel vier studies uitgevoerd in opdracht van Stichting Zorgdier Nederland. Dr. M.J.Enders-Slegers onderzocht samen met studenten van de vakgroep Klinische en Gezondheidspsychologie aan de Universiteit Utrecht de effecten van zorgdierteambezoeken op het welbevinden van verschillende doelgroepen. Zorgdierbezoeken zijn echter geen doelgerichte AAT, waarbij dieren echt de functie van co-therapeut hebben, zoals AAT wordt bedoeld in dit artikel.

Zodoende kan de werking van AAT tot nu toe alleen nog beschreven worden door middel van casuïstiek.

Een summiere duik in de geschiedenis

Voordat de werking van AAT voor kinderen met een gestoorde ontwikkeling aan de orde komt in verschillende casusbeschrijvingen, geeft een kleine duik in de geschiedenis een beter beeld over het ontstaan van AAT en wellicht ook beter begrip waarom professionals uitgaan van de hypothese dat dieren goede co-therapeuten zijn.

Wanneer we kijken naar “de” geschiedenis met betrekking tot AAT, kunnen verschillende aspecten belicht worden: evolutie van de mens, leefpatronen van de agrarische bevolking in de vorige eeuw en wanneer AAT doelgericht is begonnen.

Wat betreft de evolutie van de mens, is het interessant te kijken naar bioloog Edward O. Wilson (1929) die in 1984 zijn “biophylia hypothesis” ontwikkelde en beschreef, waarin wordt gesteld dat vroeg in de menselijke geschiedenis evolutionair voordeel te behalen viel met kennis over de natuurlijke leefomgeving en speciaal met informatie betreffende planten en dieren. Gedragingen t.o.v. de natuur werden functionele aanpassingen die in onze genen vastgelegd werden omdat deze kennis bijdroeg aan de overleving. Het menselijk brein is gevormd door deze evolutie waarin selectieve aandacht voor o.a. dieren van levensbelang was. Aangenomen wordt dat deze functies nog steeds werkzaam zijn. Mensen, dus ook mensen met een verstoorde ontwikkeling, kunnen gebruik maken van dat deel van de hersenen dat het herkennen van en respons naar dieren intervenieert. Dit verklaart wellicht waarom bijvoorbeeld (landbouw)huisdieren bij uitstek geschikt blijken om een cliënt voldoende veiligheid en voldoende uitdaging te bieden om een verbinding mee aan te gaan.

Als we kijken naar het leefpatroon van de agrarische bevolking halverwege de vorige eeuw, zien we dat er vaak op boerenbedrijven een “achterlijke” knecht werkzaam was, die opgenomen werd in de gemeenschap en zich op zijn manier nuttig maakte en zich wist te handhaven. Maar ook hyperactieve boerenkinderen konden zich op het boerenbedrijf goed manifesteren, vaak beter dan bij de meester in de klas. Drukke of zieke kinderen werden naar familie op het platteland gestuurd, waar ze op de boerderij konden opknappen. Het contact met en het verzorgen van de dieren speelde daarin een cruciale rol. Dat deze rol de laatste decennia is “herontdekt”, blijkt uit de bijna explosieve groei van zorgboerderijen: in 1998 waren er 75; in 2003 bijna 400 en in 2007 meer dan 700. Zorgboerderijen zijn niet alleen in Nederland sterk in opkomst, maar ook in andere Europese landen (Hassink en van Dijk, 2006). Binnen de psychiatrie en zorg voor verstandelijk gehandicapten kwam in 1925 een omslag toen het echtpaar van Duuren met hulp van professor van der Scheer pleitten voor een zinvolle dagbesteding van de patiënten en sommige instellingen veranderden in zelfvoorzienende bedrijfjes compleet met boerderij.

Wanneer in Nederland precies het doelbewust therapeutisch inzetten van dieren is begonnen, is niet helemaal zeker. In elk geval kwam na de tweede wereldoorlog het paardrijden voor kinderen met een handicap op gang. In Amerika werd het inzetten van dieren in de geestelijke gezondheidszorg in 1919 gestart in het St. Elizabets Hospitaal in Washington DC (Burch, 1996). Voor de integratie van AAT in de klinische psychologie gaat de eer naar Boris Levinson, die in 1962 een artikel in Mental Hygiene een artikel schreef over “The dog as a ‘co-therapist’” (Levinson 1962). Levinson ontdekte dat hij significante progressie boekte met “gestoorde” kinderen wanneer zijn hond Jingles de therapiesessie bijwoonde. Hij zag dat vele kinderen die schuw en niet-communicatief waren, positief interacteerden met de hond (Levinson 1969). In Nederland pleitte Professor ter Horst eind 60er jaren voor de inzet van dieren in de behandeling van de ontspoorde meisjes door middel van een kinderboerderij in de Heldringstichting. In navolging hiervan en door gelijktijdige initiatieven ontstonden in de jaren ’60 en ’70 overal kinderboerderijen op de terreinen van instellingen voor kinderen met ontwikkelingsstoornissen, maar ook voor volwassenen. In de tijd dat de eerste kinderboerderijen, en niet alleen op terreinen van instellingen maar ook in de stedelijke gebieden, van de grond kwamen waren kinderen inderdaad de belangrijkste doelgroep. Door de jaren heen groeide bij veel kinderboerderijbeheerders en beherende instanties het besef, dat de kinderboerderij een veel bredere rol kon spelen in de samenleving. Naast de recreatieve en educatieve functie werden dus ook de sociale en therapeutische functie van kinderboerderijen steeds belangrijker.

Het laatste decennium zijn steeds meer particuliere initiatieven ontstaan om in een 1 op 1 setting doelgericht dieren in te zetten als co-therapeuten.

Maatschappelijk aanzien van AAT

De reden waarom de werking van AAT alleen nog in casuïstiek terug te vinden is, ligt vermoedelijk in de het maatschappelijk aanzien dat het werken met dieren heeft. Zo wordt bijvoorbeeld wanneer wordt uitgelegd wat met AAT bedoeld wordt, door het groot aantal kinder- en zorgboerderijen in Nederland, AAT als eerste daarmee in verband gebracht. Of aan aai- of blindengeleidehondenprojecten. Iedere professional binnen AAT kan vertellen over ervaringen hoe “iets met dieren doen” in eerste instantie door leken geassocieerd wordt met “dierenliefde” en niet met professionaliteit. Zelfs dierenartsen, die toch 7 jaar een wetenschappelijke opleiding gedaan hebben om hun beroep te mogen uitoefenen, worden regelmatig geconfronteerd met uitspraken van klanten die hun rekening moeten betalen die neerkomen op: “Ik had toch wat meer dierenliefde van u verwacht”. Alsof het werken met dieren per definitie gebeurt uit dierenliefde en daarom niet professioneel bezoldigd mag worden.

Paardrijden gehandicapten, therapeutisch paardrijden, aaihondenprojecten, farm-on-the-move projecten: allemaal worden ze geïnitieerd door enthousiaste idealisten en zijn voor hun bestaan vaak afhankelijk van vrijwilligers en subsidies. Voor de echte professionals valt er in veel gevallen, en zeker niet zonder subsidies, geen fatsoenlijk inkomen mee te genereren. Zo lang het professionele werken met dieren gekoppeld blijft aan de status van vrijwilligerswerk en aan dierenliefde, zullen maatschappelijke tendensen als:

  • het bestaan van slechts één opleiding op HBO niveau (sinds 2008 bestaat de specialisatie Eco Mediated Pedagogy (Pedagogiek en Natuur) van de deeltijd opleiding Bachelor Ecologische Pedagogiek in Utrecht) waarin mensen geleerd wordt om binnen hulp- en zorgverlening doelgericht en therapeutisch gebruik te maken van dieren,
  • het stopzetten van subsidies door de overheid voor projecten waarin dieren een hulpverlenende rol spelen,
  • het wegbezuinigen van kinderboerderijen op instellingen en
  • het weigeren van zorgverzekeringen om therapieën op te nemen waarbij dieren een duidelijke co-therapeutische rol spelen in hun pakket op te nemen blijven bestaan zal AAT nooit als volwaardige therapie van de grond kunnen komen.

AAT en hulpvraag

Eén van de dingen die de professionals in AAT doen om te zorgen dat het effect van hun werk goed gedocumenteerd wordt, is het hulpvraaggericht en planmatig werken. Binnen therapeutisch werken lijkt dit misschien een open deur, maar omdat AAT nog steeds in de sfeer van “leuk iets met dieren doen” zit, is het als het ware voor de Animal Assisted Therapeut van overlevingsbelang dat dit gebeurt.

Net als iedere andere professionele therapeut, neemt de Animal Assisted Therapeut een intake af om de hulpvraag scherp te krijgen. Naar aanleiding van de hulpvraag wordt een handelingsplan of een behandelplan geschreven met SMART(I) doelen, concreet en toetsbaar. Deze doelen worden afhankelijk van de duur van de therapie na enkele weken of maanden geëvalueerd, waarna ze worden aangepast of nieuwe doelen worden geformuleerd.

Wat binnen de AAT in Nederland nog ontbreekt, is een goed cliëntvolgsysteem, waarin de vorderingen van de cliënt eenvoudig digitaal vast te leggen zijn. In Amerika heeft (het team van) de oprichter van Green Chimneys, een groot AAT centrum ten zuiden van New York dat vlak na de 2e wereldoorlog als klein boerderijtje met een paar koeien is begonnen, het GLAS-system (Green Chimneys Longitudinal Assessment Scales) ontwikkeld. Het is een cliëntvolgsysteem dat iedereen die met een kind werkt in kan vullen, van de therapeut, de leerkracht tot en met de vrijwilligers in het dierenopvangcentrum, de manege of de boerderij. Zo krijgen de behandelaars een zo breed mogelijk beeld van een cliëntje. Daar waar de scores ver uit elkaar liggen of unaniem laag zijn, is nog werk aan de winkel.

Hulpvraaggericht en planmatig werken documenteert in elk geval de resultaten van AAT. Overal in Nederland waar dit gebeurt, ligt een schat aan informatie opgeslagen, klaar voor effectonderzoek.

Zo ver is het echter nog niet, en zullen we het moeten doen met casuïstiek.

Casus

Judith is een meisje van 14 jaar met een ontwikkelingsleeftijd van 5,5 jaar. Ze is het kind van een verslaafde moeder en in 1998 met haar biologische broertjes in een pleeggezin geplaatst. Ze vindt het fijn om daar te wonen. Pleegouders zijn zeer betrokken.

Judith heeft een IQ van iets onder de 60, maar lijkt beter te presteren dan dat. Leest op AVI 2, kan met veel hulp rekenen tot 20 en kan in blokletters schrijven. Judith heeft duidelijk last van hechtingsproblematiek o.a. herkenbaar aan het mechanisme van afstoten en aantrekken. Het contact met de biologische moeder was minimaal en sinds een paar jaar gestopt.

Judith werd bij AAT aangemeld met name op grond van het verhogen van de frustratiegrens en het verbeteren van haar zelfvertrouwen. Subdoelen waren het leren klokkijken en het overwinnen van haar angst voor verklede personen (Sinterklaas, Zwarte Piet, Kerstman, clowns). Subdoel  1 werd in 6 sessies bereikt en subdoel 2 werd een maand voor Sinterklaas in gang gezet  en was na 5 sessies bereikt, door haar zelf mee te laten doen aan verkleedspelletjes te paard. Het doel werd bestendigd met een carnavalsoptocht te paard.  Na enige verbetering in het verbeteren van haar zelfvertrouwen, werd het doel om zelfstandiger te worden in ADL taken en te leren naar zichzelf te kijken in de spiegel het hoofddoel.

Begin 2008 werd onderstaand handelingsplan voor haar opgesteld.

HANDELINGSPLAN AAT

Datum: 02-01-2008

Naam client: Judith

Geboorte datum: 16-08-1995

Ingangsdatum therapie: 19-05-2006

Periode: Januari-december 2008

BESCHRIJVING HULPVRAAG

  • Het verhogen van de frustratiegrens
  • Vergroten van het zelfvertrouwen
  • Verbeteren van de communicatie
  • Het verhogen van de spiertonus en het verbeteren van de balans
  • Logopedisch: het verbeteren van de mondmotoriek
  • Verminderen van de woordvindproblematiek
  • Bestendigen van rekenvaardigheden tot 20
  • In de spiegel kijken om zichzelf te kunnen verzorgen

BEGINSITUATIE

Judith heeft nu sinds 19-05-2006 hippotherapie. Tijdens de observatieperiode is gebleken dat er voornamelijk op hippisch gebied grote vooruitgang is geboekt. Maar een aantal doelen waren nog niet behaald.

De volgende verbeterdoelen zijn in de eerste helft van 2007 naar voren gekomen:

  1. Motorisch: Judith kan gedurende 10 minuten rechtop op het paard zitten.
  2. Sociaal-emotioneel: Judith is in staat om met haar frustraties om te gaan.

Verbeterdoel 1 is in de tweede helft van 2007 bereikt. Om echter haar motoriek nog verder te verbeteren, zal er aandacht worden besteed aan haar motoriek tijdens het grondwerk met een paard.

Frustraties blijven voor Judith een groot probleem. Op de Klimop kan ze er aardig mee omgaan, maar thuis geeft dat meer problemen. Dit verbeterdoel vereist zeker nog de nodige aandacht.

Nieuw verbeterdoel is het leren in de spiegel te kijken. Judith weigert naar zichzelf in de spiegel te kijken, waardoor zij niet goed haar tanden poetst en haar haar vaak erg slordig zit. In haar ADL taken is zij erg afhankelijk van pleegmoeder.

PAARDKEUZE

Judith gaat de komende tijd werken met Wiata in het grondwerk.

Wiata is een oude, wijze merrie, die in de kudde de taak van dominante, leidende merrie heeft. Ze voelt emoties heel goed aan en kan, als emoties congruent geuit worden, zich heel beschermend (rustig) gedragen. Wiata heeft in het grondwerk duidelijke leiding nodig, anders zal ze haar eigen plan trekken. Daarin geeft ze Judith onmiddellijk feedback op haar handelen naar Wiata toe.

LANGE TERMIJN DOELEN

Sociaal-emotioneel

  • Judith’s frustratiegrens is zodanig verhoogd, dat zij een -kleine- teleurstelling kan accepteren zonder te slaan (broertjes), schoppen (in de lucht), deur dicht te gooien of met dingen te gooien.
  • Judith kijkt bij haar persoonlijke verzorging waar nodig in de spiegel

Cognitief

  • Judith vult zelf haar Ik-voel-me-goed-boek in.
  • Judith kent alle basisbegrippen van de Freestylemethode
  • Judith heeft getalbegrip tot 20
  • Judith’s woordenschat is vergroot

Motorisch

  • Judith kan met behulp van haar lichaamstaal Wiata vanaf de grond op afstand besturen.
  • Judith kan zelf het freestyle halster omdoen

Sensorisch

  • Judith leert alternatieven om het pulken en krabben aan wondjes en aan haar nagelriemen te doorbreken

Hippisch

  • Judith gebruikt haar hele lichaam voor het sturen van het paard vanaf de grond

KORTE TERMIJN DOELEN

Sociaal emotioneel

  • Judith moet tenminste 1 opdracht per sessie goed uitvoeren waar ze geen zin in heeft. Ze legt het resultaat van de opdracht vast in haar Ik-voel-me-goed-boek.
  • In sessies waarin Judith gefrustreerd of teleurgesteld is, behandelt ze Wiata gedurende 15 minuten op een rustige en vriendelijke manier.
  • Judith kijkt gedurende 1 minuut naar zichzelf in de spiegel zonder weg te kijken.

Cognitief

  • Judith vult zelf ten minste het eerste en laatste deel van haar Ik-voel-me-goed-boek in. Dat wil zeggen; datum, kaartje en tip van de dag en wat kon ik goed en wat vond ik het leukste.
  • Judith kan getallen tot 10 splitsen
  • Judith kan tot 10 in één oogopslag het juiste getal bij de juiste hoeveelheid noemen
  • Judith kan van 5 voorwerpen die ze gedurende 1 minuut in zich op mag nemen er na afdekken 2 opnoemen

Motorisch

  • Judith kan tijdens het loswerken afwisselend een rechte en een gebogen houding aannemen gedurende 5 minuten
  • Judith kan 4x per sessie door haar positie (drijvende en leidende positie) het tempo van het paard regelen
  • Judith kan een drijvende hulp geven en daarna weer ontspannen
  • Judith kan het touw goed oprollen in 30 seconden
  • Judith kan gedurende 5 minuten op de balimokruk zitten zonder eraf te vallen

Sensorisch

  • Judith veegt niet haar handen af aan haar rijbroek en vraagt gedurende de sessie met het paard niet om handen wassen.
  • Judith kan gedurende 5 aaneengesloten minuten hals, rug, buik en achterhand van het paard zorgvuldig poetsen
  • Judith kan gedurende 5 minuten met aandacht het paard aanraken door toepassing van  massage, namelijk lengtestrijkingen en dwarse strijkingen

Hippisch

  • Judith kan door zich kleiner te maken het paard afremmen en door zich groot te maken (rug recht!!) het paard harder laten gaan

Resultaat

Judith heeft zich tijdens de periode dat ze in therapie is, ontwikkeld tot een zelfbewust meisje, dat goed weet wat ze kan en wil. Vooral in haar omgang met paarden heeft ze een enorme ontwikkeling doorgemaakt van zeer angstig voor paarden tot het kunnen trainen van een onbekend paard en functioneert ze duidelijk op een hoger niveau dan je verwacht van een kind met een ontwikkelingsleeftijd van 5,5 jaar. Ze laat een grote volhardendheid en doorzettingsvermogen zien.

Judith kan echter buiten de paarden om door onduidelijkheden en onverwachte zaken nog steeds erg uit balans raken. Vooral zaken op school als een aanstaand schoolkamp, een musical of een spelletjesdag, kunnen haar erg nerveus en van streek maken.

Het leren klokkijken is bereikt door haar op het paard “in” een in de rijbak uitgezette klok te laten rijden en haar desgewenst de functie van kleine wijzer of grote wijzer te geven.

Het niet meer bang zijn voor Sinterklaas hebben we bereikt door haar zelf Sinterklaas te laten spelen op de schimmel Wiata.

De groei naar zelfbewustheid is voornamelijk tot stand gekomen door de verzorgende taken met het paard en het loswerken (werken met een loslopend paard in kleinere, afgesloten ruimte m.b.v. lichaamshouding en positie).

Het in de spiegel kijken hebben we voor elkaar gekregen door eerst de paarden in de spiegel te laten kijken en daarna pas zijzelf. We hebben met het paard erbij in plassen gekeken. We hebben laten zien wat spiegelschrift is, haar haar gezicht over laten trekken op de spiegel en met de spiegel net gedaan of ze net zo veel kan zien als een paard, dat een gezichtsveld heeft van bijna 360 graden.

Als beloning gingen we oorbellen kopen: wie in een spiegel kijkt mag mooi zijn! Ze bestudeerde het effect van een oorbel met méér dan een vluchtige blik. Thuis kijkt ze nu ook in de spiegel als ze haar haren kamt.

Werkplan AAT

Naam: Judith Periode: januari-april 2009 Begeleider: Paulien Rutgers

DOEL

AANPAK

EVALUATIE

Sociaal-emotioneel

  • Judith moet tenminste 1 opdracht per sessie goed uitvoeren waar ze geen zin in heeft. Ze legt het resultaat van de opdracht vast in haar Ik-voel-me-goed-boek.
  • Judith kijkt gedurende 1 minuut naar zichzelf in de spiegel
  • Goed bespreken en benoemen wat er op dat moment gebeurt en ook erna wat er gebeurd is.
  • Langzaam in kleine stappen wennen aan zichzelf zien in de spiegel. Eerst samen met haar de paarden in de spiegel laten kijken, kijken hoe zij reageren. Ik ga zelf ook steeds in de spiegel kijken en mezelf opmaken.
  • Judith blijft het moeilijk vinden om iets te doen waar ze geen zin in heeft. Ze kan dan zeer vastberaden “Nee” zeggen, maar is niet in staat daar een reden voor te geven. Doel handhaven
  • Doel bereikt, uitbreiden naar 5 minuten! Van helemaal niet willen kijken zijn we gekomen tot 1 minuut (en dat is lang als je niet wilt…)
Cognitief

  • Judith kan de theorie van het Freestylen ook toepassen bij paarden die ze niet kent
  • Judith kan de 6 basisemoties benoemen
  • Judith kan aftreksommen maken tot 10
  • Judith kan memoryspelen doen en daarbij benoemen wat ze heeft omgedraaid.
  • Judith in contact laten komen met andere paarden. Eerst beginnen met de gemakkelijkere Freestyle oefeningen en daarna uitbreiden naar de moeilijkere.
  • Beginnen bij rustige en duidelijke situaties om later uit te breiden naar het benoemen van de emoties bij moeilijke momenten.

.

  • Eerst met materialen werken, dingen in mindering brengen. Dan ook in de round pen sommen maken met het paard.
  • M.b.v. verschillende memoryspelen.
  • Doel bereikt. Judith is meermaals met nieuwe paarden in contact gekomen. Scooby en Rix zijn aanvankelijk ook nieuwe paarden voor haar waarbij ze ook de moeilijkere oefeningen met succes kan volbrengen.
  • Doel bijna bereikt bij rustige en duidelijke situaties. De uitbreiding naar moeilijke momenten is nog niet van toepassing. Doel handhaven.
  • Doel bijna bereikt. Ze heeft nog wel hulp nodig. Doel nog handhaven.
  • Doel bereikt. Ze is erg goed in memoryspelen.
Motorisch

  • Judith zit gedurende 5 minuten per sessie op de balimokruk zonder eraf te vallen
  • Judith corrigeert haar lichaamshouding met behulp van een passpiegel
  • Tijdens het invullen van het ik-voel-me-goed-boek
  • Judith kijkt naar haar houding in de spiegel en vergelijkt deze met die van mij.
  • Ze heeft er één keer op gezeten: doel handhaven.
  • In de spiegel kijken vindt ze nog steeds erg moeilijk: doel handhaven.
Sensorisch

  • Judith pulkt niet aan korstjes op haar neus en kin
  • Iedere keer wanneer ze pulkt, haar onmiddellijk een opdracht met het paard geven.
  • Judith blijkt tijdens de hippo nauwelijks te pulken. Wel zien we dat de korstjes blijven en dat ze er op andere momenten wel aan pulkt. Telkens als ze bijna beter zijn, maakt ze ze weer stuk. Doel handhaven, anders aanpakken zodat ze ook in andere situaties van de korstjes afblijft.
Hippisch

  • Judith kan de volgende basisoefeningen van het Freestyle: follow the lead en werken op de kleine cirkel.
  • Judith kan zelfstandig in stap Wiata sturen met haar lichaam
  • Door voordoen, daarna d.m.v. aanwijzingen haar zelf laten ervaren
  • D.m.v. aanwijzingen zelf laten ervaren. Eerst met begeleider voor het paard, later volledig zelfstandig.
  • Doel bijna bereikt. Wanneer het paard echter enige weerstand biedt, heeft Judith soms nog wat extra hulp nodig. Doel handhaven.
  • Doel bereikt. Ze vindt het fijn om zelfstandig te sturen. Doel uitbreiden: Judith kan zelfstandig in stap Wiata sturen door gebruik te maken van haar lichaam en correct gebruik van de teugels.

Samenvatting en conclusie

Deze periode hebben we met name aandacht besteed aan in de spiegel kijken en freestylen met nieuwe paarden.

Opnieuw zijn we op zoek gegaan naar originele ervaringsgerichte manieren waarop Judith in de spiegel kan kijken. We zijn allerlei oorbellen gaan passen, ze heeft de spiegel gebruikt om in het bos dingen achter zich te kunnen zien, net zoals paarden dat doen, en we hebben grappige gezichten getekend in de spiegel. In het begin was er

enige aarzeling, daarna wat vluchtige blikken, maar dankzij ‘het proberen te zien wat een paard kan zien’ en  de oorbellen  hebben we het doel van  1 minuut kijken gehaald.

Judith kan de eerder geleerde theorie van freestylen goed toepassen bij nieuwe paarden. Ze kan genoeg zelfvertrouwen tonen om een goede leider voor hen te zijn. Enkel wanneer de situatie moeilijker wordt, kan ze nog enige hulp gebruiken.

Tevens hebben we verder gewerkt aan grotere zelfstandigheid van Judith met de paarden: zelf uit de wei halen, zelf poetsen, zelf opzadelen, zelfstandig rijden. Judith geniet zichtbaar van deze zelfstandigheid en heeft veel gevraagd om zelf te mogen sturen en los te rijden in de bak.

[nggallery id=1]

Deze publicatie is onderdeel van het column van hippotherapeut Paulien Rutgers, klik hier voor meer publicaties van de auteur.

 

Boeken van de auteur

Er zijn geen boeken gevonden.
 

Tros Radar undercover bij farmaceutische bedrijven

Bezig met laden video...
Tros Radar: Deel 1 / Deel 2
Jaarlijks overlijden in Nederland meer mensen door medicijnen dan in het verkeer. Toch wil de farmaceutische industrie documenten over bijwerkingen niet openbaar maken.

Steeds vaker wordt het duidelijk dat dodelijke bijwerkingen worden verzwegen, en dat de bedrijven weinig tot niets om het welzijn van mensen geven.

De bedrijven worden beloond voor het zo lang mogelijk 'beter maken' van mensen, en niet voor het beter gemaakt hebben van mensen. En dat is te merken, vooral in de psychiatrie, waar medicijnen ongegeneerd mensen chronisch ziek maken en houden.

Zie ook: Farmaceutische bedrijven houden bewust fatale bijwerkingen geheim

Nu in de winkel:

De Pillen Maffia

Maandblad KIJK: De Pillenmaffia

Labels

Links

Meta

Statistieken

Bezoekers (details)


Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
0900 444 8888 (10 cent/pm)
helpdesk@pvp.nl
MindFreedom International (MFI) Nederlands Comite voor de Rechten van de Mens (NCRM) International Association Against Psychiatric Assault (IAAPA)
Emil Ratelband - Geef je kind geen pillen maar een Seminar!