Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-6643825
Stand.nl NCRV

“Psychiatrie is een malversatie en moet beëindigd worden“

Update: De psychiatrie houdt zich al 7 jaar stil

Oogkleppen: ramp of redding?

Datum: 24 september 2009, 10:04
Tekst gepubliceerd 24 september 2009. Copyright © prof. dr. Wim J. van der Steen. Plaatsing van de tekst door derden in enig ander medium is niet toegestaan zonder toestemming van de auteur. Weergave van kleine gedeelten of van de kern van de inhoud is toegestaan, mits de bron (auteur, titel, gegevens website, datum) expliciet worden vermeld.

psychiater oogkleppenDe gouden koets zag ik dit jaar niet, want ik wilde een column schrijven. Ik neem aan dat het als vanouds was: paarden met oogkleppen en daarachter onze vorstin met nog wat mensen in een goudkleurig voertuig.
Interessant aan dit gebeuren vind ik vooral de oogkleppen en de lage snelheid van de paarden en hun meesteres. Zonder oogkleppen zouden de paarden zich wild schrikken. Duizenden oogparen gericht op iets achter hen, niet op henzelf. In zo’n situatie zou ik weghollen, en de paarden zouden waarschijnlijk ook zo reageren, met het risico dat het koninkrijk verandert in een republiek. De oogkleppen voorkomen in dit geval een ramp. Ze redden ons rijk.

De mensen die de paarden niet moeten zien dragen geen oogkleppen. De achtergrond van het verschil is dat paarden meer zien dan mensen. Ook voor mensen zou veel zien gevaarlijk zijn. Voor hen zijn speciale maatregelen echter niet nodig, want ze zien uit zichzelf al weinig. Dar geef ik eerst voorbeelden van. Omdat ik er al eerder over schreef en niet in herhalingen wil vervallen, citeer ik uit eigen werk.

“Een gorilla zou ik nooit over het hoofd zien. Dat denken de meeste mensen, maar ze vergissen zich. Psychologen lieten een keer proefpersonen kijken naar een film die een balspel toonde. De proefpersonen kregen de opdracht, nauwkeurig te registreren wat met de bal gebeurde. Halverwege het balspel liep een persoon in een gorillakostuum over het veld. Achteraf bleek dat deze gebeurtenis de meeste proefpersonen was ontgaan. De gorilla hoorde niet thuis in het balspel. Door onbewuste processen in het brein van de proefpersonen werd hij daarom weggefilterd.
Kennelijk zijn we niet in staat, de werkelijkheid om ons heen goed te registreren. Wat niet klopt met onze verwachtingen passen we aan. Hier is een ander voorbeeld van dit verschijnsel in psychologische experimenten. Je bent ergens voor het eerst te gast. De gastheer verontschuldigt zich; hij gaat even opbellen in een ander vertrek. Even later komt de gastheer terug. Hij pakt de draad van het gesprek op, maar hij is ondertussen iemand anders geworden. Je merkt het niet.
Nog een voorbeeld. Iemand begint buiten een gesprek met je. Het gesprek wordt onderbroken doordat twee werklieden die een deur dragen je gesprekspartner aan het zicht onttrekken. De gesprekspartner en een van de werklieden verwisselen van plaats. De nieuwe gesprekspartner zet het gesprek voort, maar je merkt niet dat je nu met iemand anders aan de praat bent. De meeste mensen verklaren desgevraagd dat zoiets hen niet zou overkomen, maar experimenten tonen aan dat het tegendeel vermoedelijk het geval is.”

Deze verschijnselen komen bij alle mensen voor. Andere beperkingen van wat mensen zien zijn minder algemeen. Niet iedereen is bijvoorbeeld totaal blind. Subtiele vormen van blindheid bestaan ook. Ik laat het bij een enkel voorbeeld.

“In 1983 verscheen een artikel over prosopagnosie, een kwaal die […] in handboeken van de neuropsychologie voorkomt. Patiënten met de kwaal zijn niet in staat gezichten te herkennen. De auteurs beschrijven het geval van iemand die de kwaal kreeg na een herseninfarct. Bijzonder was dat de patiënt, die bedroefd was omdat hij geen mensen meer kon herkennen, boer werd en een kudde schapen kocht. Tot zijn verrassing was hij wél in staat om de individuele schapen uit elkaar te houden.
Een aantal jaren later, in 2001 werd een artikel gepubliceerd over gezichtsherkenning bij schapen. De dieren zijn in staat, vijftig verschillende schapengezichten twee jaar lang te onthouden. Zou de patiënt een beetje schaapachtig zijn geworden?”

Dit voorbeeld is extreem. Ik vermoed dat wat minder extreme afwijkingen algemener zijn dan je zou denken. Laat ik mezelf even als voorbeeld nemen. Ik lijd aan een moeilijk te begrijpen afwijking van de gezichtszin. Heel in het kort komt die erop neer dat ik soms dingen niet zie terwijl ik ze voor mijn neus heb. Stel je een rij van tien voorwerpen voor die naast elkaar liggen, een gummetje, een potlood, enzovoort. Ik zoek het gummetje. De voorwerpen raak ik een voor een aan en dat doe ik vijf keer. Tot mijn verdriet constateer ik dat het gummetje er niet bij is. Maar het is er wel bij.
Dit verschijnsel is moeilijk te begrijpen voor anderen doordat we gewend zijn, te denken dat “zien” één proces is, ongeveer als volgt. Als je iets ziet, dan komt dat doordat een beeld valt op je netvlies, en dat beeld gaat door de oogzenuw naar de hersenen, en daar vindt het eigenlijke zien plaats. Dat deze opvatting net klopt, wordt duidelijk als je je afvraagt wie het beeld in de hersenen ziet. Zit daar soms een verborgen waarnemer? Nee dus.
In werkelijkheid is zien een onvoorstelbaar ingewikkeld proces. Bij mij is kennelijk iets mis met de bedrading in de hersenen. Daardoor wordt de informatie die de ogen binnenkomt niet altijd goed verwerkt.
Mijn “kwaal” is soms een nachtmerrie doordat anderen deze niet begrijpen of niet serieus nemen. Daarom zeg ik er zelden iets over.

Met deze autobiografische vertelling kwam ik niet omdat ik mijn hart wil luchten. Mijn bedoeling is: aandacht vragen voor eigenschappen van mensen die we gemakkelijk over het hoofd zien. Ik ken drie mensen die ook een nogal vreemde afwijking hebben van de gezichtszin. Die praten er ook zelden over. Ook zij merkten vaak dat anderen de afwijking niet snappen of willen snappen.

“Zien” is alleen maar een voorbeeld. Ongetwijfeld komen tallos veel andere “afwijkingen” voor die we niet zien of niet willen zien omdat je de afwijkingen in onze cultuur niet hoort te hebben. Vaker dan we ons realiseren is de gemiddelde mens, de standaardmens, maatstaf geworden voor hoe je hoort te zijn. Denk bijvoorbeeld aan wetenschappelijk onderzoek in de geneeskunde. Dat gaat voor een groot deel over de gemiddelde patiënt. Het onderzoek sluit dan ook niet goed aan bij de praktijk, want de gemiddelde patiënt bestaat niet.
Hebben we voldoende oog voor wat uniek is aan de individuele personen die we ontmoeten?

Hoe komt het dat mensen vaak weinig zien en dat ze vaak niet in de gaten hebben dát ze weinig zien? Te gemakkelijk zou het antwoord zijn dat dit nu eenmaal de aard is van het beestje, al schuilt hier wel een greintje waarheid in. Het beestje heeft helemaal geen vaste aard.
Een beter antwoord is dat we leven in een dolgedraaide, ziekmakende maatschappij die we met zijn allen in stand houden. Drie woorden geven dit goed weer: We houden van snel, groot en veel. Snel werken en produceren: Het tegenovergestelde lijkt negatief als we het langzaam noemen; waarom noemen we het niet rustig? Groot: ondernemingen moeten zo groot mogelijk zijn om te overleven. Waarom eigenlijk? Een goed antwoord op die vraag heb ik nooit gevonden. Veel: Er moet zo veel mogelijk geproduceerd en geconsumeerd worden, anders gaat het slecht met de economie. Ook dit heb ik nooit begrepen. We putten zo alleen maar onszelf en de aarde uit.

Onderzoek in de geneeskunde en de psychiatrie is ook behekst door het schijnideaal van snel, groot en veel. Een paar miljoen medisch-wetenschappelijke artikelen per jaar. Met grote snelheid worden die de literatuur ingeslingerd. Niemand kan het geheel overzien, daar is het te groot voor. Daardoor kan iedere gek wel iets van zijn gading vinden. Je kiest uit de rijstebrijberg gewoon wat in je kraam te pas komt en de rest negeer je. De farmaceutische industrie heeft hierdoor vrij spel. Tijd om alles écht goed te controleren is er niet.
Als onderzoeker tel je alleen mee wanneer je veel artikelen publiceert. Daar heb je geld voor nodig. De industrie betaalt gelukkig. Daar hangt wel een prijskaartje aan. De vraag is al lang niet meer of onderzoek waarheid oplevert. We hebben waarheid vervangen door geld.

De proefpersonen in mijn eerste voorbeeld zagen een gorilla niet hoewel deze overduidelijk in beeld was. Gorilla’s zijn bloedverwanten van mensen. Onderzoekers in de psychiatrie lijken wat op de proefpersonen. Doordat ze naar hersenen kijken, zien ze de mensen over het hoofd.

Oogkleppen hebben we nodig. Als we kijken naar alles om ons heen, komen we tot niets. Maar er zijn tegenwoordig wat al te veel oogkleppen.
We hebben meer oogkleppen op naarmate we sneller gaan. Dat lijkt me een voor de hand liggende wet. Subtiele eigenaardigheden, “afwijkingen”, van mensen ontgaan ons dan al gauw. Maar sommige eigenaardigheden zijn toevallig wat beter zichtbaar. Wie zulke eigenaardigheden heeft, wordt al gauw gek gevonden doordat we mensen die een kleiner beetje gek zijn niet goed herkennen. Zo krijg je onnodig veel gekken. Ik kan alleen nog maar verzuchten: Gekken, verenigt u; ik ben van de partij.

Bronnen

De voorbeelden van oogkleppen bij visuele waarnemingen zijn met bronnen te vinden in Blackmore (2003, hoofdstuk 6). Het hier kerngegeven materiaal is voor een deel ontleend aan Van der Steen (2008, hoofdstuk 10.1); de citaten zijn daaruit afkomstig.
Het stukje over prosopagnosie is overgenomen uit Van der Steen (2009, hoofdstuk 10).
McNeil & Warrington (1993) publiceerden het artikel over prosopagnosie, Kendrick et al (2001) het artikel over gezichtsherkenning bij schapen.

Literatuur

  1. Blackmore, S. (2003). Consciousness. An Introduction. London: Hodder & Stoughton.
  2. McNeil, J.E. & Warrington, E.K. (1993). Prosopagnosia: a face-specific disorder. Quarterly Journal of Experimental Psychology A., 46, 1-10.
  3. Kendrick, K.M., da Costa, A.P., Leigh, A.E., Hinton, M.R. & Peirce J,W. (2001). Sheep don’t forget a face. Nature, 414, 165-166.
  4. Van der Steen, W.J. (2008). Nieuwe wegen voor de geneeskunde. Amsterdam: SWP.
  5. Van der Steen, W.J. (2009). Nieuwe wegen voor de psychiatrie. Amsterdam: SWP.

Deze publicatie is onderdeel van het column van prof. dr. Wim J. Van der Steen, klik hier voor meer publicaties van de auteur.

 

Boeken van de auteur

Beyond Boundaries of Biomedicine Denken over geneeskunde Evolution as Natural History Geneeskunde tussen Geleerdheid en Gezond Verstand