Zielenknijper.nl

Een kritische kijk op de praktijk van de psychiatrie!
Schade door psychiatrische medicijnen?
Gratis juridische hulp: 0800-6643825

Quotes

Quote toevoegen [+] / toon alles
 

Lea Bouwmeester (PvdA): Isoleercelgebruik en dwangmedicatie terugdringen

Datum: 2 oktober 2008, 11:49

Tweede Kamerlid Lea Bouwmeester PvdA-kamerlid Bouwmeester wil dat psychiatrische patiënten in een instelling niet worden opgesloten in een isoleercel en niet onder dwang met medicijnen worden behandeld, tenzij het echt niet anders kan. Bouwmeester: ‘Dwang en drangmiddelen, zoals plaatsing in de isoleercel of dwangmedicatie, mogen pas worden ingezet als aller-, allerlaatste redmiddel.’

Spoeddebat over de psychiatrie

Vanavond vindt in de Tweede Kamer een spoeddebat plaats naar aanleiding van het overlijden van een man in de isoleercel. De discussie over het gebruik van de isoleercellen laaide op na twee sterfgevallen binnen een maand in het Sociaal Psychiatrisch Dienstencentrum (SPDC) Oost in Amsterdam. Jaarlijks belanden naar schatting zo’n 18.000 mensen in een isoleercel. GGZ Nederland, de brancheorganisatie voor de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg in Nederland, probeert sinds 2004 met het project Dwang en drang het gebruik van de isoleercel terug te dringen met tien procent per jaar.

Zet alternatieven in

Het is volgens Bouwmeester onmogelijk om het gebruik van de isoleercel helemaal uit te sluiten, maar het uitgangspunt moet volgens haar zijn: ‘geen drang en dwangmiddelen, er zijn alternatieven, zet deze dus in!’

Bouwmeester vervolgt: ‘Vrijheidbeperkende maatregelen hebben een hele grote impact op mensen. Voor een hele kleine groep blijft plaatsing in een isoleercel of gebruik van bijvoorbeeld dwangmedicatie noodzakelijk, maar deze groep is kleiner dan de groep die nu in de isoleer wordt geplaatst.’

Goede voorbeeld

Bouwmeester: ‘Om te voorkomen dat er een verschuiving plaats gaat vinden van ‘mensen opsluiten naar mensen platspuiten’, moet er een plan komen om drang en dwang in gezamenlijkheid terug te dringen. Er zijn alternatieven, die moeten ook worden ingezet.’

Er zijn volgens Bouwmeester in Nederland genoeg voorbeelden zijn van instellingen die plaatsing in de isoleercel aanzienlijk hebben teruggebracht.
Deze zouden bij dit plan de leiding moeten nemen: ‘Deze instellingen moeten de leiding krijgen en een plan ontwikkelen dat gebruik van vrijheidbeperkende maatregelen in ze zorg overal tot het minimale terug brengt.’

Waardering

Het werken met deze doelgroep is zwaar en ingewikkeld, daarom heeft de PvdA grote waardering voor de mensen die deze moeilijke taak uitvoeren. Deze waardering moet volgens Bouwmeester ook tot uiting komen in ondersteuning op de werkvloer.

Geen onderzoek, maar direct aan de slag

Er zijn partijen die pleiten voor een parlementair onderzoek. Maar de PvdA wil verandering op korte termijn. ‘Indien de goede voorbeelden uit de praktijk leidend worden, is een parlementair onderzoek niet nodig, maar draagt het werkveld de verantwoordelijkheid om hier en nu een bijdrage te leveren aan de verbetering’, aldus Bouwmeester. 

(8 berichten)Reacties

  1. Reactie van Wouter Post Wouter Post
    12:29 op 24 November 2008
    Ze zeggen weleens, dat je een beschaving kan herkennen aan de manier waarop het met dieren omgaat.

    Die vlieger gaat zeer zeker ook op, voor de manier waarop er met mensen word omgegaan, en in het bijzonder de psychiatrische patiënten, die in angst, verwarring en diepe geeestelijke ontwrichting verkeren.

    Beschaving is maar een dun laagje.

    Er kwijnen mensen weg in isoleer cellen, er kwijnen mensen weg op psychiatrische afdelingen, compleet gesedeerd, totaal van de kaart door de medicatie, en er zou geen andere optie zijn?

    jawel, maar dat is te duur!

    Meer verpleegkundigen, meer mensen..

    maar nee, er moet "productie"gedraaid worden.

    Schande en schaamteloos.
  2. Reactie van Arjan Arjan
    12:29 op 24 November 2008
    er zou geen andere optie zijn?

    jawel, maar dat is te duur!

    Nee, dat is niet zo. Alternatieven kosten vaak véél minder geld dan conventionele behandeling met medicijnen. Er zijn welliswaar (vooral in het begin) meer mensen nodig, maar omdat patiënten echt kunnen herstellen is dat maar voor even en kun je als behandelaar veel meer mensen helpen.

    Antipsychotica zijn een van de meest dure medicijnen die er zijn. Een onderhoudsbehandeling met Risperdal Consta (injectie) kan gemakkelijk 1000 euro of meer per maand kosten. Die medicijnen moeten patiënten de rest van hun leven gebruiken. Ze leven welliswaar gemiddeld 17 jaar korter door de medicijnen, maar dan nog kom je uit op 700.000 euro aan medicijnen per patiënt. (zie ook dit artikel)

    En dan is er nog de sociale zekerheid. Antipsychotica maken patiënten chronisch ziek en beperken de geest zodat de patiënten vaak nooit meer aan het werk kunnen en een riante levenslange uitkering van 800 tot 1000 euro per maand netto ontvangen. Daarmee kom je uiteindelijk nog eens op 1 miljoen euro per patiënt uit.

    En dan zijn de behandelingskosten, ziekenhuisverblijf etc. die ook geregeld voorkomen (70% van alle schizofreniepatiënten valt weer terug met antipsychotica) nog niet eens meegerekend.

    Wanneer patiënten bijvoorbeeld met geavanceerde Soteria Psychotherapie zouden zijn behandeld, dan kunnen 90% van alle schizofrenie patiënten weer herstellen, en bestaat er maar een kleine kans dat ze weer terug vallen. En 40% van alle schizofreniepatiënten kan dan zelfs volledig herstellen zodat ze weer aan het werk kunnen en in plaats van miljoenen te kosten per patiënt (in een heel leven), miljoenen op te leveren voor de maatschappij. En boven alles hebben ze een kans op een gelukkiger leven.
  3. Reactie van meester Goldstein meester Goldstein
    07:36 op 5 December 2008
    [Deel 1/3]  Geachte Arjan,

       Ik heb op uw verzoek uitgezocht of de mensen die zijn overleden tengevolge van wat door U wordt omschreven als 'chemisch martellen' strafbaar zijn.

       Bijgevoegd heb ik de Nederlandse grondwet, waar met name artikel 11 voor U en Uw medeslachtoffers van belang is, evenzo mocht de grondwet niet voldoende zijn is hierbij aansluitend de Wet internationale misdrijven bijgevoegd.

       Het is absoluut zeker dat artikel 11 voor meerdere interpretatie vatbaar is, nochtans is dit naar mijn visie niet geldig voor het toedien van chemische middellen.

       Verzwarende omstandigheid in de aanklachten tegen genoemde doktoren Dr. M Van Wijk, Dr. A van Boxum, Dr. L Van Leeuwen, Dr. J. Aaten is paragraaf 2, het systematisch schenden van humanitaire rechten van een bevolkings groep.

       Jazeker is de conclusie dat van deze bevolkingsgroep, -de psychiatrische patienten- systematisch het leven met ca 20 a 30 jaar verkort wordt met middellen die het lichamelijk functioneren langzaam maar zeker vernietigen.

       Het is mij niet duidelijk of doktoren nu wel of niet 'ambtenaren' zijn. Als zijnde in hun hoedanigheid om mensen te kunnen aanklagen en jaren gevangen te kunnen laten zetten moet ik aangeven JA, psychiaters zijn ambtenaren, gelijk de politie.

       Bent U wel gewezen op het recht om te zwijgen? Is ook aangegeven dat de psychiater alles wat U zegt tegen U gebruikt? Omdat het vanwege aangegeven redenen ambtenaren zijn, die beslissen over leven en dood, is indien dit achterwege is gelaten weer een verzwarende omstandigheid.

       Leest U alle artikellen rustig door, vrijwel alle artikellen en paragrafen worden in Nederland door psychiaters overtreden.

       Het werk van psychiaters valt wel degelijk onder de oorlogs conventie van Geneve, het toedienen van psychotropische middellen is een schending van het oorlogsrecht.

       De maximale straf op het verkorten van het leven van 'de psychiatrische' samenleving in Nederland is 15 jaar.

       Op uw verzoek nog even de cijfers omtrend euthanasie. In Nederland worden jaarlijks zo'n 4000 mensen met een injectie ter dood gebracht op eigen verzoek.

       Het is redelijk om aan te nemen dat psychiaters in vele gevallen verantwoordelijk zijn voor de dood van hun patienten, als men het lichaam vernietigd zodat leven niet meer mogelijk is, wat voor keus hebben deze mensen dan gehad?

       Nogmaals geef ik aan, wees voorzichtig, uw omschrijving van 'medische mafia' is accuraat en nauwkeurig. Er is geen andere bevolkingsgroep die zo hard en meedogenloos heeft te leiden. Zonder 'rechten' ??? Nee dat zeker niet, maar de rechten van de mens gelden in Nederland niet voor deze bevolkingsgroep.

       
       Met vriendelijke groet, en oprechte mededeling voor de dood van Mandy, Jeremiaz, Henri, Erik en het in coma raken van Jansje.

       Meester Goldstein, Israel.
    PS, Als U echt wat wil beteken en mensenlevens wilt redden, zult U eigen klinieken op moeten zetten, waar mensen zonder gedwongen chemische middellen mogen leven. De isoleer cel wordt door patienten als beter omschreven dan 'vrij' zijn met gedwongen chemische dwang medicatie zoals injecties. Aan het spel om 'critici' en 'intellectuelen' in de psychiatrie te laten verdwijnen zal denk ik nooit wat kunnen worden gedaan.

  4. Reactie van meester Goldstein meester Goldstein
    07:38 op 5 December 2008
    [Deel 2/3]
    Nadere regelgeving:
    - Geen
     
    WET van 19 juni 2003, houdende regels met betrekking tot ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht (Wet internationale misdrijven)
     
         WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
         Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
         Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het nodig is om, mede gelet op het Statuut van het Internationaal Strafhof, regels te stellen met betrekking tot ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht;
         Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
     
     
    § 1. Algemene bepalingen
    Artikel 1
    1. In deze wet wordt verstaan onder:
    a. Verdragen van Genève:
    1°. het op 12 augustus 1949 te Genève tot stand gekomen Verdrag (I) voor de verbetering van het lot der gewonden en zieken, zich bevindende bij de strijdkrachten te velde (Trb. 1951, 72);
    2°. het op 12 augustus 1949 te Genève tot stand gekomen Verdrag (II) voor de verbetering van het lot der gewonden, zieken en schipbreukelingen van de strijdkrachten ter zee (Trb. 1951, 73);
    3°. het op 12 augustus 1949 te Genève tot stand gekomen Verdrag (III) betreffende de behandeling van krijgsgevangenen (Trb. 1951, 74); en
    4°. het op 12 augustus 1949 te Genève tot stand gekomen Verdrag (IV) betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd (Trb. 1951, 75);
    b. meerdere:
    1°. de militaire commandant, of degene die feitelijk als zodanig optreedt, die daadwerkelijk het bevel of gezag uitoefent over of daadwerkelijk leiding geeft aan een of meer ondergeschikten;
    2°. degene die in een burgerlijke hoedanigheid daadwerkelijk gezag uitoefent over of daadwerkelijk leiding geeft aan een of meer ondergeschikten.
    c. deportatie of onder dwang overbrengen van bevolking: het onder dwang verplaatsen van personen door verdrijving of andere dwangmaatregelen uit het gebied waarin zij zich rechtmatig bevinden zonder dat daarvoor gronden bestaan die naar internationaal recht zijn toegelaten;
    d. marteling: het opzettelijk veroorzaken van ernstige pijn of ernstig lijden, hetzij lichamelijk, hetzij geestelijk, bij een persoon die zich in gevangenschap of in de macht bevindt van degene die beschuldigd wordt, met dien verstande dat onder marteling niet wordt verstaan pijn of lijden dat louter het gevolg is van, inherent is aan of samenhangt met rechtmatige sancties;
    e. foltering: marteling van een persoon met het oogmerk om van hem of van een derde inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen, hem te bestraffen voor een handeling die hij of een derde heeft begaan of waarvan hij of een derde wordt verdacht, of hem of een derde vrees aan te jagen of te dwingen iets te doen of te dulden, dan wel om enigerlei reden gebaseerd op discriminatie uit welke grond dan ook, van overheidswege gepleegd;
    f. gedwongen zwangerschap: de onrechtmatige gevangenschap van een vrouw die onder dwang zwanger is gemaakt, met de opzet de etnische samenstelling van een bevolking te beïnvloeden of andere ernstige schendingen van internationaal recht te plegen;
    g. apartheid: onmenselijke handelingen van een vergelijkbare aard als de in artikel 4, eerste lid, bedoelde handelingen, gepleegd in het kader van een geïnstitutionaliseerd regime van systematische onderdrukking en overheersing door een groep van een bepaald ras van een of meer groepen van een ander ras en begaan met de opzet dat regime in stand te houden.
    2. De uitdrukking ambtenaar heeft in deze wet dezelfde betekenis als in het Wetboek van Strafrecht, met dien verstande dat voor de toepassing van de Nederlandse strafwet onder ambtenaar mede wordt begrepen degene die ten dienste van een vreemde staat een openbaar ambt bekleedt.
    3. De uitdrukkingen samenspanning en zwaar lichamelijk letsel hebben in deze wet dezelfde betekenis als in het Wetboek van Strafrecht.
    Artikel 2
    1. Onverminderd het te dien aanzien in het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Militair Strafrecht bepaalde is de Nederlandse strafwet toepasselijk:
    a. op ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de in deze wet omschreven misdrijven, wanneer de verdachte zich in Nederland bevindt;
    b. op ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de in deze wet omschreven misdrijven, wanneer het feit is begaan tegen een Nederlander;
    c. op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de in deze wet omschreven misdrijven.
    2. Met «een van de in deze wet omschreven misdrijven» als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een misdrijf, omschreven in een der artikelen 131 tot en met 134, 140, 189, 416 tot en met 417bis en 420bis tot en met 420quater van het Wetboek van Strafrecht, indien het strafbare feit of het misdrijf waarvan in die artikelen gesproken wordt, is een misdrijf als in deze wet omschreven.
    3. De vervolging op grond van het eerste lid, onder c, kan ook plaatshebben, indien de verdachte eerst na het begaan van het misdrijf Nederlander wordt.
    § 2. Strafbepalingen
    Artikel 3
    1. Hij die met het oogmerk om een nationale, etnische of godsdienstige groep, dan wel een groep behorend tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk, als zodanig te vernietigen:
    a. leden van de groep doodt;
    b. leden van de groep zwaar lichamelijk of geestelijk letsel toebrengt;
    c. opzettelijk aan de groep levensomstandigheden oplegt die op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging zijn gericht;
    d. maatregelen neemt, welke tot doel hebben geboorten binnen de groep te voorkomen; of
    e. kinderen van de groep onder dwang overbrengt naar een andere groep,
    wordt als schuldig aan genocide gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de zesde categorie.
    2. De samenspanning en de opruiing tot genocide die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, plaatsvindt, worden gestraft gelijk de poging.
    Artikel 4
    1. Als schuldig aan een misdrijf tegen de menselijkheid wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de zesde categorie, hij die een van de volgende handelingen begaat, indien gepleegd als onderdeel van een wijdverbreide of stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, met kennis van de aanval:
    a. opzettelijk doden;
    b. uitroeiing;
    c. slavernij;
    d. deportatie of onder dwang overbrengen van bevolking;
    e. gevangenneming of andere ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid in strijd met fundamentele regels van internationaal recht;
    f. marteling;
    g. verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen zwangerschap, gedwongen sterilisatie, of enige andere vorm van seksueel geweld van vergelijkbare ernst;
    h. vervolging van een identificeerbare groep of collectiviteit op politieke gronden, omdat deze tot een bepaald ras of een bepaalde nationaliteit behoort, op etnische, culturele of godsdienstige gronden, op grond van geslacht of op andere gronden die universeel zijn erkend als ontoelaatbaar krachtens internationaal recht, in verband met een in dit lid bedoelde handeling of enig ander misdrijf omschreven in deze wet;
    i. gedwongen verdwijning van personen;
    j. apartheid;
    k. andere onmenselijke handelingen van vergelijkbare aard waardoor opzettelijk ernstig lijden of ernstig lichamelijk letsel of schade aan de geestelijke of lichamelijke gezondheid wordt veroorzaakt.
    2. In dit artikel wordt verstaan onder:
    a. aanval gericht tegen een burgerbevolking: een wijze van optreden die met zich brengt het meermalen plegen van in het eerste lid bedoelde handelingen tegen een burgerbevolking ter uitvoering of voortzetting van het beleid van een staat of organisatie, dat het plegen van een dergelijke aanval tot doel heeft;
    b. slavernij: de uitoefening op een persoon van een of alle bevoegdheden verbonden aan het recht van eigendom, met inbegrip van de uitoefening van dergelijke bevoegdheid bij mensenhandel, in het bijzonder handel in vrouwen en kinderen;
    c. vervolging: het opzettelijk en in ernstige mate ontnemen van fundamentele rechten in strijd met het internationaal recht op grond van de identiteit van de groep of collectiviteit;
    d. gedwongen verdwijning van personen: het arresteren, gevangen houden of afvoeren van personen door of met de machtiging, ondersteuning of bewilliging van een staat of politieke organisatie, gevolgd door een weigering een dergelijke vrijheidsontneming te erkennen of informatie te verstrekken over het lot of de verblijfplaats van die personen, met de opzet hen langdurig buiten de bescherming van de wet te plaatsen.
    3. Onder «uitroeiing» wordt in dit artikel mede verstaan: het opzettelijk opleggen van levensomstandigheden, onder andere de onthouding van toegang tot voedsel en geneesmiddelen, gericht op de vernietiging van een deel van een bevolking.
    Artikel 5
    1. Hij die zich in geval van een internationaal gewapend conflict schuldig maakt aan een van de ernstige inbreuken op de Verdragen van Genève, te weten de volgende feiten indien begaan tegen door genoemde verdragen beschermde personen:
    a. opzettelijk doden;
    b. marteling of onmenselijke behandeling, met inbegrip van biologische experimenten;
    c. opzettelijk veroorzaken van ernstig lijden, zwaar lichamelijk letsel of ernstige schade aan de gezondheid;
    d. grootschalige opzettelijke en wederrechtelijke vernietiging en toe-eigening van goederen zonder militaire noodzaak;
    e. een krijgsgevangene of andere beschermde persoon dwingen dienst te nemen bij de strijdkrachten van een vijandige mogendheid;
    f. een krijgsgevangene of andere beschermde persoon opzettelijk het recht op een eerlijke en rechtmatige berechting onthouden;
    g. wederrechtelijke deportatie of verplaatsing of wederrechtelijke opsluiting; of
    h. het nemen van gijzelaars,
    wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de zesde categorie .
    2. Hij die zich in geval van een internationaal gewapend conflict schuldig maakt aan een van de ernstige inbreuken op het op 12 december 1977 te Bern tot stand gekomen Aanvullende Protocol (I) bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van slachtoffers van internationale gewapende conflicten, (Trb. 1980, 87), te weten:
    a. de in het eerste lid bedoelde feiten, indien begaan tegen een door het Aanvullende Protocol (I) beschermde persoon;
    b. ieder opzettelijk handelen of nalaten dat de gezondheid in gevaar brengt van enige persoon die zich in de macht bevindt van een andere partij dan de partij waartoe hij behoort, en dat:
    1°. een medische behandeling inhoudt die niet noodzakelijk is als gevolg van de gezondheidstoestand van de betrokken persoon en die niet in overeenstemming is met de algemeen aanvaarde medische normen welke onder gelijke medische omstandigheden zouden worden toegepast ten aanzien van personen die onderdaan zijn van de voor de handelingen verantwoordelijke partij en op geen enkele wijze van hun vrijheid zijn beroofd;
    2°. het uitvoeren op de betrokken persoon inhoudt, zelfs met diens toestemming, van lichamelijke verminkingen;
    3°. het uitvoeren op de betrokken persoon inhoudt, zelfs met diens toestemming, van medische of wetenschappelijke experimenten; of
    4°. het uitvoeren op de betrokken persoon inhoudt, zelfs met diens toestemming, van verwijdering van weefsel of organen voor transplantatie;
    c. de volgende feiten, wanneer zij opzettelijk en in strijd met de desbetreffende bepalingen van het Aanvullende Protocol (I) worden begaan en de dood of ernstig lichamelijk letsel met zich brengen dan wel de gezondheid in ernstige mate benadelen:
    1°. het doen van aanvallen op de burgerbevolking of individuele burgers;
    2°. het uitvoeren van een niet-onderscheidende aanval waardoor de burgerbevolking of burgerobjecten worden getroffen, in de wetenschap dat een zodanige aanval buitensporig verlies van mensenlevens, verwondingen van burgers of schade aan burgerobjecten zal veroorzaken;
    3°. het uitvoeren van een aanval tegen werken of installaties die gevaarlijke krachten bevatten, in de wetenschap dat een zodanige aanval buitensporig verlies van mensenlevens, verwondingen van burgers of schade aan burgerobjecten zal veroorzaken;
    4°. het doen van aanvallen op onverdedigde plaatsen of gedemilitariseerde zones;
    5°. het doen van aanvallen op een persoon in de wetenschap dat hij buiten gevecht verkeert; of
    6°. het perfide gebruik, in strijd met artikel 37 van het Aanvullende Protocol (I), van het embleem van het rode kruis, de rode halve maan of van andere door de Verdragen van Genève of het Aanvullende Protocol (I) erkende beschermende tekens; of
    d. de volgende feiten, wanneer zij opzettelijk en in strijd met de Verdragen van Genève en het Aanvullende Protocol (I) worden begaan:
    1°. het overbrengen door de bezettende mogendheid van gedeelten van haar eigen burgerbevolking naar het door haar bezette gebied of de overbrenging van de gehele bevolking van het bezette gebied of van een deel daarvan binnen of buiten dat gebied in strijd met artikel 49 van het Vierde Verdrag van Genève;
    2°. ongerechtvaardigde vertraging bij de repatriëring van krijgsgevangenen of burgers;
    3°. praktijken van apartheid of andere onmenselijke en onterende praktijken die een aanslag op de menselijke waardigheid vormen en zijn gebaseerd op rassendiscriminatie;
    4°. het doen van aanvallen op duidelijk als zodanig herkenbare historische monumenten, kunstwerken of plaatsen van godsdienstige verering die het culturele of geestelijke erfdeel van de volkeren vormen en waaraan bijzondere bescherming is verleend door een speciale regeling, bijvoorbeeld in het kader van een bevoegde internationale organisatie, wanneer daarvan verwoesting op grote schaal het gevolg is, er geen bewijs bestaat van schending door de tegenpartij van artikel 53, letter b, van het Aanvullende Protocol (I) en wanneer zodanige historische monumenten, kunstwerken of plaatsen waar godsdienstoefeningen worden gehouden niet in de onmiddellijke nabijheid van militaire doelen zijn gelegen; of
    5°. het ontnemen van het recht van een persoon die door de Verdragen van Genève of artikel 85, tweede lid, van het Aanvullende Protocol (I) wordt beschermd om eerlijk en volgens de toepasselijke regels te worden berecht,
    wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de zesde categorie.
    3. Hij die zich in geval van een internationaal gewapend conflict schuldig maakt aan een van de volgende feiten:
    a. verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen sterilisatie of elke andere vorm van seksueel geweld die even ernstig kan worden geacht als een ernstige inbreuk op de Verdragen van Genève;
    b. gedwongen zwangerschap;
    c. personen die zich in de macht van een tegenpartij bevinden onderwerpen aan lichamelijke verminking of medische of wetenschappelijke experimenten, van welke aard ook, die niet worden gerechtvaardigd door de geneeskundige of tandheelkundige behandeling van de betrokken persoon of door diens behandeling in het ziekenhuis, noch in zijn belang worden uitgevoerd, en die de dood ten gevolge hebben of de gezondheid van die persoon of personen ernstig in gevaar kan brengen;
    d. op verraderlijke wijze doden of verwonden van personen die behoren tot de vijandige natie of het vijandige leger;
    e. een combattant doden of verwonden die in de macht van de tegenpartij is, duidelijk aangeeft zich te willen overgeven, of buiten bewustzijn is of op andere wijze door verwondingen of ziekte is uitgeschakeld en daarom niet in staat is zich te verdedigen, mits hij zich in alle genoemde gevallen onthoudt van iedere vijandelijke handeling en niet tracht te ontvluchten; of
    f. op zodanig ongepaste wijze gebruik maken van een witte vlag, van de vlag of militaire onderscheidingstekens en uniform van de vijand of van de Verenigde Naties, of van emblemen van de Verdragen van Genève, dat dit de dood of ernstig lichamelijk letsel ten gevolge heeft,
    wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de zesde categorie.
    4. Met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft hij die zich in geval van een internationaal gewapend conflict opzettelijk en wederrechtelijk schuldig maakt aan een van de volgende feiten:
    a. een cultureel goed onder versterkte bescherming als bedoeld in de artikelen 10 en 11 van het op 26 maart 1999 te Den Haag tot stand gekomen Tweede Protocol bij het Haagse Verdrag van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in het geval van een gewapend conflict (Trb. 1999, 107) het voorwerp van een aanval maken;
    b. een cultureel goed onder versterkte bescherming als bedoeld in onderdeel a of de onmiddellijke omgeving daarvan gebruiken ter ondersteuning van militair optreden;
    c. culturele goederen onder bescherming van het op 14 mei 1954 te Den Haag tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in het geval van een gewapend conflict (Trb. 1955, 47) of het bij dat Verdrag behorende Tweede Protocol op grote schaal vernietigen of zich toe-eigenen;
    d. een cultureel goed onder bescherming als bedoeld in onderdeel c het voorwerp van een aanval maken; of
    e. diefstal, plundering of ontvreemding van, of daden van vandalisme gericht tegen culturele goederen onder bescherming van het in onderdeel c genoemde verdrag.
    5. Hij die zich in geval van een internationaal gewapend conflict schuldig maakt aan een van de volgende feiten:
    a. opzettelijk aanvallen richten op burgerobjecten, dat wil zeggen objecten die geen militair doel zijn;
    b. opzettelijk een aanval inzetten in de wetenschap dat een dergelijke aanval bijkomstige verliezen aan levens of letsel onder burgers zal veroorzaken of schade aan burgerobjecten of omvangrijke, langdurige en ernstige schade aan het milieu zal aanrichten, die duidelijk buitensporig zou zijn in verhouding tot het te verwachten concrete en directe algehele militaire voordeel;
    c. aanvallen of bombarderen, met wat voor middelen ook, van steden, dorpen, woningen of gebouwen die niet worden verdedigd en geen militair doelwit zijn;
    d. rechtstreekse of indirecte verplaatsingen door de bezettende mogendheid van delen van haar eigen burgerbevolking naar het bezette grondgebied of de deportatie of het verplaatsen van de gehele of een deel van de bevolking van het bezette grondgebied binnen dat grondgebied of daarbuiten;
    e. verklaren dat de rechten en handelingen van onderdanen van de vijandelijke partij vervallen, geschorst of in rechte niet-ontvankelijk zijn;
    f. onderdanen van de vijandige partij dwingen deel te nemen aan oorlogshandelingen gericht tegen hun eigen land, ook als zij voor de aanvang van de oorlog in dienst van de oorlogvoerende partij waren;
    g. gebruik van gif of giftige wapens;
  5. Reactie van meester Goldstein meester Goldstein
    07:39 op 5 December 2008

    h. gebruik van verstikkende, giftige of andere gassen en overige soortgelijke vloeistoffen, materialen of apparaten;
    i. gebruik van kogels die in het menselijk lichaam gemakkelijk in omvang toenemen of platter en breder worden, zoals kogels met een harde mantel die de kern gedeeltelijk onbedekt laat of voorzien is van inkepingen;
    j. wandaden begaan tegen de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling;
    k. gebruikmaken van de aanwezigheid van een burger of een andere beschermde persoon teneinde bepaalde punten, gebieden of strijdkrachten te vrijwaren van militaire operaties;
    l. opzettelijk gebruikmaken van uithongering van burgers als methode van oorlogvoering door hun voorwerpen te onthouden die onontbeerlijk zijn voor hun overleving, waaronder het opzettelijk belemmeren van de aanvoer van hulpgoederen zoals voorzien in de Verdragen van Genève;
    m. opzettelijk aanvallen richten op de burgerbevolking als zodanig of op individuele burgers die niet rechtstreeks aan vijandelijkheden deelnemen;
    n. opzettelijk aanvallen richten op gebouwen, materieel, medische eenheden en transport, alsmede personeel dat overeenkomstig internationaal recht gebruik maakt van de emblemen van de Verdragen van Genève;
    o. opzettelijk aanvallen richten op personeel, installaties, materieel, eenheden of voertuigen, betrokken bij humanitaire hulpverlening of vredesmissies overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties, zolang deze recht hebben op de bescherming die aan burgers of burgerobjecten wordt verleend krachtens het internationale recht inzake gewapende conflicten;
    p. opzettelijk aanvallen richten op gebouwen, bestemd voor godsdienst, onderwijs, kunst, wetenschap of charitatieve doeleinden, historische monumenten, ziekenhuizen en plaatsen waar zieken en gewonden worden samengebracht, mits deze geen militair doelwit zijn;
    q. een stad of plaats plunderen, ook wanneer deze bij een aanval wordt ingenomen;
    r. kinderen beneden de leeftijd van vijftien jaar bij de nationale strijdkrachten of groepen onder de wapenen roepen of in militaire dienst nemen dan wel hen gebruiken voor actieve deelname aan vijandelijkheden;
    s. verklaren dat geen kwartier zal worden verleend; of
    t. vernietiging of inbeslagneming van goederen van de tegenpartij tenzij deze vernietiging of inbeslagneming dringend vereist is als gevolg van dwingende omstandigheden van het conflict,
    wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.
    6. Indien een feit als bedoeld in het vierde of vijfde lid:
    a. de dood of zwaar lichamelijk letsel van een ander ten gevolge heeft dan wel verkrachting inhoudt;
    b. geweldpleging in vereniging tegen een of meer personen dan wel geweldpleging tegen een dode, zieke of gewonde inhoudt;
    c. het in vereniging vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken of wegmaken van enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort inhoudt;
    d. het in vereniging een ander dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden inhoudt;
    e. het in vereniging een stad of plaats plunderen inhoudt, ook wanneer deze bij een aanval wordt ingenomen;
    f. een schending van een gegeven belofte of een schending van een met de tegenpartij als zodanig gesloten overeenkomst inhoudt; of
    g. misbruik van een door de wetten en gebruiken beschermde vlag of teken dan wel van de militaire onderscheidingstekenen of het uniform van de tegenpartij inhoudt,
    wordt de schuldige gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de zesde categorie.
    7. Het tweede lid, onderdeel b, onder 4°, is niet van toepassing indien de daarin beschreven handeling:
    a. in overeenstemming is met de algemeen aanvaarde medische normen welke onder gelijke medische omstandigheden zouden worden toegepast ten aanzien van personen die onderdaan zijn van de voor de handelingen verantwoordelijke partij en op geen enkele wijze van hun vrijheid zijn beroofd; of
    b. betreft het geval dat bloed wordt afgestaan voor transfusie of huid voor transplantatie, mits dit vrijwillig en zonder enige dwang of aandrang geschiedt, en dan nog slechts voor therapeutische doeleinden, onder omstandigheden die beantwoorden aan de algemeen aanvaarde medische normen en maatregelen van toezicht, die zowel het belang van de donor als van de ontvanger beogen.
    Artikel 6
    1. Hij die zich in geval van een niet-internationaal gewapend conflict schuldig maakt aan schending van het gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Genève, te weten het begaan jegens personen die niet rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnemen, met inbegrip van personeel van strijdkrachten dat de wapens heeft neergelegd, of jegens personen die buiten gevecht zijn gesteld door ziekte, verwonding, gevangenschap of enig andere oorzaak, van een van de volgende feiten:
    a. aanslagen op het leven of lichamelijke geweldpleging, in het bijzonder het doden op welke wijze ook, verminking, wrede behandeling of marteling;
    b. het nemen van gijzelaars;
    c. aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling; of
    d. het uitspreken of ten uitvoer leggen van vonnissen zonder voorafgaande berechting door een op regelmatige wijze samengesteld gerecht dat alle gerechtelijke waarborgen biedt, naar algemeen aanvaarde normen als onmisbaar erkend,
    wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de zesde categorie.
    2. Hij die zich in geval van een niet-internationaal gewapend conflict schuldig maakt aan een van de volgende feiten:
    a. verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen sterilisatie of elke andere vorm van seksueel geweld die even ernstig kan worden geacht als een ernstige inbreuk op de Verdragen van Genève;
    b. gedwongen zwangerschap;
    c. personen die zich in de macht van een tegenpartij bevinden onderwerpen aan lichamelijke verminking of medische of wetenschappelijke experimenten, van welke aard ook, die niet worden gerechtvaardigd door de geneeskundige of tandheelkundige behandeling van de betrokken persoon of door diens behandeling in het ziekenhuis, noch in zijn belang worden uitgevoerd, en die de dood ten gevolge hebben of de gezondheid van die persoon of personen ernstig in gevaar kan brengen; of
    d. op verraderlijke wijze doden of verwonden van personen die behoren tot de vijandige natie of het vijandige leger,
    wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de zesde categorie.
    3. Hij die zich in geval van een niet-internationaal gewapend conflict schuldig maakt aan een van de volgende feiten:
    a. opzettelijk aanvallen richten op de burgerbevolking als zodanig of op individuele burgers die niet rechtstreeks aan vijandelijkheden deelnemen;
    b. opzettelijk aanvallen richten op gebouwen, materieel, medische eenheden en transport, alsmede personeel dat overeenkomstig internationaal recht gebruik maakt van de emblemen van de Verdragen van Genève;
    c. opzettelijk aanvallen richten op personeel, installaties, materieel, eenheden of voertuigen, betrokken bij humanitaire hulpverlening of vredesmissies overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties, zolang deze recht hebben op de bescherming die aan burgers of burgerobjecten wordt verleend krachtens het internationale recht inzake gewapende conflicten;
    d. opzettelijk aanvallen richten op gebouwen, bestemd voor godsdienst, onderwijs, kunst, wetenschap of charitatieve doeleinden, historische monumenten, ziekenhuizen en plaatsen waar zieken en gewonden worden samengebracht, mits deze geen militair doelwit zijn;
    e. een stad of plaats plunderen, ook wanneer deze bij een aanval wordt ingenomen;
    f. kinderen beneden de leeftijd van vijftien jaar bij de nationale strijdkrachten of groepen onder de wapenen roepen of in militaire dienst nemen dan wel hen gebruiken voor actieve deelname aan vijandelijkheden;
    g. verklaren dat geen kwartier zal worden verleend;
    h. vernietiging of inbeslagneming van goederen van de tegenpartij tenzij deze vernietiging of inbeslagneming dringend vereist is als gevolg van dwingende omstandigheden van het conflict; of
    i. opdracht geven tot de verplaatsing van de burgerbevolking om redenen verband houdende met het conflict, anders dan verband houdende met de veiligheid van de burgers of indien dringend vereist om redenen van dwingende omstandigheden van het conflict,
    wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.
    4. Artikel 5, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op een feit als bedoeld in het derde lid.
    Artikel 7
    1. Hij die zich in het geval van een internationaal of niet-internationaal gewapend conflict schuldig maakt aan een schending van de wetten en gebruiken van de oorlog anders dan bedoeld in de artikelen 5 of 6 wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.
    2. Gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt opgelegd:
    a. indien van een feit als bedoeld in het eerste lid de dood of zwaar lichamelijk letsel van een ander te duchten is;
    b. indien een feit als bedoeld in het eerste lid inhoudt een of meer wandaden begaan tegen de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling;
    c. indien een feit als bedoeld in het eerste lid inhoudt het een ander dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden; of
    d. indien een feit als bedoeld in het eerste lid inhoudt een stad of plaats plunderen, ook wanneer deze bij een aanval wordt ingenomen.
    3. Artikel 5, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op een feit als bedoeld in het eerste lid.
    Artikel 8
    1. Foltering door een ambtenaar of anderszins ten dienste van de overheid werkzame persoon in de uitoefening van zijn functie wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
    2. Met gelijke straffen wordt gestraft:
    a. de ambtenaar of anderszins ten dienste van de overheid werkzame persoon die in de uitoefening van zijn functie door een der in artikel 47, eerste lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht vermelde middelen tot de foltering uitlokt of die opzettelijk toelaat dat een ander die foltering pleegt;
    b. hij die foltering pleegt, indien een ambtenaar of een anderszins ten dienste van de overheid werkzame persoon in de uitoefening van zijn functie zulks door een der in artikel 47, eerste lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht vermelde middelen heeft uitgelokt of zulks opzettelijk heeft toegelaten.
    § 3. Uitbreiding van de strafbaarheid
    Artikel 9
    1. Met gelijke straf als gesteld op de in § 2 bedoelde feiten wordt gestraft de meerdere die:
    a. opzettelijk toelaat dat een aan hem ondergeschikte een zodanig feit begaat;
    b. opzettelijk nalaat maatregelen te nemen, voor zover die nodig zijn en van hem kunnen worden gevergd, indien een aan hem ondergeschikte een zodanig feit heeft gepleegd of voornemens is te plegen.
    2. Met een straf van ten hoogste twee derde van het maximum van de hoofdstraffen, gesteld op de in § 2 bedoelde feiten, wordt gestraft hij die door zijn schuld verzuimt maatregelen te nemen, voor zover die nodig zijn en van hem kunnen worden gevergd, indien een aan hem ondergeschikte, naar hij redelijkerwijs moet vermoeden, een zodanig feit heeft gepleegd of voornemens is te plegen.
    3. Indien in het geval bedoeld in het tweede lid op het feit levenslange gevangenisstraf is gesteld, wordt gevangenisstraf opgelegd van ten hoogste vijftien jaren.
    § 4. Algemene bepalingen van strafrecht en strafprocesrecht
    Artikel 10
    De in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
    Artikel 11
    1. Dat een in deze wet omschreven misdrijf is begaan ter uitvoering van een voorschrift, gegeven door de wetgevende macht van een staat, of ter uitvoering van een bevel van een meerdere, heft de strafbaarheid van het betrokken feit niet op.
    2. De ondergeschikte die een in deze wet omschreven misdrijf begaat ter uitvoering van een bevel van een meerdere is niet strafbaar, indien het bevel door de ondergeschikte te goeder trouw als bevoegd gegeven werd beschouwd en de nakoming daarvan binnen de kring van zijn ondergeschiktheid was gelegen.
    3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt een bevel tot het plegen van genocide of een misdrijf tegen de menselijkheid geacht kennelijk onbevoegd gegeven te zijn.
    Artikel 12
    De misdrijven, omschreven in deze wet, worden voor de toepassing van de Uitleveringswet of de Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven niet beschouwd als strafbare feiten van politieke aard.
    Artikel 13
    Ten aanzien van de in deze wet omschreven misdrijven – met uitzondering van de feiten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, en, voor zover met die feiten verband houdend, de feiten, bedoeld in artikel 9 – verjaart het recht tot strafvordering niet. De artikelen 76 en 77d, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht zijn op die misdrijven niet van toepassing.
    Artikel 14
    Bij veroordeling tot een gevangenisstraf van ten minste een jaar wegens een der in deze wet omschreven misdrijven kan ontzetting van het in artikel 28, eerste lid, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht vermelde recht worden uitgesproken.
    Artikel 15
    Van de misdrijven omschreven in deze wet neemt de rechtbank te 's-Gravenhage kennis, behoudens de bevoegdheid van de rechter, aangewezen bij de Wet militaire strafrechtspraak.
    Artikel 16
    Strafvervolging voor een der in deze wet omschreven misdrijven is uitgesloten ten aanzien van:
    a. buitenlandse staatshoofden, regeringsleiders en ministers van buitenlandse zaken, zolang zij als zodanig in functie zijn, alsmede andere personen voor zover hun immuniteit door het volkenrechtelijk gewoonterecht wordt erkend;
    b. personen die over immuniteit beschikken op grond van enig verdrag dat binnen het Koninkrijk voor Nederland geldt.
    § 5. Wijziging van andere wetten
    Artikel 17
    [Wijzigt de Wet Oorlogsstrafrecht.]
    Artikel 18
    [Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.]
    Artikel 18a
    [Wijzigt de Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven.]
    § 6. Slotbepalingen
    Artikel 19
    De Uitvoeringswet genocideverdrag wordt ingetrokken.
    Artikel 20
    De Uitvoeringswet folteringverdrag wordt ingetrokken.
    Artikel 21
    1. Wanneer op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet ter zake van genocide, foltering of een misdrijf dat overeenkomt met een misdrijf als omschreven in de artikelen 5, 6 of 7 van deze wet, overeenkomstig het oude recht reeds vervolging is ingesteld bij een andere rechter dan bedoeld in artikel 15 van deze wet, wordt de zaak bij dezelfde rechter voortgezet.
    2. Artikel 13 is mede van toepassing op feiten, strafbaar gesteld in de Uitvoeringswet folteringverdrag en gepleegd voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, tenzij het feit op dat tijdstip reeds is verjaard.
    Artikel 22
    Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
    Artikel 23
    Deze wet wordt aangehaald als: Wet internationale misdrijven.
     
     
         Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
     
    Gegeven te 's-Gravenhage, 19 juni 2003
     
    BEATRIX
     
    De Minister van Justitie,
    J.P.H. Donner
    De Minister van Defensie,
    H.G.J. Kamp
    De Minister van Buitenlandse Zaken,
    J.G. de Hoop Scheffer
     
    Uitgegeven de derde juli 2003
    De Minister van Justitie,
    J.P.H. Donner
  6. Reactie van meester Goldstein meester Goldstein
    07:43 op 5 December 2008
    " Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
     "

    Dit is het problematieke punt, zijn psychiaters nu wettelijk ambtenaren? Zoals ik al zei, als het geen ambtenaren zijn, dan zijn ze niet aan mensenrechten gebonden. Niet dat ze zich nu enigzins aan mensenrechten houden. Injecties met psychotropische werking wordt door patienten bijvoorbeeld als 'vergiftigen' ervaren, dit is ook wetenschappelijk aantoonbaar, ze verkorten het leven van mensen met 20 tot 30 jaar, gemiddeld.

    Het is technisch gezien 'genocide' in een luxueus jasje.
  7. Reactie van meester Goldstein meester Goldstein
    07:45 op 5 December 2008
    Het moeilijkste punt is dat familieleden van patienten niet in staat zijn om te geloven hoe gevaarlijk de middellen zijn die lichamelijk gezonde mensen word ingespoten/toegediend.

    Hoofdstuk 1 Grondwet (volledige tekst)
    Art. 1
    Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

    Art. 2
    -

    1. De wet regelt wie Nederlander is.
    -

    2. De wet regelt de toelating en de uitzetting van vreemdelingen.
    -

    3. Uitlevering kan slechts geschieden krachtens verdrag. Verdere voorschriften omtrent uitlevering worden bij de wet gegeven.
    -

    4. Ieder heeft het recht het land te verlaten, behoudens in de gevallen, bij de wet bepaald.

    Art. 3
    Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar.

    Art. 4
    Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij de wet gestelde beperkingen en uitzonderingen.

    Art. 5
    Ieder heeft het recht verzoeken schriftelijk bij het bevoegd gezag in te dienen.

    Art. 6
    -

    1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
    -

    2. De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

    Art. 7
    -

    1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
    -

    2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisieuitzending.
    -

    3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.
    -

    4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.

    Art. 8
    Het recht tot vereniging wordt erkend. Bij de wet kan dit recht worden beperkt in het belang van de openbare orde.

    Art. 9
    -

    1. Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
    -

    2. De wet kan regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

    Art. 10
    -

    1. Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.
    -

    2. De wet stelt regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met het vastleggen en verstrekken van persoonsgegevens.
    -

    3. De wet stelt regels inzake de aanspraken van personen op kennisneming van over hen vastgelegde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens.

    Art. 11
    Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.

    Art. 12
    -

    1. Het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is alleen geoorloofd in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, door hen die daartoe bij of krachtens de wet zijn aangewezen.
    -

    2. Voor het binnentreden overeenkomstig het eerste lid zijn voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van het binnentreden vereist, behoudens bij de wet gestelde uitzonderingen.
    -

    3. Aan de bewoner wordt zo spoedig mogelijk een schriftelijk verslag van het binnentreden verstrekt. Indien het binnentreden in het belang van de nationale veiligheid of dat van de strafvordering heeft plaatsgevonden, kan volgens bij de wet te stellen regels de verstrekking van het verslag worden uitgesteld. In de bij de wet te bepalen gevallen kan de verstrekking achterwege worden gelaten, indien het belang van de nationale veiligheid zich tegen verstrekking blijvend verzet.

    Art. 13
    -

    1. Het briefgeheim is onschendbaar, behalve, in de gevallen bij de wet bepaald, op last van de rechter.
    -

    2. Het telefoon- en telegraafgeheim is onschendbaar, behalve, in de gevallen bij de wet bepaald, door of met machtiging van hen die daartoe bij de wet zijn aangewezen.

    Art. 14
    -

    1. Onteigening kan alleen geschieden in het algemeen belang en tegen vooraf verzekerde schadeloosstelling, een en ander naar bij of krachtens de wet te stellen voorschriften.
    -

    2. De schadeloosstelling behoeft niet vooraf verzekerd te zijn, wanneer in geval van nood onverwijld onteigening geboden is.
    -

    3. In de gevallen bij of krachtens de wet bepaald bestaat recht op schadeloosstelling of tegemoetkoming in de schade, indien in het algemeen belang eigendom door het bevoegd gezag wordt vernietigd of onbruikbaar gemaakt of de uitoefening van het eigendomsrecht wordt beperkt.

    Art. 15
    -

    1. Buiten de gevallen bij of krachtens de wet bepaald mag niemand zijn vrijheid worden ontnomen.
    -

    2. Hij aan wie anders dan op rechterlijk bevel zijn vrijheid is ontnomen, kan aan de rechter zijn invrijheidstelling verzoeken. Hij wordt in dat geval door de rechter gehoord binnen een bij de wet te bepalen termijn. De rechter gelast de onmiddellijke invrijheidstelling, indien hij de vrijheidsontneming onrechtmatig oordeelt.
    -

    3. De berechting van hem aan wie met het oog daarop zijn vrijheid is ontnomen, vindt binnen een redelijke termijn plaats.
    -

    4. Hij aan wie rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, kan worden beperkt in de uitoefening van grondrechten voor zover deze zich niet met de vrijheidsontneming verdraagt.

    Art. 16
    Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.

    Art. 17
    Niemand kan tegen zijn wil worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent.

    Art. 18
    -

    1. Ieder kan zich in rechte en in administratief beroep doen bijstaan.
    -

    2. De wet stelt regels omtrent het verlenen van rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen.

    Art. 19
    -

    1. Bevordering van voldoende werkgelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
    -

    2. De wet stelt regels omtrent de rechtspositie van hen die arbeid verrichten en omtrent hun bescherming daarbij, alsmede omtrent medezeggenschap.
    -

    3. Het recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid wordt erkend, behoudens de beperkingen bij of krachtens de wet gesteld.

    Art. 20
    -

    1. De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.
    -

    2. De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid.
    -

    3. Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege.

    Art. 21
    De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.

    Art. 22
    -

    1. De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.
    -

    2. Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
    -

    3. Zij schept voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding.

    Art. 23
    -

    1. Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.
    -

    2. Het geven van onderwijs is vrij, behoudens het toezicht van de overheid en, voor wat bij de wet aangewezen vormen van onderwijs betreft, het onderzoek naar de bekwaamheid en de zedelijkheid van hen die onderwijs geven, een en ander bij de wet te regelen.
    -

    3. Het openbaar onderwijs wordt, met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging, bij de wet geregeld.
    -

    4. In elke gemeente wordt van overheidswege voldoend openbaar algemeen vormend lager onderwijs gegeven in een genoegzaam aantal openbare scholen. Volgens bij de wet te stellen regels kan afwijking van deze bepaling worden toegelaten, mits tot het ontvangen van zodanig onderwijs gelegenheid wordt gegeven, al dan niet in een openbare school.
    -

    5. De eisen van deugdelijkheid, aan het geheel of ten dele uit de openbare kas te bekostigen onderwijs te stellen, worden bij de wet geregeld, met inachtneming, voor zover het bijzonder onderwijs betreft, van de vrijheid van richting.
    -

    6. Deze eisen worden voor het algemeen vormend lager onderwijs zodanig geregeld, dat de deugdelijkheid van het geheel uit de openbare kas bekostigd bijzonder onderwijs en van het openbaar onderwijs even afdoende wordt gewaarborgd. Bij die regeling wordt met name de vrijheid van het bijzonder onderwijs betreffende de keuze der leermiddelen en de aanstelling der onderwijzers geëerbiedigd.
    -

    7. Het bijzonder algemeen vormend lager onderwijs, dat aan de bij de wet te stellen voorwaarden voldoet, wordt naar dezelfde maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd. De wet stelt de voorwaarden vast, waarop voor het bijzonder algemeen vormend middelbaar en voorbereidend hoger onderwijs bijdragen uit de openbare kas worden verleend.
    -

    8. De regering doet jaarlijks van de staat van het onderwijs verslag aan de Staten-Generaal.
  8. Reactie van TJ O TJ O
    05:43 op 9 December 2010
    Ze zeggen weleens, dat je een beschaving kan herkennen aan de manier waarop het met dieren omgaat.

    Die vlieger gaat zeer zeker ook op, voor de manier waarop er met mensen word omgegaan, en in het bijzonder de psychiatrische patiënten, die in angst, verwarring en diepe geeestelijke ontwrichting verkeren.



    Eén zachte aanraking zegt meer dan een miljoen antipsychotica injecties.
    ik hoop dat we snel in die 5e cyclus komen zoals maya's ons zeggen, en dat die domme hersens van ons mensen weer een inzicht erbij krijgen, 't wordt hoog tijd

Reageren

(registratie is niet nodig)


Mogelijk interessante boeken

Met gezond verstand Collision Reasoning in Ethics and Law Geneeskunde tussen Geleerdheid en Gezond Verstand